Home » Vraagbaken » Wat zegt de wetenschap over het conflict tussen taalkundigen en orthopedagogen

Wat zegt 'de wetenschap' over het conflict tussen taalkundigen en orthopedagogen?

Door:

Nadia Eversteijn

We voeden onze kinderen tweetalig op (Frans en Nederlands). Maar regelmatig twijfelen we er toch aan of dit wel een juiste keuze is. Daarom zoeken we een boek dat ons op wetenschappelijke basis kan gidsen in het tweetalig opvoeden.

Ikzelf ben Franstalig opgevoed, en ik merk dat het voor mij natuurlijk is om Frans te praten tegen mijn kinderen. Mijn vrouw begrijpt geen Frans maar vindt het geen probleem als ik Frans spreek wanneer zij erbij is. Ze zegt dat ze het dan ook leert. Ik vind het echter onnatuurlijk om Frans te spreken tegen mijn kinderen als mijn vrouw erbij is. Dan spreek ik dus liever Nederlands. Ook wanneer ik bij de kinderopvang ben, spreek ik liever Nederlands.

Nu las ik in jullie vraagbaak-archief dat het geen bezwaar is als ik de ene keer Frans en de andere keer Nederlands spreek. Het OPOL-model [One parent, one language - red.] is een model, zeggen jullie, maar geen verplichting. Ik zou dus niet altijd consequent één taal hoeven spreken.

Via mijn werk kom ik echter veel in contact met orthopedagogen, die menen dat het absoluut wél nodig is om één taal te blijven spreken. Zij beweren zelfs dat het mixen van twee talen door één ouder ernstige problemen kan opleveren voor later, waaronder taalachterstand.

Vandaar mijn vraag om wetenschappelijke studies, zodat ik beide benaderingen met elkaar kan vergelijken, en kan kijken wie er nu gelijk heeft.

Ook merk ik soms dat mijn kinderen mij niet altijd begrijpen als ik Frans tegen ze spreek (ik doe dit al 2 jaar lang). Daarom vraag ik mij af of ik het nu niet extra moeilijk voor hen maak. Het merendeel begrijpen ze wel, maar ze antwoorden mij altijd in het Nederlands.

Volgens de orthopedagogen die ik sprak, is dit geen goed teken. Wat ze daar precies mee bedoelen weet ik niet, en ik moet zeggen dat ik veel tegenstrijdige informatie hierover vind. Daarom mijn behoefte om wetenschappelijk werk te lezen, dat mij kan helpen en kan blijven motiveren om mijn kinderen tweetalig op te voeden.

Antwoord: 

Ik ben bang dat u in de literatuur het antwoord op uw vraag niet echt zult vinden, omdat daarin voornamelijk één kant van meertalig opvoeden wordt belicht.

Er is heel veel literatuur beschikbaar over – en door – ouders die het One Parent One Language System strikt, en met succes, toepasten. Daarentegen is er nauwelijks literatuur over ouders die de talen niet zo strikt scheiden, zoals in uw gezin het geval is. (Wat natuurlijk nog niet wil zeggen dat hun methode niet succesvol is.)

Onderbelicht

De allereerste literatuur over meertalige kinderen bestond uit case studies van taalkundigen die hun eigen kinderen meertalig opvoedden. Doorgaans scheidden zij zeer bewust de verschillende talen in het taalaanbod aan hun kind.

Het is goed om je te realiseren dat de wortels van de hedendaagse literatuur over meertalig opvoeden dus liggen bij academici die uiterst bewust met 'taalopvoeding' bezig waren, zowel professioneel als thuis. Dat de kinderen van deze hoog-opgeleide ouders hun talen prima verwierven, is begrijpelijk.

Er bestaan echter nog heel wat andere meertalige thuissituaties, die onderbelicht blijven in wetenschappelijk onderzoek. Zo kunnen beide ouders bijvoorbeeld dezelfde moedertaal delen, terwijl dat niet de dominante taal van de omgeving is. Een andere mogelijkheid is dat één of beide ouders zelf tweetalig zijn opgegroeid, in een minderheidstaal én in de meerderheidstaal. Dat soort varianten van meertalig opvoeden vind je vaker in migrantengezinnen.

Tweetalige ouders

Als ouders zelf tweetalig zijn, ligt het voor de hand dat ze hun kinderen in twee talen aanspreken. Dat had u zelf ook al ondervonden. U scheidt de talen nog keurig per situatie: Frans als u met de kinderen alleen bent, en Nederlands als uw vrouw erbij is, of bij de kinderopvang. Zo'n strikte scheiding zie je echter niet altijd.

Andere ouders gebruiken de talen ook wel door elkaar in één situatie en zelfs binnen één zin, omdat ze dat nu eenmaal van jongs af aan gewend zijn. Vooral lager opgeleiden blijken minder bewust om te gaan met de meertalige opvoeding, waardoor ze ook hun talen minder strikt scheiden. Dit wordt onder andere beschreven in nog ongepubliceerd onderzoek van de Taalstudio, en in het rapport Mamma, ik wil heddiek!! (Pot, 2008).

