Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

13 april 2007 door Sanderijn van der Doef

Mijn zoontje wordt geplaagd om zijn kleine piemel. Hoe kan ik hem hem weerbaarder maken? (8 jr)

Mijn zoontje van 8 schaamt zich ontzettend voor zijn kleine piemel. Hij had al een klein geslachtsdeel bij zijn geboorte, maar na zijn besnijdenis oogde het zelfs nog kleiner.

In de kleedruimte bij het zwembad wordt hij vaak geplaagd door kinderen. Mijn zoon weet dan niet hoe hij moet reageren. Hij krijgt dan een rood hoofd, en wordt erg verdrietig. Het liefst kleedt hij zich alleen om, of bedekt hij zijn piemel met een handdoek. Ik voorzie echter problemen wanneer hij volgend jaar met de klas gaat schoolzwemmen.

Heeft u misschien tips hoe ik hem weerbaarder kan maken ten opzichte van andere kinderen?

Antwoord

Ik weet niet precies wat u met 'klein' bedoelt, want een klein piemeltje is voor jongetjes tot ze in de puberteit komen heel gewoon! De meeste jongetjes zijn zich dan ook niet zo bewust van de maat van hun piemel, omdat anderen het vaak ook hebben. Pas als ze in de puberteit komen, wordt dat anders.

Klaarblijkelijk is uw zoontje door anderen gewezen op de maat van zijn piemel. Dat is jammer, want nu heeft hij er nogal last van. Wat kun je dan doen?

Even geduld

Wat u in ieder geval kunt doen, is hem geruststellen dat zijn piemel beslist groter gaat worden als hij in de puberteit komt, over een paar jaar. (Voor jongens begint dat ergens tussen de 12 en 14 jaar). Even geduld dus.

Daarnaast kunt u hem vertellen dat de meeste jongens van zijn leeftijd (nog) geen grote piemel hebben, óók de jongens die hem uitlachen!

Het belangrijkst is echter dat hij veel positieve signalen over zijn lichaam krijgt van u. Vertel hem dus wat vaker dan u al gewend was dat hij mooi is, dat zijn lichaam mooi en sterk is, etc. Laat de maat van zijn piemel niet de oorzaak worden van een laag zelfbeeld en een laag zelfvertrouwen!

Schoolzwemmen

Om hem komend jaar een beetje te wapenen bij het schoolzwemmen, kunt u samen met hem praktische oplossingen proberen te bedenken. Stimuleer hem vooral om zélf met suggesties te komen, omdat anders het risico bestaat dat hij uw oplossingen afwijst, onder het motto "dat werkt toch niet". Bovendien leert u hem op die manier om zijn eigen problemen op te lossen, wat ook nuttig is voor later.

Er zouden bijvoorbeeld de volgende mogelijkheden bij hem op kunnen komen:

  • je omdraaien als je je omkleedt;
  • of je omkleden in een apart kleedhokje;
  • of je samen omkleden met wat minder plagerige kinderen (als het gebruik van een apart hokje niet is toegestaan);
  • of een assertief antwoord geven als er iets vervelends wordt gezegd (zoals: "Over een paar jaar is de mijne groter dan de jouwe", of iets dergelijks).

Alles is goed, zolang hij zich maar realiseert dat hij er zélf iets aan kan doen, en dat u hem daarin steunt. Een beetje sturen en hem op weg helpen aan de hand van de bovengenoemde voorbeelden is trouwens prima hoor.

Als niets helpt

Als niets helpt, en de plagerijen maar blijven doorgaan, dan is het misschien een idee om de leerkracht in te schakelen. Mogelijk kan die zorgen dat de grootste plagers bij het omkleden bij hem uit de buurt blijven.