Home » Vraagbaken » Wanneer kan mijn tweetalige kind hebreeuws leren lezen en schrijven 3 jr

Wanneer kan mijn tweetalige kind Hebreeuws leren lezen en schrijven? (3 jr)

Door:

Nadia Eversteijn

Onze zoon van ruim 3 jaar spreekt Hebreeuws (de taal van mijn man) en Nederlands (de taal van mijzelf). Aangezien het Hebreeuws een ander alfabet kent en ook nog eens van rechts naar links wordt geschreven (net als het Arabisch), vraag ik me vaak af wanneer we moeten beginnen met lezen en schrijven in het Hebreeuws. Moet dat gelijk met het Nederlands, of is het beter om nog even af te wachten?

Zijn woordenschat en zijn grammatica zijn in beide talen zeer uitgebreid en hij kan ook beide talen goed van elkaar scheiden.

Antwoord: 

In de meeste gevallen is het aan te raden om even te wachten met het leren lezen en schrijven van een tweede taal. Voor het Hebreeuws geldt dat eigenlijk nog sterker dan voor talen die een gelijksoortig schrift hebben als het Nederlands.

Hieronder zal ik uitleggen waarom dat zo is. Ook zal ik vertellen hoe u kunt bepalen wanneer uw zoon rijp is voor het leren lezen en schrijven van het Hebreeuws. Ik zal beginnen met het verschil tussen 'verwerven' en 'leren'.

Het verwerven van meerdere talen tegelijk

Het is heel goed mogelijk om kinderen tegelijkertijd twee talen te leren verstaan en spreken, het liefst zelfs al vanaf hun geboorte. Uit uw beschrijving maak ik op dat uw zoontje daar gelukkig een prima voorbeeld van is, want u vertelt dat zijn woordenschat en grammatica in zowel het Nederlands als het Hebreeuws heel uitgebreid zijn.

Wetenschappelijk gezien is er dan ook geen enkele reden om aan te nemen dat een kind dat in staat is om op normale wijze één taal te verwerven, ineens problemen zou krijgen als het twee talen tegelijk verwerft.

Verwerven is niet leren

Ik sprak met opzet van 'verwerven' en niet van 'leren', omdat verwerven en leren niet hetzelfde is. Verwerven betekent dat je iets onbewust, schijnbaar zonder enige inspanning, oppikt.

Iemand die onbewust een taal verwerft, kent de regels niet expliciet. Uw zoontje kan bijvoorbeeld niet zeggen: "In het Nederlands worden meervouden meestal gevormd door '-en' of '-s' achter het zelfstandig naamwoord te plaatsen." Sterker nog: als u hem vraagt: "Wat is een meervoud?", dan zal hij ongetwijfeld antwoorden dat hij dat niet weet.

Toch zal hij, als hij Nederlands spreekt, regelmatig een meervoudsvorm gebruiken. En meestal zal die meervoudsvorm correct zijn, dat wil zeggen: 'volgens de regel'. Die regel heeft hij, helemaal zonder het zelf te merken, afgeleid uit het Nederlandse-taalaanbod dat hij om zich heen hoorde. Zo rond hun 4e jaar beheersen de meeste kinderen de grammaticaregels van hun moedertaal perfect.

Leren

Leren betekent dat je de dingen juist wél op een heel bewuste manier je eigen maakt. Leren vereist dan ook een cognitieve inspanning (je moet erbij nadenken); het gaat niet meer schijnbaar 'vanzelf'.

Vanaf een jaar of 12 is het voor kinderen die kennismaken met een nieuwe taal, efficiënter om expliciete grammaticaregels te leren. Ze hoeven dan niet meer zelf uit gesproken taalaanbod te concluderen op welke manier je een meervoud vormt, en dat spaart tijd. Voor kleine kinderen werkt dit niet; expliciete regels zijn te abstract voor hen. Logischerwijs gebeurt het
leren van een taal meestal in een schoolse context, terwijl het
verwerven van een taal overal plaats kan vinden.

Lezen en schrijven

Maar hoe zit het nu met lezen en schrijven? Kun je dat ook vanzelf verwerven?

Inderdaad bestaan er kinderen die bijzonder geïnteresseerd zijn in geschreven taal, en die zichzelf (al dan niet met wat hulp van ouders of grotere broers of zussen) het lezen van het Nederlands al eigen hebben gemaakt voordat ze in groep 3 terechtkomen. Deze kinderen
verwerven dus het lezen van het Nederlands, net zoals ze het verstaan en spreken ervan hebben verworven.

