25 februari 2005 door Annelou de Vries

Onze dochter functioneert niet goed. Moet ze nu naar het speciaal onderwijs of niet? (5½ jr)

Ons gezin bestaat uit twee kinderen: een zoon van 7½ en een dochter van 5½. Het meisje vertoont behoorlijk negatief gedrag, door pertinent niet te doen wat er van haar gevraagd wordt. Ze gaat vaak haar eigen gangetje en als je haar corrigeert, gaat ze meestal jammeren. Ze weigert ook pertinent iets te vragen; ze wil het allemaal zelf doen. En als ze het niet zelf kan, gaat ze staan wijzen of "uh-uh" doen. Als je iets aan haar vraagt, krijg je vaak geen antwoord of schreeuwt ze erg hard. Ze vertoont ook weinig interesse voor veel zaken.

Op de basisschool vertoont ze hetzelfde gedrag. En wanneer de leerkracht haar beloont als ze iets goed heeft gedaan, draait ze het helemaal om naar het negatieve. De leerkracht weet niet wat ze ermee aan moet, en zegt dat ze van school moet.

Ze is getest toen ze bijna 5 jaar oud was. Het test-bureau concludeerde: ze kan niets en ze zal ook nooit iets kunnen. Wij denken dat ze tijdens dat onderzoek hetzelfde gedrag vertoonde van niets zeggen, of schreeuwen, of zich clownesk gedragen.

Nu zitten we op het punt dat we ons afvragen: moet ze nu naar het speciaal onderwijs of niet? Maar dit is moeilijk, omdat ze voor het speciaal onderwijs wel eens te goed zou kunnen zijn. Ze kan het namelijk wel maar laat er niets van zien.

Antwoord

Om je als ouder te realiseren dat er 'iets' aan de hand is met je kind en dan te besluiten wat je ermee moet doen, is verschrikkelijk moeilijk. Aan de ene kant moet je deskundigen vertrouwen, maar aan de andere kant ben je als ouder toch degene die je kind het beste kent. Wanneer zich dan een situatie voordoet waarin je eigen indruk enerzijds en die van de leraar, de pedagoog of de psycholoog anderzijds niet overeenkomen, dan is er maar één oplossing: met hen in gesprek gaan over die verschillen. Dat kan helpen om een keuze te maken waar je jezelf goed bij voelt en die voor je kind het beste is.

Tot zover de kern van úw probleem. Nu het probleem van uw dochter.

Gedragsproblemen

Uw dochter laat veel 'gedragsproblemen' zien. Dat is een breed begrip dat staat voor:

  • opstandig
  • nors
  • mopperig
  • en niet-meewerkend gedrag.

Uit datgene wat u vertelt, maak ik op dat uw dochter wel beantwoordt aan dat beeld. Hoewel kleuters soms stierlijk vervelend kunnen zijn, horen ze in principe toch vrolijk, levenslustig, praatgraag en geïnteresseerd te zijn in alles om hun heen. En dat lijkt bij uw dochter niet of nauwelijks het geval te zijn.

Gedragsproblemen van kleuters kunnen heel veel oorzaken hebben, maar meestal betekent het dat er meer aan de hand is. Een kind 'kiest' er niet voor om door volwassenen en andere kinderen als moeilijk handelbaar of onaardig gezien te worden. Uit uw verhaal lees ik niet of deze problemen altijd al bestaan hebben, of langzaam of plotseling zijn ontstaan. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat vanaf het moment dat uw dochter naar school ging, ze steeds 'lastiger' is geworden.

Terugval

Misschien is uw dochter zelfs wel wat teruggevallen in haar ontwikkeling. Het lijkt er namelijk een beetje op dat zij het soort koppigheid laat zien, dat meer past bij een 3-jarige peuter, die net heeft geleerd wat het is om 'nee' te zeggen en een eigen wil te hebben.

Kinderen kunnen gedrag laten zien dat eigenlijk past bij een jongere leeftijd, als reactie op spanning of stress. Het kan bijvoorbeeld gaan om de geboorte van een broertje of zusje, een verhuizing, of een ziekenhuisopname, maar ook als er eisen aan een kind worden gesteld die hij of zij (nog) niet aankan. Bijvoorbeeld op school.

School, waar gepresteerd moet worden, kan een bron van spanning zijn, als een kind niet mee kan komen met zijn leeftijdsgenootjes.

Psychologisch onderzoek

Het is dan ook heel goed dat de school, of de ouders zelf, op het moment dat een kind laat zien dat het niet lekker in zijn vel zit, begint met een psychologisch onderzoek.

In zo'n test, die bij uw dochter is uitgevoerd door een bureau, wordt met behulp van puzzeltjes, opdrachtjes en vragen gekeken hoe een kind functioneert in vergelijking met zijn leeftijdgenootjes. Op die manier wordt een indruk gekregen van de intelligentie, wat iets zegt over de leercapaciteiten die een kind heeft.

Een goede psycholoog (aangesloten bij het NIP) kijkt bij de uitslag van zo'n test ook naar de mate waarin het kind heeft meegewerkt. Want als een kind er geen zin in had, zijn best niet deed, of alleen maar de clown uithing, dan is de kans groot dat er een lagere intelligentie uitkomt dan als dat alles niet het geval was. En: hoe jonger het kind, des te meer de testuitslag afhankelijk is van dit soort gedrag!

