Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

19 september 2008 door Elise de Bree

Mijn zoon verandert opeens klinkers. Moet ik mij zorgen maken? (5 jr)

Onze zoon is 5 jaar en heeft altijd een goede en duidelijke uitspraak gehad. Maar sinds kort (ongeveer 5 weken) verandert hij klinkers in woorden. Bijvoorbeeld:

- 'spelen' wordt 'spielen'

- 'hard' wordt 'hord',

- etc.

Eerst waren het enkele woorden, maar nu gaat het constant zo door. De leerkrachten op school is het nu ook opgevallen en moeders van vriendjes is het ook opgevallen.

Ik weet niet hoe dit kan en ik maak mij eigenlijk best wel zorgen. Hij is er een van een tweeling; ze zijn 7 weken te vroeg geboren.

Ik verbeter hem steeds maar ook na drie keer oefenen verandert er weinig. Hoe kan dit?

Antwoord

Het lijkt erop dat uw zoon leert spelen met taal. Hij wordt zich bewust van woorden en structuren, en kan ermee gaan spelen. Dat is een vaardigheid die veel (eentalige) kinderen ontwikkelen rond 5-jarige leeftijd.

Het verwisselen van klinkers is een uiting van het zogenaamde 'metalinguïstisch bewustzijn' dat zich nu begint te ontwikkelen. Dat is: de mogelijkheid om na te kunnen denken óver taal. Vergelijkbare uitingsvormen van dat metalinguïstische bewustzijn zijn bijvoorbeeld:

  • het vervangen van medeklinkers in een woord;
  • het veranderen van woorden in liedjes ("Hanse panse kevertje die klom eens op de
    deur", in plaats van op het hek);
  • en veel te gaan rijmen (en dan vooral alles wat op
    poep rijmt!)

Over poep gesproken: een populaire kindergrap op deze leeftijd, waarin gespeeld wordt met taal (met name het verschil tussen woorden enerzijds en datgene waar die woorden naar verwijzen anderzijds), gaat als volgt:

- kind: "Wat krijg je als je
peop omdraait?"

- ouder: "Poep."

- kind: "En wat krijg je als
poep omdraait?"

- ouder: "
peop natuurlijk."

- kind: "Nee, vieze handen!"

Structuur ontdekken

Op deze manier leren kinderen ook de structuur van woorden. Bijvoorbeeld dat bepaalde delen kunnen rijmen (
snoep en
stoep wel, maar
stoep en
stip niet) en dat er alliteratie voor kan komen, dus woorden met dezelfde beginklank (zoals
kaas en
kip).

U vertelde dat uw zoontje voornamelijk klinkers vervangt. Dat zou kunnen betekenen dat hij de lettergreepstructuur begint te ontdekken.

Heel nuttig

Dit soort klankspelletjes is heel nuttig om – in een later stadium – te leren lezen. Immers, als een kind begrijpt dat er met rijmen en klanken gespeeld kan worden, dan kunnen deze rijmen en klanken vervolgens gekoppeld worden aan (geschreven of gedrukte)
letters.

Ook het feit dat kinderen zich bewust worden van het verschil tussen woorden en datgene waar die woorden naar verwijzen, is heel nuttig voor de toekomst (zie het peop-poep-voorbeeld hierboven), onder andere voor het leren van vreemde talen. Zodra je het verschil begrijpt tussen een woord en datgene waar het naar verwijst, kun je een vreemde taal leren. Pas dan begrijp je immers dat er in een andere taal een ander woord kan bestaan om naar hetzelfde ding te verwijzen. (Meertalige kinderen hebben deze vaardigheid al van jongs af aan meegekregen, en hebben dus een voorsprong in hun metalinguïstisch bewustzijn.)

Voor meer informatie hierover, zie:
Waarom gaat mijn kind opeens fantasiewoorden gebruiken?

Overigens gaat ieder kind op zijn eigen manier door dit bewustwordingsproces heen. Het kan dus zijn dat zijn tweelingbroer of tweelingzus het op een andere manier doet.

Metalinguïstisch bewustzijn of iets anders?

Wat uw zoon doet, is dus waarschijnlijk toe te schrijven aan de ontwikkeling van zijn metalinguïstisch bewustzijn. Er kán natuurlijk iets heel anders aan de hand zijn. Maar als dat zo is, dan is het niet iets om u zorgen over te maken. U vertelde namelijk dat hij altijd goed heeft gesproken en het is heel onwaarschijnlijk dat dit plotseling zou verdwijnen.

Een mogelijkheid zou kunnen zijn dat uw zoon op school een andere uitspraak tegenkomt, zoals een accent of een dialect dat niet bij u thuis gesproken wordt. Het komt wel voor dat kinderen andere accenten oppikken en die overnemen.

De vraag is dan of de klankvervangingen consequent plaatsvinden. Dus: wordt een A altijd een O bij hem (zoals in hard-hord, maar ook kat-kot, bad-bot, etc.), en wordt een EE altijd een IE (zoals spelen-spielen, strelen-strielen, leven-lieven, etc.) of zit er helemaal geen systeem in? Als er systeem in zijn vervangingen lijkt te zitten, dan pleit dat eerder voor het overnemen van een accent dan voor spelen met taal.

Wat kunt u doen?

Zoals u zelf al gemerkt heeft, is het niet zo zinvol om te gaan oefenen en hem te verbeteren. In het gunstigste geval gebeurt er niets (zoals bij u) maar je loopt ook nog het risico op irritaties en ruzies, en dan ben je nog verder van huis.

Wat u wél kunt doen, is testen of uw zoontje zelf hoort dat hij de woorden op dit moment fout zegt. (Als dat zo is, dan is dat een goed teken.) Bijvoorbeeld:

  • U kunt een van zijn eigen vervangingen nemen, en kijken hoe hij daarop reageert. ("Ik ga je heel hord roepen, goed?" Of: "Ga je met X spielen?"). Waarschijnlijk zal hij dan verbaasd reageren. En als het meezit verbetert hij u zelfs.
  • Ook kunt u hem meerkeuzevragen voorleggen, zoals: "Moet ik zeggen
    spelen of
    spielen?". Ik vermoed dat hij de goede antwoorden hierop weet.

Mocht u zich toch zorgen blijven maken, dan kunt u altijd een logopedist raadplegen. Ik ga er echter vanuit dat uw kind de lol van taal aan het ontdekken is en wens hem (en u) veel plezier daarmee!