Dit soort kinderen vormt echter een uitzondering. Voor de meeste kinderen is lezen en schrijven iets wat ze expliciet moeten
leren, en dus een bewuste inspanning van hen vraagt. Hoe groot die inspanning is, verschilt natuurlijk weer van kind tot kind. Sommige kinderen leren lezen en schrijven gemakkelijk en met plezier, terwijl het voor andere kinderen zó lastig is dat ze het als een ware straf ervaren.

Lezen en schrijven in twee talen

Zoals u zult begrijpen, is het dus wel erg veel gevraagd van uw zoon, als u hem tegelijkertijd twee talen zou willen leren lezen en schrijven. In tegenstelling tot verstaan en spreken, wat kinderen moeiteloos kunnen leren in twee talen tegelijk, kost leren lezen en schrijven wél moeite.

Het is dan ook beter om te wachten tot hij zich de beginselen van het Nederlandse schrift heeft eigen gemaakt, en al een beetje geautomatiseerd kan lezen. Dat laatste wil zeggen dat hij woorden niet meer lettertje voor lettertje hoeft te spellen, maar dat hij in één oogopslag kan zien wat er staat. Op welke leeftijd uw zoon dat kan, hangt natuurlijk sterk af van hemzelf, vanwege de enorme variatie die er bestaat tussen verschillende kinderen.

Hebreeuws

Het Hebreeuwse schrift wijkt sterk af van het Nederlandse schrift. Het Hebreeuwse alfabet, oftewel het 'aleph bet' (genoemd naar de eerste twee letters van het schrift) bestaat uit 22 letters, die van rechts naar links worden geschreven, terwijl cijfers juist van links naar rechts worden geschreven. Al die 22 letters zijn medeklinkers: de klinkers worden wel uitgesproken, maar doorgaans niet geschreven. (Al bestaan er wel tekens om de klinkers weer te geven, de zogenaamde 'nikud', die vooral in les- en gebedenboeken worden gebruikt).

Als uw zoon – zodra hij de beginselen van het Nederlandse schrift onder de knie heeft – Hebreeuws gaat leren lezen en schrijven, zijn er dus veel dingen die hij vanaf nul moet leren, zoals de schrijfrichting en de vorm van de letters.

Positieve transfer

Er zal weinig 'positieve transfer' van uw zoons vaardigheden zijn. Dat wil zeggen: veel van de dingen die hij op school heeft geleerd bij het lezen en schrijven in het Nederlands, kan hij niet gebruiken als hij het Hebreeuwse schrift leert gebruiken.

Maar er zijn ook een paar vaardigheden waarbij wél positieve transfer op kan treden. Ten eerste heeft hij op school al geleerd om een woord te analyseren in afzonderlijke klanken: een vaardigheid die je nodig hebt wanneer je een woord wilt opschrijven. Ten tweede heeft hij al geleerd om klanken te synthetiseren, oftewel aan elkaar te plakken, en dat is onmisbaar als je een woord wilt lezen. Tot slot zal hij op school al flink gewerkt hebben aan het ontwikkelen van zijn schrijfmotoriek, wat nodig is om letters te kunnen schrijven.

Voordeel

Ik zie overigens ook een voordeel aan het feit dat het Hebreeuws en het Nederlands zo sterk van elkaar verschillen. Ik verwacht namelijk dat er weinig 'negatieve transfer' op zal treden. Dat wil zeggen: hij zal beide talen niet zo snel met elkaar verwarren, omdat ze weinig op elkaar lijken. Hij zal in het Hebreeuws dus niet zo snel dingen schrijven die alleen bij het Nederlands horen.

Bij een kind dat – bijvoorbeeld – Duits en Nederlands leert, is de kans dat je dingen door elkaar gaat halen veel groter, omdat deze talen dicht bij elkaar liggen, qua type talen. Het is dus best voorstelbaar dat een Duits-Nederlands kind 'das Boech'of 'het buk' zal schrijven. Bij uw zoon is de kans op dergelijke vergissingen veel kleiner.

Veel succes gewenst!

Nadia Eversteijn

is socio-linguïst en gespecialiseerd in meertaligheid in het algemeen en de combinatie Turks-Nederlands in het bijzonder, werkzaam als onderzoeker bij de Universiteit van Tilburg.

Lees verder