Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

1 januari 2000 door Maaike Verrips

Verkeerde verleden tijd: verbeteren?

Onze zoon van bijna 4 jaar is verbaal echt wel sterk. Hij praat (al lang) in volzinnen. Ik vraag me af of het goed is dat ik hem verbeter in zijn (soms verkeerde) gebruik van de verleden tijd. Hij gebruikt bijvoorbeeld
kreegde,
liepte en
zongde. Zou je hem het plezier aan taal ontnemen als je hem daarop wijst, of moet je dat toch doen?

Antwoord

Om kort te gaan: het is niet nodig uw kind op zijn fouten te wijzen. De kans is groot dat verbeteren geen enkel effect heeft. Bovendien zal hij in de loop der tijd vanzelf de juiste vormen gaan gebruiken.

Gezonde fouten

Verkeerde werkwoordsvormen zijn 'gezonde fouten'. Je ziet ze bij kinderen over de hele wereld. Ze komen vooral voor vanaf de leeftijd van vier jaar of zelfs later.

Voor de oorzaak van dit soort fouten zijn twee soorten verklaringen in omloop. Volgens de ene stroming komen de verkeerde vormen voort uit een kennis-probleem, volgens de andere stroming komen ze voort uit een geheugen-probleem.

De kennis-stroming

Volgens de kennis-stroming ontdekken kinderen na enige tijd de regelmaat in de werkwoordsvervoegingen. Ze ontdekken regels waarmee ze van werkwoorden een verleden tijd kunnen maken. Zo kan een kind de verleden tijd
boorde van
boren maken en
gooide van
gooien. Als een kind die regel net ontdekt heeft, past hij hem toe bij alle werkwoordsvormen.

Ook bij werkwoorden die in de volwassen taal onregelmatig zijn, zoals
zingen en
krijgen. Zo komen
zingde en
krijgde tot stand. Later ontdekt het kind dat dit onregelmatige werkwoorden zijn en dan komen die fouten langzamerhand weer goed.

De geheugen-stroming

Volgens de geheugen-stroming hangen de fouten samen met het feit dat kinderen sneller en ingewikkelder gaan praten. Het ophalen van woorden uit het geheugen gaat dan soms niet snel genoeg. Als het kind de juiste werkwoordsvorm niet snel genoeg kan vinden, valt hij (tijdelijk) terug op de strategie waarmee de meeste verleden tijds-vormen gemaakt worden: de regelmatige vorm.

Naarmate de geheugencapaciteit toeneemt en het spreken verder geautomatiseerd raakt, verdwijnen die fouten dan vanzelf weer.