Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

30 januari 2009 door Annelou de Vries

Mijn dochter maakt heisa om alles. Als het geen PDD-NOS is, wat dan? (10 jr)

We zijn een doorsnee gezin: vader, moeder, een dochter van 10 en een dochter van 7. Om onze oudste dochter gaat ons probleem. Bevalling en opgroeien tot 3 jaar verliep vlekkeloos. Het was een lief meisje alleen zocht ze niet zelf een knuffel op. Wel was zij in het bezit van sociale antennes. Als er iets met iemand was, kwam ze meteen hulp bieden.

Twee maanden voordat ze 3 werd, is haar zusje geboren. We hebben geen moment jaloers gedrag gezien; juist het tegenovergestelde, totdat haar zusje met 10 maanden al kon lopen. Toen begon ze heel langzaam te veranderen.

Vanaf haar 3e jaar is ze ook steviger geworden. We hebben haar in het ziekenhuis op alles laten testen: schildklier, diabetes, hormoonziektes... echt op alles. Ook heeft ze bij een diëtiste gelopen maar die heeft er nog geen onsje vanaf weten te halen. Wel werd ze steeds sneller boos.

Uiteindelijk is ze ook getest op PDD-NOS. Op de sociale contacten na heeft ze inderdaad PDD-NOS maar omdat ze net dat ene mist, krijgt ze geen medicatie om wat rust te creëren in haar hoofd.

Nu is ze 10 en schopt ze om alles heisa. We hoeven maar te zeggen wat we gaan eten en als dat niet is waar zij zin in heeft, worden hier de deuren dicht gesmeten. Ze zegt dat ze mij (haar moeder) haat, en dat als ik ooit nog een kindje krijg, die vast ook bij mij weg wil... De meest grove woorden worden er gebruikt, wat wij haar echt niet hebben aangeleerd, en het hele gezin lijdt eronder.

Is zij nu al aan het puberen? (Ze krijgt al okselhaartjes en borstjes). Dan zitten wij er dus middenin en staat ons natuurlijk nog veel meer te wachten. Wat zou er anders aan de hand kunnen zijn en wat kunnen wij daar in vredesnaam aan doen? Ikzelf zit al aan de kalmeringstabletten... We zijn ten einde raad.

Antwoord

Dat u inmiddels al aan de kalmeringstabletten zit, laat wel zien dat u het heel zwaar heeft met uw dochter. Vanaf deze afstand, zonder uw dochter zelf gezien te hebben, is het moeilijk om haar gedrag goed te kunnen beoordelen. Maar er gaan wel wat ideeën door mijn hoofd bij uw verhaal. Die zal ik u voorleggen.

Om te beginnen uw laatste vraag, of dochter al aan het puberen zou kunnen zijn. Dat is inderdaad niet uitgesloten maar de vraag is wat je daaraan hebt. De problemen worden er niet minder door. Bovendien begreep ik uit uw verhaal dat de problemen eigenlijk al veel eerder begonnen zijn. Laten we daarom eens kijken wat er nog meer over te zeggen valt.

Diagnose PDD-NOS

Eerlijk gezegd vraag ik mij af of de diagnose PDD-NOS wel klopt. De reden dat ik daaraan twijfel, is dat u vertelde dat uw dochter geen problemen in het sociale contact heeft, maar verder wel aan alle kenmerken voldoet. Dat laatste is eigenlijk niet zo belangrijk, omdat sociale tekorten nu juist het kernprobleem vormen van kinderen met een autisme-spectrum-stoornis (ASS) zoals PDD-NOS. Een heldere uitleg daarover vindt u in Hoe zit dat nou met 'het autistisch spectrum'?.

Wat de diagnose PDD-NOS nog onwaarschijnlijker maakt, is dat u vertelde dat er tot de leeftijd van 3 jaar niets aan de hand was. Een van de criteria voor autisme-spectrum-stoornissen is juist dat er al heel jong kenmerken aanwezig moeten zijn, al vóór de leeftijd van 3 jaar. Om wat voor kenmerken het dan zoals kan gaan leest u o.a. in Hoe herken je autisme bij baby's, peuters en kleuters?