Veel gegevens

In een psychologisch onderzoek wordt meestal ook – in meer of mindere mate – gekeken naar de manier waarop het kind zich sociaal en emotioneel ontwikkelt. Er wordt nagegaan hoe het kind zichzelf voelt en hoe het zich gedraagt met anderen.

Samen met de informatie die u en de school hebben gegeven over de ontwikkeling van uw dochter, maakt een psycholoog of een pedagoog een advies voor datgene wat er gedaan zou kunnen worden om te zorgen dat ze zich beter ontwikkelt.

Dat advies is dus gebaseerd op veel gegevens, maar het blijft natuurlijk een momentopname en een mening van één persoon. Het is iets om heel serieus te nemen, maar ook om verder over te praten en te denken met alle betrokkenen.

Verschrikkelijk schrikken

U vertelde dat de uitslag van het psychologisch onderzoek van uw dochter was dat zij niets kan en nooit iets zal kunnen. Dat klinkt wel heel erg pessimistisch, en eerlijk gezegd ook wel heel erg kort door de bocht en bot.

Meestal wordt in het onderzoek aangegeven op welk niveau de leercapaciteiten zijn. Daarbij worden termen gebruikt als 'benedengemiddeld', 'moeilijk lerend' of 'zeer moeilijk lerend'. En als er nog meer aan de hand is 'zwakbegaafd', 'zwakzinnig', 'verstandelijk beperkt' of 'gehandicapt'.

Het is vaak verschrikkelijk schrikken voor ouders om een deskundige zo'n oordeel over hun kind te horen uitspreken. Maar ook is het zo dat ouders niet altijd doorhebben dat er zoiets echt aan de hand is met hun kind.

Alle kinderen kunnen leren

Kinderen kunnen erg goed zijn in het verbloemen van hun moeite met leren. Met allerlei 'slimmigheden', zoals helemaal niets meer willen zeggen, of alleen maar koppig zijn en nee zeggen, kunnen zij hun eigen onkunde maskeren.

Maar: álle kinderen kunnen leren! Als je minder leercapaciteiten hebt, heb je alleen andere leermethoden nodig, met veel meer herhaling. En je uiteindelijke niveau zal lager uitkomen, maar dat maakt voor het basisprincipe dat elk kind kan leren niet uit.

Speciaal onderwijs of ambulante begeleiding

Op het speciaal onderwijs hebben ze de kennis in huis om met kinderen met minder capaciteiten aan de slag te gaan. Er zijn veel soorten speciaal onderwijs, afhankelijk van het leerniveau van een kind.

Ook bestaat er tegenwoordig de mogelijkheid om kinderen op het gewone basisonderwijs te laten, met ondersteuning door het speciaal onderwijs. Met behulp van een rugzakje [lees: financiële ondersteuning - red.] of een indicatie, wat allemaal via de school geregeld moet worden, kan er ambulante begeleiding op school komen. Er wordt dan een leerplan gemaakt voor het kind, en de leerkracht krijgt extra advies.

Het kán heel fijn zijn voor een moeilijk lerend kind om in zijn eigen omgeving te blijven, maar het kan ook belastend zijn. Het kind blijft dan immers tussen leeftijdsgenoten die op een ander niveau functioneren, waardoor sociale problemen niet ondenkbaar zijn. In dat opzicht kan het speciaal onderwijs een stuk prettiger zijn.

Ook zijn bijvoorbeeld de klassen in het speciaal onderwijs veel kleiner, waardoor kinderen daar meer individuele aandacht kunnen krijgen. In een grote klas schiet dat er eerder bij in. Maar: als de school heel gemotiveerd is en er echt zin in heeft, dan kan het juist geweldig zijn, als een kind op het gewoon basisonderwijs blijft. De uiteindelijke keuze is dus afhankelijk van het kind, de ouders en de school.

Gedragsproblemen thuis

Kinderen die moeilijk leren, vertonen thuis vaker gedragsproblemen. Uw verhaal is daar een voorbeeld van. Soms gaat het veel beter met zo'n kind als het niet meer steeds overvraagd wordt, en naar het speciaal onderwijs is gegaan. Ouders vertellen vaak dat zij vanaf dat moment een ander kind in huis hebben. Een kind veel meer ontspannen en een stuk vrolijker is!

Maar: als de problemen thuis blijven bestaan, dan kan ook daar speciale hulp en begeleiding nodig zijn. Mocht het ooit van toepassing zijn, denk dan eens aan de stichting MEE, die mede bedoeld is voor kinderen met een leerprobleem.

Hoe nu verder?

Ik weet helaas te weinig over de achtergrond en de omstandigheden van uw kind om te zeggen of ze al dan niet naar het speciaal onderwijs moet gaan. Maar zoals u inmiddels begrepen heeft, is het zeker het overwegen waard.

Mijn advies is om vooral verder te praten met de school, het test-bureau en andere deskundigen, zodat u een weloverwogen beslissing kunt nemen.

Ik wens u heel veel succes met deze moeilijke keuze!