Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

5 december 2003 door Mieke Beers

Voorkeur voor bepaalde klanken, is dat zorgelijk? (18 mnd)

Mijn dochter van 18 maanden gebruikt alleen maar woorden met a- en ee-klanken. Bijvoorbeeld: kaas, klaar, mama, kwak, mèèè (van: "wat doet het schaap?") en méé (van "meegaan").

Ook weigert ze "papa" te zeggen en zegt ze in plaats daarvan "tata". Ze kán wel "papa" zeggen (als ze andere kinderen nadoet), maar hem roepen doet ze altijd met "tata", ondanks veel verbeteren.

Alle kinderen om mij heen van dezelfde leeftijd praten veel beter dan zij. Moet ik me zorgen gaan maken? Vooral ook omdat zij pas slaagde bij de derde gehoortest.

Ze is geboren met klompvoetjes en nu hoor ik mensen zeggen dat er een verband bestaat tussen die voetjes en de taalachterstand. Zegt dat jullie iets?

Antwoord

De vraag of u zich zorgen zou moeten maken is heel moeilijk te beantwoorden. Er kán iets aan de hand zijn, maar dat hoeft niet.

Normale ontwikkeling

Bij een normaal verlopende ontwikkeling beginnen kinderen tussen hun eerste en tweede verjaardag met praten. Dit zijn eerst enkele woordjes en later ook korte zinnetjes van twee woorden (bijvoorbeeld: "mama doen").

Deze periode is zeer ruim genomen, omdat er veel verschillen zijn tussen kinderen onderling. Kinderen verschillen bijvoorbeeld sterk in het tempo waarin ze woordjes leren: sommige kinderen leren heel geleidelijk steeds nieuwe woordjes, terwijl andere kinderen leren met spurts, dat wil zeggen dat ze plotseling heel veel woorden tegelijk leren. Bij de meeste kinderen ligt zo'n woordenschat-spurt, als die er is, zo rond de 18 maanden.

Niet meteen perfect

Ook moet u zich realiseren dat kinderen niet van het ene moment op het andere een perfecte uitspraak hebben van hun eerste woordjes. Ook het leren van de klanken van de taal gaat geleidelijk. Het is bekend dat kinderen een voorkeur kunnen hebben voor woorden met klanken die ze kunnen uitspreken. Andere woorden gebruiken ze dan gewoon niet, ook al kennen ze ze wel.

Daarnaast verschillen kinderen in hun voorkeursklanken. Die van u heeft kennelijk een voorkeur voor de klanken
á,
é en
è.

Wisselend gehoorverlies

Tot zover klinkt het verhaal van uw dochtertje dus niet zorgwekkend. Door al die verschillende ontwikkelingsmogelijkheden is het juist in deze periode moeilijk om kinderen onderling te vergelijken.

Maar. Het feit dat zij met moeite voor de eerste gehoortesten is geslaagd, kan wel een aanwijzing zijn dat haar taal- en spraakontwikkeling beïnvloed wordt door een wisselend gehoorverlies. Hele periodes zal ze dan goed horen, maar er zullen ook periodes zijn waarin ze minder goed hoort. Hierdoor heeft zij geen vaste klankbeelden van de woorden die ze leert.

Om dit uit te laten zoeken kunt u contact opnemen met een Audiologisch Centrum. U kunt dat zelf doen, of u kunt dat laten doen via het consultatiebureau. (Zie verder:
Wat doet een Audiologisch Centrum?)

Klompvoetjes

Of er een relatie kan zijn tussen eventuele taalontwikkelingsproblemen enerzijds en de klompvoetjes anderzijds, is mij helaas niet bekend. Wel is het bekend dat taalontwikkelingsproblemen voorkomen bij verschillende syndromen. Maar nogmaals: of klompvoetjes daar ook bijhoren, weet ik niet.

Stel dat er bij uw dochtertje een taal- of spraakontwikkelingsprobleem wordt geconstateerd, bijvoorbeeld na onderzoek op een Audiologisch Centrum, dan is het zéker van belang om na te gaan of er misschien sprake is van een breder probleem, waarbinnen ook de klompvoetjes zouden passen. Een kinderarts is de aangewezen persoon om dat uit te zoeken.

Voorlopig kan het echter nog heel goed zijn dat uw dochter één van de vele taal- en spraakontwikkelingsvarianten laat zien.