Lastige diagnose

Zo zie je maar weer dat autisme echt een lastige diagnose is. Veel kenmerken die bij autisme horen, kunnen ook bij andere psychische stoornissen voorkomen, of zelfs tot de normale ontwikkeling behoren, of gewoon een fase zijn.

Bijvoorbeeld:

  • moeite hebben met veranderingen. Ook kinderen met ADHD kunnen dat hebben;
  • boos worden als de dingen niet gaan zoals je ze in je hoofd hebt (wat u dochter heeft met het eten) zie je niet alleen bij kinderen met ASS maar ook bij temperamentvolle kinderen die 'gewoon' erg opstandig zijn en graag hun zin willen doordrijven. Zeker peuters houden heel erg vast aan vaste patronen;
  • stereotiepe bewegingen kunnen kinderen nog lang maken zonder dat er verder ook maar iets met ze aan de hand hoeft te zijn;
  • taaluitingen veel te letterlijk nemen heeft vaak met taalvaardigheid te maken;
  • slecht oogcontact maken kan ook voorkomen bij kinderen die heel angstig en verlegen zijn.

Kortom: allemaal kenmerken die bij autisme-spectrum-stoornissen (en dus ook bij PDD-NOS) horen, maar net zo goed ergens anders aan toegeschreven kunnen worden.

Jaloezie, boosheid en brutaliteit

PDD-NOS is dus niet waarschijnlijk. Maar wat dan? Dat is moeilijk te zeggen van deze afstand. Wat u zelf ziet, is: jaloezie, boosheid, brutaliteit, en fixatie op eten. (U zei dat ze 'stevig' is, maar is ze ook echt te dik?)

De reden waarom het zo moeilijk is om dat soort gedrag te duiden, is dat het allemaal problemen zijn die – wederom – óók – voor kunnen komen bij kinderen die zich verder prima ontwikkelen.

Om daar meer over te kunnen zeggen zou ik meer over uw dochter moeten weten. Hoe gaat het op school? Hoe is zij met leeftijdgenoten? Heeft zij hobby's waar ze zich in uit kan leven?

Soms is het zo dat kinderen vooral thuis, in de interactie met hun ouders (en broertjes en zusjes), lastig gedrag laten zien, maar zich buitenshuis voorbeeldig gedragen. Wat niet wil zeggen dat er dan niets aan de hand is, want verziekte gezinsrelaties kunnen voor alle gezinsleden veel leed veroorzaken en kunnen ook de gezonde normale ontwikkeling van een kind en van het gezin dwarsbomen.

Professionele hulp

Zoals ik al zei: wat er bij uw dochter en in uw gezin precies aan de hand is, kan ik niet goed zeggen. Maar desondanks lijkt het me wel verstandig om ermee naar een professionele gedragsdeskundige te gaan, zoals een kinderpsycholoog of een kinderpsychiater. U kunt dat regelen via Bureau Jeugdzorg of via uw huisarts.

Meestal adviseer ik in zo'n geval om terug te gaan naar de hulpverlener die je al kent, maar in dit geval zou ik toch iemand anders zoeken. Ten eerste vanwege de diagnose die me verbaasde, en ten tweede vanwege de motivatie om geen medicatie voor te schrijven. Misschien heb ik het verkeerd begrepen, maar als er geen medicatie is voorgeschreven omdat er geen contactproblemen zijn, dan vind ik dat wel een beetje vreemd. Alsof er wél medicatie voorgeschreven zou zijn als er wél contactproblemen waren. Ik zou niet weten wat dat dan voor medicijnen zouden moet zijn.

Ik uw geval denk ik dat goede opvoedingsadviezen en het vinden van een goede manier om met uw dochter om te gaan, het belangrijkst zijn. Overigens is het wel handig om het verslag van het vorige PDD-NOS onderzoek mee te nemen naar uw nieuwe hulpverlener.

Heel veel succes ermee!