Home » Vraagbaken » Problemen met de l en de n moeten we actie ondernemen 5 jr

Problemen met de L en de N - moeten we actie ondernemen? (5 jr)

Door:

Elise de Bree

Mijn zoon wordt eind november 5 jaar. Hij heeft problemen met de L en de N:

  • de N spreekt hij uit als een M;
  • De L spreekt hij uit als een J of een N (dan kan hij de N dus wél zeggen).

Sinds hij aan het kleuteren is, is zijn spraak al stukken vooruit gegaan, maar moet ik nu al actie ondernemen?

Antwoord: 

Als ik u was zou ik me geen zorgen maken om de verwerving van de L-klank. De vervanging van de N-klank (door een M) is echter wat ongebruikelijker. Het is misschien handig als u een keer met uw zoon naar een logopedist gaat; die kan systematisch kijken wat er precies gebeurt.

Hieronder zal ik eerst wat meer vertellen over de verwerving van de L en de N. Daarna volgt een aantal vragen die je je kunt stellen om erachter te komen of er iets bijzonders aan de hand is, en zo ja wat.

L-klank

De L-klank is voor veel kinderen een struikelblok. We hebben daar al vaker aandacht aan besteed. Zie bijvoorbeeld:

Het gebeurt dus wel vaker dat het even duurt voordat deze klank op alle plekken waar hij voor kan komen (vooraan een woord, achteraan, in medeklinker-clusters, etc.) goed uitgesproken wordt.

N-klank

De N-klank daarentegen, wordt meestal redelijk vroeg verworven, zowel in de beginpositie (bijvoorbeeld in neus) als aan het eind (bijvoorbeeld in been). Wel wat moeilijker is de N als die in een medeklinker-cluster voorkomt. Denk bijvoorbeeld aan woorden als knie en knop (cluster KN) of pneumatisch en pneumokokken (cluster PN). Dat soort woorden komen dus wat later.

De N kan door veel klanken worden vervangen, vaak door klanken die op dezelfde plaats in de mond gearticuleerd worden, zoals de D en de T. Uw zoon lijkt ervoor te kiezen om de N te vervangen door een klank van dezelfde soort (de N en de M zijn allebei nasale klanken, oftewel klanken waarbij de neus meedoet), maar die wel een andere plaats van articulatie heeft: voor in de mond, met de lippen. Op zich geen gekke strategie.

Vragen

Om erachter te komen of er iets bijzonders aan de hand is, en zo ja wat, kun je een aantal vragen stellen:

  • Maakt uw zoon altijd van de L een J of een N (en van de N een M), of gaat het soms ook goed? Wordt luis bijvoorbeeld altijd "juis" of "nuis", of ook wel eens gewoon "luis"?
  • Kunt u voorspellen wanneer hij de L gaat vervangen door een J of een N? Wordt dat bijvoorbeeld bepaald door de andere klanken in een woord?
  • Wordt de N altijd een M of ook wel eens een andere klank?
  • Gebeurt het alleen bij bepaalde – moeilijke en lange – woorden, of maakt dat niet uit?
  • Komen de vervangingen op alle plekken in het woord voor, of alleen aan het begin van het woord (luis) of als tweede medeklinker in een reeks (blauw)?
  • Kan uw zoon de L en de N wel in isolatie maken? Kan hij bijvoorbeeld lalala of nanana zeggen?
  • Hoort hij zélf dat hij de klanken vervangt? Merkt u bijvoorbeeld frustratie hierover? En hoort hij het als ú een woord fout zegt? Bijvoorbeeld als u zegt: "Kijk, ik pak de jepel" in plaats van 'de lepel'?
  • Is uw zoon verstaanbaar voor andere kindjes op school?

Het is heel goed mogelijk dat de klanken opeens wel op hun plek komen bij uw zoon, maar u kunt het ook eens bespreken met een logopedist. Die zal u dezelfde soort vragen stellen als ik zojuist deed, dus denk alvast eens na over de antwoorden, bij wijze van voorbereiding.

Succes ermee!

Elise de Bree

is taalkundige en gespecialiseerd in kindertaal. Elise is werkzaam als postdoc-onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht.

Lees verder