Home » Vraagbaken » Stoppen met meertalige opvoeding om anderen niet buiten te sluiten

Stoppen met meertalige opvoeding om anderen niet buiten te sluiten?

Door:

Nadia Eversteijn

Ik ben een Servische moeder die reeds 18 jaar in België woont en het Nederlands beheerst als een tweede moedertaal. Mijn man (Belg) spreekt Nederlands tegen ons zoontje (18 maanden) en ik Servisch.

Toch begin ik ergens te twijfelen om hiermee door te gaan omdat mijn man ook graag wil begrijpen wat ik tegen ons zoontje zeg. En als we bij vrienden op bezoek zijn, of bij de dokter, of in de winkel, is het moeilijk om het Servisch vol te houden terwijl niemand hier iets van verstaat.

Ik hoor dat je een taal consequent moet gebruiken. Kan ik dan in het openbaar het Nederlands gebruiken en als we alleen zijn (zoon en ik) het Servisch? Of is dat te verwarrend voor hem?

Antwoord: 

U mag heus wel Nederlands spreken tegen uw zoontje als er derden aanwezig zijn. Hij zal dat patroon al gauw doorhebben en het niet verwarrend vinden. Er zijn echter wel een paar valkuilen waarvoor u moet opletten.

Hieronder zal ik eerst uitleggen waarom het niet erg is om niet altijd even consequent te zijn in je taalgebruik. Daarna zal ik beschrijven wat de valkuilen zijn.

OPOL-model en fotomodel

In de literatuur over meertalig opvoeden is al veel geschreven over het bekende 'One Parent One Language'-model (kortweg het OPOL-model). Dat model houdt in dat de ene ouder consequent en puur taal A spreekt met het kind, en dat de andere ouder hetzelfde doet in taal B.

Het OPOL-model is echter geen strikte aanbeveling, maar – zoals het woord al zegt – een model. Het is bedoeld om een bepaalde manier van meertalig opvoeden uit de praktijk te beschrijven, en om die manier te onderscheiden van andere manieren.

Maar zoals echte mensen er meestal wat anders uitzien dan de fotomodellen in een tijdschrift, zo ziet echt meertalig opvoeden er meestal ook net wat anders uit dan de modellen in de literatuur. In de praktijk komen er bijvoorbeeld vaak wat Nederlandse woordjes in de andere taal terecht (zoals 'fietsenmaker', of 'ouderavond'). Misschien herkent u dit, en dat is helemaal niet erg.

Verstaanbaar voor anderen

Daarnaast kan het, zoals u zelf al zei, soms erg prettig zijn als andere mensen ook kunnen verstaan waar je met je kind over praat. U noemt de dokter als goed voorbeeld. Stel dat u met uw zoontje naar de huisarts gaat, dan zal die het zeker prettig vinden als hij (of zij) kan volgen wat uw zoontje en u zeggen. Wellicht kan dit de huisarts helpen om in te schatten wat er aan de hand is. En in de winkel vindt u het wellicht fijn als de bakker het kan horen als u uw zoontje aanspoort om te bedanken voor het gekregen koekje.

U mag echter best selectief zijn: niet áále mensen hoeven te verstaan waar u met uw zoontje over praat, zoals de mensen in de wachtkamer of de mensen in de rij bij de kassa.

Kortom: als u vindt dat het een meerwaarde heeft om anderen te betrekken bij de gesprekken tussen u en uw zoontje, dan kunt u gewoon Nederlands spreken. Uw zoontje zal dat al snel begrijpen en waarschijnlijk van u overnemen. Maar u hoeft zich zeker niet altijd verplicht te voelen om te zorgen dat omstanders u ook kunnen verstaan.

Eerste valkuil: verminderde motivatie

Dit brengt mij op de eerste valkuil. Als uw zoontje zijn moeder heel vaak en heel goed Nederlands hoort spreken, dan zal dat zijn motivatie verminderen om zelf Servisch te spreken!

Doordat hij opgroeit in een Nederlandstalige omgeving, zal vanaf de kleuterleeftijd zijn Nederlands sowieso beter worden dan zijn Servisch. Hij zal meer moeite moeten doen om Servisch te spreken. En zodra hij de indruk krijgt dat je met mama net zo goed Nederlands kunt spreken, dan ziet hij wellicht het nut er niet meer van in om die moeite te doen.

Als uw man erbij is

Welke taal u met uw zoontje moet spreken als uw man erbij is, is een beetje een apart geval. Ik vermoed dat u met uw man bewust gekozen heeft voor een tweetalige opvoeding, en dat uw man ook weet waarom u jullie zoon graag Servisch wilt leren (bijvoorbeeld om contact met familieleden te kunnen onderhouden, of omdat u in die taal het beste uw gevoelens kunt verwoorden, etc.) Als het goed is, wéét uw man dus dat u nooit Servisch spreekt om hem buiten te sluiten.

Hoe dan ook is het goed als partners regelmatig 'evalueren' hoe het meertalig opvoeden gaat. Mocht blijken dat uw man het toch heel vervelend vindt om niet te weten wat u tegen jullie zoontje zegt, dan kunt u overwegen om inderdaad alleen nog Servisch te spreken als u alleen bent met uw zoontje. Maar jammer genoeg weet ik niet hoeveel uren per week u ongeveer alleen doorbrengt met uw zoontje, en of er nog andere personen in de omgeving wonen die Servisch met hem spreken.

Tweede valkuil: te weinig taalaanbod

Dat brengt me op de tweede valkuil. Als er niet genoeg taalaanbod in het Servisch overblijft, zal uw zoontje deze taal maar heel beperkt leren. Hij zal bijvoorbeeld alleen leren om het Servisch (enigszins) te verstaan, maar niet om het ook te spreken. Zeker als u de enige persoon bent die regelmatig Servisch met hem spreekt, is het heel belangrijk dat u flink wat 'uren' maakt in die taal.

Denkt u er nog eens rustig over na met uw man. Hopelijk bereiken jullie een compromis dat naar ieders tevredenheid is!

Nadia Eversteijn

is socio-linguïst en gespecialiseerd in meertaligheid in het algemeen en de combinatie Turks-Nederlands in het bijzonder, werkzaam als onderzoeker bij de Universiteit van Tilburg.

Lees verder