Home » Vraagbaken » Kan baby gebarentaal helpen bij meertalig opvoeden 10 mnd

Kan baby-gebarentaal helpen bij meertalig opvoeden? (10 mnd)

Door:

Nadia Eversteijn

Ik woon in het Frans sprekende gedeelte van Zwitserland en ben getrouwd met een Fransman. Wij voeden ons zoontje van 10 maanden 4-talig op.

Ik spreek consequent Nederlands, laat hem Nederlandse DVD's zien en lees hem voor in het Nederlands. Mijn Franse man praat altijd Frans met hem, en in de omgeving en op de crèche (waar hij 3 dagen per week is) wordt ook Frans gesproken. Verder brengt hij 2 dagen per week door met een Chileense oppas die Spaans spreekt en wij spreken onderling altijd Engels. Omdat wij geen Engels tegen hem spreken, begrijp ik dat deze taal eigenlijk niet 'meetelt'?

Wij proberen ook gebarentaal te introduceren, zodat hij zich tegen iedereen op dezelfde manier kan uitdrukken. Is dat een goed idee? Kan dit de meertaligheid stimuleren? Zijn eerste taal zal ongetwijfeld Frans worden, maar hoeveel ondersteuning moet ik hem geven opdat hij ook een behoorlijk niveau in het Nederlands krijgt?

Antwoord: 

Zeker als beide ouders en ook de oppas baby-gebarentaal (Baby Sign Language) gaan gebruiken, lijkt me dat een goede manier om de taalontwikkeling van uw zoontje te ondersteunen. Maar als het uw doel is dat hij Nederlands – en misschien ook Spaans – actief gaat spreken, dan is het wel noodzakelijk dat hij die talen gedurende zijn hele jeugd consequent krijgt aangeboden. Bij het Frans is dat al ruimschoots het geval natuurlijk.

Baby-gebarentaal

Baby-gebarentaal is vooral in Amerika ontzettend populair. Een website als
www.babies-and-sign-language.com beweert zelfs dat baby-gebarentaal op nummer drie staat in de top-3 van meest 'gesproken' talen in de Verenigde Staten.

Baby-gebarentaal is gebaseerd op de Amerikaanse gebarentaal voor doven en slechthorenden (elk land heeft zijn eigen gebarentaal), maar dan sterk vereenvoudigd. Het bevat alleen concepten die deel uitmaken van de dagelijkse belevingswereld van heel kleine kinderen, zoals: 'melk', 'koud', 'krentjes' en 'meer'.

Een volledige gebarentaal voor doven en slechthorenden is qua woordenschat en grammatica net zo uitgebreid, net zo volwaardig, en net zo gecompliceerd als een gesproken taal. Bij baby-gebarentaal is dat dus niet het geval.

Het is uiteraard niet de bedoeling dat 'gewone' (niet slechthorende) baby's de volledige gebarentaal voor doven en slechthorenden gaan verwerven. Bij uw zoontje zou dat betekenen dat hij vijftalig in plaats van viertalig zou moeten worden. Ik ben namelijk geneigd om het Engels toch wel mee te tellen als een van de talen van uw kind. Hij leert die taal weliswaar niet spreken, maar hij leert het wel redelijk verstaan als u en uw partner er consequent onderling in communiceren.

Vanaf 6 maanden

Je kunt baby-gebarentaal aanleren vanaf het moment dat het kind oogcontact kan vasthouden en zich even kan concentreren. Dat is: vanaf een maand of 6. Volgens de berichten kan een baby zelf tussen de 6 en 9 maanden zijn of haar eerste gebaar maken. Maar later beginnen mag natuurlijk ook.

Het achterliggende idee is dat kinderen tot een jaar of 3 vaak allerlei woorden willen zeggen, maar dat ze daarvoor nog niet goed genoeg kunnen articuleren. Handgebaren maken kunnen ze motorisch dan al wel, dus kan een kind dat nog onduidelijk articuleert toch aan zijn verzorgers duidelijk maken wat hij bedoelt. Wat veel frustratie kan voorkomen. Justine Pardoen beschreef dat eerder in haar bespreking van het boek Baby Signs:
Baby-gebaren, meer dan een leuk spelletje.

Visuele ondersteuning

Het is niet de bedoeling dat ouders gebarentaal aanbieden
in plaats van gesproken taal, maar
tegelijkertijd met gesproken taal. Voor het kind is het dus een visuele ondersteuning van wat zijn verzorgers met een bepaald woord bedoelen.

