Home » Vraagbaken » Mijn dochter zegt dat ze een jongen is beamen of tegenspreken 2½ jr

Mijn dochter zegt dat ze een jongen is. Beamen of tegenspreken? (2½ jr)

Door:

Sanderijn van der Doef

Mijn dochter (2 jaar en 8 maanden) zegt dat ze een jongen is. Als ik zeg dat ze een meisje is, wordt ze boos. Aan de andere kant vindt ze het juist heerlijk als ik zeg dat ze een (grote) jongen is. Haar gedrag is wel meisjesachtig. Ze speelt liever met poppen dan met jongensspeelgoed, en is heel zachtaardig.

Inmiddels zeg ik nooit meer dat ze een meisje is. Soms zeg ik dat ze inderdaad een jongen is, maar het liefst vermijd ik het onderwerp. Doe ik hier goed aan, of moet ik volhouden dat ze een meisje is? Mij maakt het niets uit, maar ik wil graag het juiste doen.

Onze rollen thuis zijn redelijk klassiek, behalve dat ik (de moeder) degene ben die veel timmert, etc. Ik wilde vroeger tot mijn tiende een jongen zijn en speelde nooit met poppen.

Antwoord: 

Kinderen zijn tot ongeveer hun 4e jaar erg bezig met het ontdekken van hun 'gender-identiteit', oftewel: uitvogelen tot welk geslacht ze behoren en wat dat in de praktijk betekent. De eerste stap in dat proces is dat ze gaan ontdekken dat de wereld bestaat uit twee soorten mensen: jongens (respectievelijk mannen) en meisjes (respectievelijk vrouwen).

Pas tussen hun 4e en 5e begrijpen ze dat hun eigen sekse een vaststaand feit is. In de jaren daarvoor zijn ze nog volop aan het stoeien met beide seksen. Zo kunnen jongetjes op die leeftijd heel meisjesachtig zijn en andersom, omdat ze aan het uitproberen zijn hoe het is om die andere sekse te zijn.

Uitproberen

Soms gaat dat uitproberen zo ver dat ze concluderen dat ze eigenlijk veel liever die andere sekse willen zijn. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Het kind kan bijvoorbeeld merken dat de andere sekse leukere dingen doet, of meer privileges heeft. Of het kind ziet in zijn omgeving voorbeelden die niet overeenkomen met de ideeën die het heeft bij hoe een meisje of jongen zou moeten zijn.

Dit hoort allemaal bij de fase van de gender-identiteitsontwikkeling. In deze periode zie je wel vaker dat kinderen zich willen verkleden als de andere sekse (bijvoorbeeld: jongetjes die in een verkleedspelletje graag een prinsesje willen zijn) of zich willen gedragen als de andere sekse. Bijvoorbeeld: meisjes die mee willen voetballen, of ook riddertje willen spelen.

Gender-identiteitsstoornis

Na de kleutertijd is het voor de meeste kinderen duidelijk 'wie en wat ze zijn', hoe ze zich willen gedragen, en hoe ze zich willen kleden.

Op dit moment van zijn ontwikkeling kan een kind echter ook voelen dat hij niet thuishoort bij de sekse waartoe zijn lichaam wel hoort. We noemen dit een 'gender-identiteitsstoornis'. Dan wil dit kind ook echt de andere sekse zijn in alles. (Ik zei: "in alles". Dat is dus iets anders dan een meisje dat nog steeds graag mee wil voetballen met de jongens, of een jongen die het leuk vindt om zich af en toe te verkleden als meisje.)

Soms zie je dat deze behoefte overgaat als het kind weer wat ouder is en veel duidelijker begrijpt dat er aan zijn sekse niets te veranderen is. Maar soms gaat het niet over, en houdt het kind vol dat het in een verkeerd lichaam is geboren.

Als een kind op zijn 7e à 8e nog steeds overtuigd is van het feit dat het geboren is in een verkeerd lichaam, kun je hulp zoeken bij de gender-kliniek van het VU-ziekenhuis in Amsterdam. Voor meer informatie over gender-identiteitsstoornissen, zie: Ongelukkig met je eigen lijf.

Hoe moet je reageren?

Nu terug naar uw eigenlijke vraag. U vroeg hoe u het beste kunt reageren.

Kort en goed: uw huidige reactie is prima! Als er momenten zijn waarop uw 2½-jarige dochter liever hoort dat ze een jongetje is, dan kunt u dat gewoon beamen. Op andere momenten is het ook prima om het onderwerp te vermijden. Ze zal er zelf achter moeten komen wie en wat ze is. En daar kómt ze in de komende jaren ook achter.

Nu zit ze in een fase waarin ze nog denkt dat ze het ene moment een jongetje kan zijn en het andere moment een meisje. Rond haar 4e à 5e jaar weet ze dat dat niet meer kan veranderen, zoals dat nu nog wel kan, en wordt het voor haar duidelijk dat ze een meisje is, voor altijd.

Door haar nu tegen te spreken, en op de momenten dat ze een jongen wil zijn te ontkennen dat ze een jongen is, doorbreekt u de fantasie waarin ze graag wil zitten. Dat is nergens voor nodig. Laat haar maar gewoon fantaseren als het zo uitkomt. De realiteit komt vanzelf.

Sanderijn van der Doef

is als psychologe en seksuologe gespecialiseerd in de seksuele ontwikkeling van kinderen. Ze werkte eerder bij de Rutgers Stichting en het NIGZ en werkt nu sinds kort bij de World Population Foundation. Zij heeft ook een eigen praktijk. Daarnaast is zij ook op andere fronten actief. Onder andere: als auteur van boeken en lesmappen, als adviseur voor tv-programma's, etc.

Lees verder