Gemengd taalaanbod

Betekent dit nu dat de kinderen van de laatst genoemde ouders nooit leren om de verschillende talen te scheiden? En dat ze opgroeien tot een soort halve taalbarbaren die geen van beide talen echt beheersen? Nee.

De weinige observaties die er zijn, van kinderen die meerdere talen gemengd aangeboden krijgen, bewijzen eerder het tegendeel. Deze kinderen leren wel degelijk hun talen van elkaar te scheiden. Dat kun je zien wanneer ze in contact komen met eentalige personen; dan kunnen ze wel degelijk alleen die ene taal spreken. Het fascinerende is alleen dat nog nooit is onderzocht hóe ze dat voor elkaar krijgen...

Hebben de orthopedagogen dus ongelijk?

Mag je uit het voorgaande afleiden dat uw orthopedagogen ongelijk hebben, en dat hun waarschuwingen ongegrond zijn? Ja en nee.

Dat uw benadering een taalachterstand bij uw kinderen zou kunnen veroorzaken, durf ik met een gerust hart krachtig te ontkennen. Maar voor één ding moet u wel degelijk uitkijken als u twee talen met uw kinderen gebruikt. Namelijk dat de ene taal niet geleidelijk weggedrukt wordt door de andere. In uw geval: dat uw kinderen wel Nederlands maar geen Frans leren spreken.

Dat risico is wél uitgebreid gedocumenteerd (Annick De Houwer, 'Parental language input patterns and children's bilingual use'. In: Applied psycholinguistics 28:3, p.411-424. Cambridge University Press, 2007). Uit maar liefst 1899 interviews met meertalige Vlaamse families trok zij de volgende conclusie:

Alle kinderen uit de onderzoeksgroep spraken de meerderheidstaal. Maar lang niet alle kinderen spraken daarnaast ook de minderheidstaal: in slechts 76,15% van de families sprak minstens één kind die taal.

Emotionele afstand

Dat het niet over kunnen dragen van de minderheidstaal jammer is, blijkt uit onderzoek van Tseng en Fuligni (2000) onder 600 adolescenten.

Tseng en Fuligni ontdekten dat adolescenten die met hun ouders communiceerden in verschillende talen (de kinderen de meerderheidstaal, de ouder de minderheidstaal), meer emotionele afstand tot hun ouders voelden, en minder geneigd waren om met hun ouders te discussiëren.

Succesvolle overdracht

Hoeveel 'succes' de ouders hadden bij het overdragen van de minderheidstaal, was volgens De Houwer (zie boven) sterk afhankelijk van het patroon van taalaanbod:

  • het meest succesvol waren de ouders die allebei alleen de minderheidstaal tegen de kinderen spraken (96,9% geslaagde overdracht);
  • in het midden bevonden zich de ouders die allebei de meerderheids- én de minderheidstaal aanboden (79,18%);
  • eveneens in het midden bevonden zich de ouders die de OPOL-methode hanteerden (74,24%);
  • het minst succesvol waren ouders van wie de ene ouder alleen de meerderheidstaal sprak, en de andere ouder de beide talen mengde. Zoals bij u dus. Slechts in 35,7% van deze families ging minstens één kind de minderheidstaal spreken.

De Houwer (2007) oppert verschillende verklaringen voor die lage 35,7%:

  • de lage totale frequentie van aanbod in de minderheidstaal;
  • het toestaan van 'tweetalige gespreksstrategieën', waarbij de ouder de minderheidstaal spreekt, maar het kind de meerderheidstaal terugspreekt;
  • de variatie in affiniteit met de minderheidstaal binnen deze groep families. Het stimuleren van affiniteit met de taal is dan ook van groot belang!

Wat misschien wel weer een opsteker voor u is: het maakt niet uit of het de moeder of de vader is, die de minderheidstaal overdraagt. Beide ouders hebben een even grote kans van slagen.

Conclusie

U hoeft dus niet bang te zijn dat uw kinderen de talen niet leren scheiden als u niet consequent Frans met hen spreekt. Ook zullen uw kinderen niet opgroeien tot halve taalbarbaren, en voor een taalachterstand hoeft u evenmin te vrezen.

Wél loopt u het risico dat uw kinderen alleen Nederlands leren spreken. En dat zou jammer zijn. Want meertaligheid biedt echt legio voordelen. Niet alleen omdat het beide ouders in staat stelt een hechtere band met hun kinderen op te bouwen, maar ook omdat het kinderen flinke cognitieve voordelen biedt (zoals meer begrip van wat taal is, en makkelijker technisch leren lezen). En omdat het bij u om Frans spreken in België gaat, biedt het uw kinderen natuurlijk ook een flinke voorsprong in het komende talenonderwijs.

Dat uw vrouw het geen probleem vindt als u Frans spreekt in haar bijzijn, is natuurlijk mooi meegenomen. Daar kunt u dankbaar gebruik van maken!

Mijn advies luidt dan ook: niet langer twijfelen over dat Frans, maar er volledig voor gaan!

Nadia Eversteijn

is socio-linguïst en gespecialiseerd in meertaligheid in het algemeen en de combinatie Turks-Nederlands in het bijzonder, werkzaam als onderzoeker bij de Universiteit van Tilburg.

Lees verder