Juist om die reden kan ik me voorstellen dat gebarentaal een goede ondersteuning kan zijn van een meertalige ontwikkeling. Immers: een kind dat taal verwerft, moet eerst doorkrijgen dat zijn verzorgers totaal willekeurige klanken consequent gebruiken om steeds dezelfde concepten aan te duiden. De klank 'melk' bijvoorbeeld, heeft objectief gezien geen enkele relatie met dat witte vocht. Het zou net zo logisch zijn om melk 'praf' of 'lums' te noemen. Het is maar net wat je afspreekt...

Een meertalig kind staat voor een extra uitdaging. Het moet doorkrijgen dat het goedje dat in de ene taal met de willekeurige klank 'melk' wordt aangeduid, in een andere taal met de al even willekeurige klanken 'lait' (Frans) of 'leche' (Spaans) wordt aangeduid.

Gebaren zijn minder willekeurig dan klanken

Het fijne van gebaren is dat ze vaak minder willekeurig zijn. Gebaren hebben vaak wél een directe relatie met het concept waarnaar ze verwijzen. Zo is het handgebaar voor melk een nabootsing van het melken van een koe. (Dit geldt tenminste voor veel eenvoudige concepten, er bestaan ook abstractere gebaren.)

En als uw kind het handgebaar voor
melk al van u geleerd heeft (in combinatie met de Nederlandse klank 'melk' dus), dan kan hij heel snel een link leggen als de Chileense oppas de klank 'leche' gebruikt, in combinatie met hetzelfde gebaar dat hij al van u kent. Ook als de melk nog in de koelkast en dus buiten zijn blikveld staat.

Kortom: gebarentaal kan een meertalig kind helpen ontdekken welke klanken uit verschillende talen allemaal naar hetzelfde concept verwijzen.

Meertalige succesverhalen

Op internet zijn heel wat succesverhalen te vinden over het gebruik van baby-gebarentaal bij een meertalige opvoeding. Zoals gezegd kan ik me heel goed voorstellen dat het inderdaad werkt, maar wetenschappelijk bewijs is er niet voor.

Maar hoe dan ook: baat het niet dan schaadt het niet. U kunt het gewoon proberen, zonder dat daar risico's aan verbonden zijn. Ook Maaike Verrips, de kindertaal-taalkundige die mede aan de wieg stond van deze Vraagbaak-rubriek, is die mening toegedaan. Zie:
Baby-signs: remt gebarentaal de taalontwikkeling?

Nederlands

Dan uw vraag over het Nederlands. U vroeg zich af hoeveel ondersteuning u uw zoontje moet geven om een behoorlijk niveau te bereiken. Die vraag is moeilijk te beantwoorden omdat ik niet weet wat u onder 'een behoorlijk niveau' verstaat. Wilt u bijvoorbeeld dat hij het Nederlands alleen leert verstaan en spreken, of moet hij het ook gaan lezen en schrijven? En is het voldoende als hij kan praten over dagelijkse belevenissen of moet hij ook gevoelens kunnen verwoorden en kunnen meepraten over politiek?

Ik moet dus volstaan met twee algemene adviezen.

1. Kinderen leren een taal snel, maar vergeten hem ook weer snel. Het is dus belangrijk dat u consequent Nederlands blijft spreken gedurende uw zoons hele jeugd. Ook als hij daar minder zin in krijgt, bijvoorbeeld omdat hij naar school gaat en het Frans daardoor een steeds belangrijker positie in zijn leven gaat innemen.

2. Een kind moet gemotiveerd blijven om een taal te spreken. Dat bereikt u het beste door hem zoveel mogelijk in contact te brengen met andere Nederlands-sprekenden, zodat hij gaat inzien dat het nuttig en handig is om Nederlands te kennen.

Realistische verwachtingen

Tot slot is het wel belangrijk om realistische verwachtingen te koesteren. Ik bedoel: verwacht niet meer dan redelijkerwijs mogelijk is.

Het Frans zal inderdaad uw zoontjes eerste taal worden, met het Nederlands op een goede tweede plaats, en het Spaans wellicht op een derde. Maar als hij in Franstalig Zwitserland blijft wonen, zal het niveau van zijn Nederlands en zijn Spaans het nooit halen bij zijn Frans. Wat trouwens niet per se erg hoeft te zijn. Als hij over dagelijkse dingen leert kletsen, en een kaartje kan schrijven, kan dat ook heel waardevol zijn!

Nadia Eversteijn

is socio-linguïst en gespecialiseerd in meertaligheid in het algemeen en de combinatie Turks-Nederlands in het bijzonder, werkzaam als onderzoeker bij de Universiteit van Tilburg.

Naschrift: 

Een lezer maakte ons attent op een goed Nederlands boek over (Nederlandse!) babygebaren:

Babygebaren
door: Lissa Zeviar
uitg.: A.W. Bruna Uitgevers, 2009
ISBN 9789022995723
prijs: EUR 18,95

Lees verder