Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

22 juni 2007 door Nanny Gortzak

Wanneer moet ik gaan afbouwen? (9 mnd)

Mijn zoontje is bijna 9 maanden. Hij krijgt momenteel nog vier borstvoedingen. Alle voedingen drinkt hij hongerig op.

Wanneer moet ik het aantal voedingen gaan afbouwen? Ik kan hier alleen maar tegenstrijdige informatie over vinden.

Antwoord

Het antwoord is eenvoudig: er is niet echt een regel die zegt wanneer en hoeveel u moet gaan afbouwen. Omdat die regel er niet is, vindt u overal verschillende antwoorden.

Voedingsschema's

Als je naar de voedingsschema's van het consultatiebureau kijkt, dan valt het op dat oudere baby's minder borstvoedingen zouden moeten krijgen dan jongere baby's. En vanaf een bepaalde leeftijd wordt borstvoeding helemaal niet genoemd.

Dat kan allemaal, maar het hoeft niet. Er is geen enkele reden waarom een moeder, die het geven van borstvoeding leuk vindt, daar niet gewoon mee door kan gaan. Moedermelk blijft een volwaardig voedingsmiddel, zolang de baby die melk drinkt. Het is dus helemaal aan de moeder (en het kind) om te bepalen wanneer en hoeveel er afgebouwd moet worden.

Verschillende benaderingen

Daarnaast bestaan er verschillende benaderingen van borstvoeden en de bijbehorende vorm van afbouwen. Er zijn grofweg twee mogelijkheden.

De eerste benadering is het beschouwen van borstvoeding als een manier om de baby te eten te geven.

Sommige moeders vinden het prettig om te starten met afbouwen als het kind meer en meer vast voedsel gaat eten. Het vaste voedsel, in combinatie met ander drinken, vervangt dan beetje bij beetje de voeding die je wilt afbouwen. Als er dan drie maaltijden per dag zijn, met wat drinken erbij en twee snack-momenten, dan komt een moeder soms al gauw tot de conclusie dat de borstvoeding op zijn einde loopt en makkelijk af te bouwen is.

Meer dan alleen eten

De tweede benadering is dat je borstvoeding niet uitsluitend als het toedienen van eten beschouwt, maar ook als een manier om een baby te troosten, veiligheid te geven, en om er intensief lichamelijk contact mee te hebben.

Op die manier zit borstvoeden verweven in alle bezigheden. Dat wil niet zeggen dat de baby de hele dag door drinkt (soms wel, wat ook geen probleem hoeft te zijn), maar meer dat het voeden tussendoor en als vanzelf gaat, zonder op de klok te kijken of bij te houden hoe vaak de baby welke borst krijgt aangeboden.

Vaak krijgen deze kinderen weinig of geen ander drinken gedurende het grootste deel van het eerste jaar (en soms nog langer). Ook zal het introduceren van ander voedsel heel langzaam en geleidelijk verlopen, meestal in de vorm van kleine hapjes die toevallig voorbij komen bij de normale maaltijd.

Moeders die op deze manier hun kind voeden, merken niet altijd dat er minder vaak gedronken wordt, maar wel dat er gedurende sommige voedingen minder gedronken wordt. Daardoor zal de melkproductie op een natuurlijke manier heel geleidelijk afnemen. Zodra de baby andere interesses krijgt, en steeds mobieler wordt, blijven er vanzelf een aantal voedingsmomenten achterwege.

Niet tegenstrijdig

Uit die verschillende benaderingen volgen automatisch de verschillen in afbouwen. De informatie die u tot nu toe bent tegengekomen, is dus niet echt tegenstrijdig, maar gewoon afkomstig uit verschillende bronnen, waarbij elke bron uitgaat van zijn eigen benadering.

U kunt voor uzelf beslissen welke benadering het beste aansluit op uw eigen situatie en uw eigen gevoel. Vervolgens kunt u bepalen of u de voedingen zélf wilt afbouwen (inclusief het moment en het tempo), of dat u het meer wilt overlaten aan datgene wat uw baby aangeeft in de komende weken.

Succes ermee!