Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

17 november 2006 door Aleid Grijpma

Wat doe je met een angstig kind? (6 jr)

Onze zoon is 6 jaar. Hij is enig kind, erg gevoelig en vaak angstig. Toen hij 2½ was, kreeg hij een obstipatie-probleem. Daarvoor is hij behandeld in een praatgroepje in het ziekenhuis, samen met andere kinderen. Dat probleem is gelukkig opgelost maar veel van zijn angsten zijn er nog steeds.

Voorheen was hij bang om ergens alleen te zijn. Hij durfde dan bijvoorbeeld niet alleen boven te zijn. Sinds een half jaar gaat dat nu wel goed. Maar nog steeds is hij vaak bang voor het onbekende en soms is hij zo bang dat hij niet naar school wil.

Aanvankelijk ging het inslapen ook niet makkelijk; hij wilde dan dat we in de buurt bleven. Na een tijdje ging dat wat beter maar nu heeft hij toch weer van dat soort problemen. Hij wil niet slapen, hoort geluiden, is bang en droomt vaak dezelfde enge droom.

Op school doet hij groep 2 voor de tweede keer omdat hij sociaal-emotioneel niet sterk in zijn schoenen staat. Maar nu mist hij de kinderen uit zijn vorige groep, die nu naar groep 3 zijn, en kan hij zijn draai op school en in zijn eigen groep niet goed vinden.

We weten niet of we hier hulp voor moeten zoeken, of dat het iets is wat bij past zijn ontwikkeling. Hoe kunnen we hem eventueel zelf helpen?

Antwoord

Als ik uw verhaal zo lees, dan denk ik wel dat uw zoon wat angstiger is dan een gemiddeld kind van zijn leeftijd. Positief is daarentegen dat hij toch vorderingen maakt. Soms is er weer even een terugval, zoals bij het inslapen, maar het is duidelijk dat hij toch af en toe een stapje verder komt en in ieder geval niet blijft stilstaan. Dat is heel belangrijk!

Zelf zou ik daarom geneigd zijn om de natuur nog maar even zijn gang te laten gaan, en het allemaal nog even aan te zien. Ik ga er daarbij wel vanuit dat hij zich verder normaal – volgens zijn leeftijd – ontwikkelt, anders zou het natuurlijk een ander verhaal zijn.

Angsten

Angst is een normaal gevoel dat zich vanaf de peutertijd steeds meer ontwikkelt. Opeens zie je stoere kinderen bang worden voor van alles en nog wat. Angst is nuttig, omdat het je behoedt voor gevaar, zoals het verkeer, honden, of hoge objecten waar je vanaf kunt vallen. De ontwikkeling van angst is dus onlosmakelijk verbonden met de cognitieve ontwikkeling. Je leert dingen, je gaat meer weten, en daardoor ga je meer gevaar zien.

Daarnaast speelt in deze fase ook de fantasie-ontwikkeling een belangrijke rol. En aangezien kinderen vaak moeite hebben om fantasie en werkelijkheid uit elkaar te houden, kunnen ze ook angstig worden van dingen of gebeurtenissen die wat minder reëel zijn, zoals krokodillen onder het bed, of meegespoeld worden met het badwater.

Oorzaken

Bij sommige kinderen slaat de normale angst-ontwikkeling te ver door, waardoor zij en hun ouders er last van krijgen. Dat 'doorslaan', eventueel uitmondend in een angststoornis (dat wil zeggen: als het je totale leven beïnvloedt), kan verschillende oorzaken hebben, zoals:

  • erfelijkheid - bij veel kinderen met angstklachten blijkt een van de ouders (of een familielid) ook een angststoornis te hebben (of gehad te hebben);
  • omgevingsfactoren - te veel stress (spanning) kan een toename van angstklachten geven, bijvoorbeeld bij een onveilig opvoedingsklimaat;
  • reacties van de ouders - bijvoorbeeld: als een moeder zelf bang is voor honden, en zenuwachtig een blokje omloopt als ze er een tegenkomt, dan is de kans groot dat het kind dat zal overnemen.

Vanzelfsprekend zie je ook vaak een combinatie van de eerste en de laatste factor. Angstige ouders zullen vaak angstige reacties naar hun kinderen toe vertonen.

Praktische adviezen

Op basis van de bovengenoemde factoren, die verantwoordelijk kunnen zijn voor 'meer angst dan normaal', kunt u eens kijken wat er bij uw zoon van toepassing zou kunnen zijn. Misschien was de beslissing om uw zoon te laten doubleren al mede gebaseerd op de gedachte om de stress (zie: 'omgevingsfactoren') wat te verminderen.

Daarnaast raad ik u aan om goed naar uzelf te kijken. Hoe reageert u op zijn angst? U helpt uw zoon door veel rust, zekerheid, duidelijkheid en daadkracht uit te stralen. Daarmee geeft u hem de boodschap dat hij niet angstig hoeft te zijn. Stel bijvoorbeeld dat hij veel huilt bij het afscheid nemen. Dan helpt u hem door het afscheid zo kort mogelijk te houden, en hem niet te troosten. Zou u hem wél uitvoerig troosten, dan geeft u daarmee aan dat er inderdaad een reden is om verdrietig te zijn, en dat zijn angst terecht is.

En soms helpt het om een beloningssysteem af te spreken voor de dingen die het kind overwint.

Gedragstherapie

Als uw zoontje over een jaar of twee, als hij 8 is, nog steeds zo angstig is, kunt u gedragstherapie overwegen. Dat is een therapievorm die aantoonbaar effectief is, en waarbij het kind leert om al die dingen waar hij angstig voor is, toch te overwinnen.

In het kader van de gedragstherapie zijn inmiddels leuke methodes ontwikkeld, zowel voor kinderen in hun eentje als voor hele groepjes tegelijk. In het algemeen zijn die methodes echter pas geschikt voor kinderen vanaf een jaar of 8, omdat ze wel een bepaald ontwikkelingsniveau vereisen.

Kinderen gaan dan met de therapeut op zoek naar alternatieven voor hun angstige gedachten. Ze moeten anders leren denken over zaken waar ze bang voor zijn, en dat lukt beter naarmate je wat ouder bent.

Tot die tijd kunt u doorgaan op de huidige voet, dus zelf proberen om hem zijn angsten te laten overwinnen, en kijken hoe dat werkt. Maar als u vindt dat hij vastloopt in zijn ontwikkeling, en te veel gaat afwijken van zijn leeftijdgenoten, dan kunt u contact opnemen met een polikliniek voor kinder- en jeugdpsychiatrie.

Succes ermee!