Home » Vraagbaken » Wat betekent al heel vroeg kunnen praten 2 jr

Wat betekent 'al heel vroeg kunnen praten'? (2 jr)

Door:

Lizet van Ewijk

Ik heb een vraag over de taalontwikkeling van mijn dochtertje (nu 23 maanden). Zij is hypermobiel en is pas met 16 maanden gaan billenschuiven, met 28 maanden gaan kruipen, met 20 maanden gaan stappen en met 22 maanden los gaan lopen. Nu wordt er vaak gezegd dat er een verband is tussen kruipen en de taalontwikkeling. In dit geval lijkt dat niet op te gaan, misschien vanwege de hypermobiliteit ?

Anderzijds begon ze juist al met 8 maanden te 'praten'. Toen begon ze gericht "mama" en "papa" te zeggen, en gebruikte ze haar eerste woordje "bal" voor alles wat rond was. Met 12 maanden kon ze zinnetjes maken van 2 à 3 woordjes en met 18 maanden begon ze "ik" en "mij(n)" echt gericht voor zichzelf te gebruiken.

Nu, met 23 maanden, praat ze zo goed als volledig. Dat wil zeggen: ze articuleert erg goed, ze kort geen woorden af, ze maakt volledige zinnen (8 woorden zijn geen uitzondering), ze zingt liedjes na, ze gebruikt werkwoordstijden (verleden tijd en voltooid verleden tijd), ze zegt lange en moeilijke woorden zonder moeite na als ze ze hoort, ze telt tot 5 en herkent de meeste kleuren (begint nu letters te leren herkennen), ze onthoudt namen (van haar eigen gezin en vriendjes, en zegt netjes haar eigen voor- en achternaam), enzovoorts.

Nu vroeg ik mij af of je aan de taalontwikkeling van een kind kunt afleiden of ze hoogontwikkeld zijn, of niet? We hebben namelijk het vermoeden dat ze dat misschien zou kunnen zijn. Niet alleen vanwege haar taalontwikkeling, maar ook omdat ze zich snel verveelt en een extreem goede herkenning heeft van gezichten en locaties, etc. Aan het eind van de dag kan ze bijvoorbeeld precies opnoemen wat ze die dag heeft gedaan en gezien. Daarnaast lijkt ze soms hypersensitief.

We zijn superblij en apetrots dat ze zo goed praat, maar toch ook lichtjes bezorgd, gezien de problemen die kinderen kunnen krijgen als ze hoogontwikkeld blijken te zijn. Het schijnt moeilijk te zijn om dat bij kleine kinderen vast te kunnen stellen, omdat er zoveel verschil zit in zowel de taalontwikkeling als de motorische ontwikkeling op die leeftijd.

We vragen ons dus af of je iets kunt afleiden uit de taalontwikkeling van een peutertje op die leeftijd.

Antwoord: 

Wat fijn dat jullie zo'n kwebbelkousje in huis hebben! Zo te zien gaat het om twee vragen:

  • de relatie tussen de motorische ontwikkeling en de taalontwikkeling (vooral wat betreft het kruipen);
  • en de relatie tussen taalverwerving en hoogbegaafdheid.

Hieronder zal ik over beide onderwerpen wat meer vertellen.

Motorische ontwikkeling en taalontwikkeling

Zoals u zelf al zei, is er een enorme variatie in het tempo waarin kinderen zich ontwikkelen, en – in mindere mate – in de volgorde waarin ze hun vaardigheden verwerven. Dit geldt zowel voor de motorische ontwikkeling als voor de taalontwikkeling. Sommige kinderen beginnen bijvoorbeeld al te spreken rond hun eerste verjaardag, en andere pas rond hun derde. En ook de volgorde (bijvoorbeeld lopen en praten, of andersom) kan verschillen.

Bij de motorische ontwikkeling kijken we in eerste instantie naar de grove motoriek, zoals kruipen, staan en lopen. Maar ook in de ontwikkeling van de fijne motoriek zijn wel bepaalde mijlpalen te onderscheiden. Zoals het gebruik van krijtjes of potloden (en de manier van vasthouden), het stapelen van blokken, en het manipuleren van objecten (zoals het maken van een puzzeltje). Vergeet overigens niet de sociaal-emotionele ontwikkeling. Die doen ze er ook nog bij.

In korte tijd maakt de baby (respectievelijk dreumes en daarna peuter) op verschillende gebieden dus grote ontwikkelingen door. Soms lopen die ontwikkelingen parallel, maar vaker helemaal niet! Het brein verdeelt dan als het ware de aandacht. Dus eerst het ene en daarna het andere. Dat laatste lijkt bij uw dochter het geval te zijn. Een verband met haar hypermobiliteit zie ik eigenlijk niet.

Kruipen en taalontwikkeling

Wat het kruipen en de taalontwikkeling betreft, citeer ik graag een tekst van Paula Fikkert, voormalig medewerkster van deze rubriek, en tegenwoordig hoogleraar taalverwerving aan de Universiteit van Nijmegen:

"Er wordt wel beweerd dat kruipen belangrijk is voor de ontwikkeling van het taalvermogen. Het zou de coördinatie tussen beide hersenhelften bevorderen. Deze coördinatie speelt ook een belangrijke rol bij taal. Dat zou betekenen dat een vroege kruiper ook qua taalverwerving een streepje voor heeft.

Aan de andere kant is het ook weer niet zo dat kruipen noodzakelijk zou zijn voor taalverwerving. Er zijn ook kinderen die niet kruipen en toch vroeg leren praten en omgekeerd."

Oftewel: kruipen kan nuttig zijn, maar het is niet noodzakelijk. Uw dochter bewijst hoe waar dat is.

Taalverwerving en hoogbegaafdheid

Dan uw tweede punt: de mogelijke relatie tussen snelle taalverwerving en hoogbegaafdheid. Uw dochtertje was er inderdaad vroeg bij, met haar taalprestaties! Van haar eerste woordjes tot het vormen van zinnetjes en verstaanbaar spreken. Dat was allemaal eerder dan gemiddeld.

De voorspellende waarde van taal voor een later IQ is echter heel onduidelijk en controversieel. Aan de ene kant is het zo dat kinderen die later 'hoogbegaafd' genoemd worden, inderdaad ook vroeg begonnen met praten. Maar aan de andere kant zijn er ook heel wat vroeg-praters die later niet hoogbegaafd blijken te zijn. De relatie is dus verre van duidelijk.

Op dit moment loopt uw dochter op het gebied van taal, en mogelijk ook sociaal-emotioneel, voor op haar leeftijdsgenootjes, maar of dit ook betekent dat ze dit zal blijven doen, valt niet of nauwelijks te voorspellen.

Ik zou in ieder geval zeggen: geniet van uw pientere dochter! Probeer haar op het juiste niveau te stimuleren door veel met haar te praten, maar ook lekker te spelen (alles wat u zo te horen dus al doet). Geef haar hierbij de ruimte om vragen te stellen. Succes met uw pientere meisje!

Lizet van Ewijk

is als spraak-taal-patholoog en logopedist verbonden aan het Sint Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein. Daarnaast werkt ze als promovendus bij de Universiteit van Utrecht waar ze taalstoornissen bij kinderen en volwassenen onderzoekt.

Lees verder