Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

20 juni 2008 door Elise de Bree

Welke invloed heeft een hemiplegie (halfzijdige verlamming) op de taalontwikkeling? (16 mnd)

Onze dochter van bijna 16 maanden brabbelt alleen nog maar, meestal "da" of "tha"/"that", soms ook "ba", "mamamama" of "na".

Andere klinkers dan de AA gebruikt ze nauwelijks. Ze kent maar een paar woordjes: "dada" als ze dag zwaait, "aai" bij het aaien van een beest, of "haadaa" (in plaats van "hallo") als ze haar speelgoedtelefoon vast heeft.

Ze begrijpt wel veel en volgt veel verschillende opdrachten op. Als we bijvoorbeeld vragen "Zullen we een boekje lezen?", dan gaat ze naar haar mand met boekjes en pakt er eentje uit, reikt je die aan en gaat naast je zitten.

Ze wijst veel en wil wel een hoop zeggen want ze maakt de hele dag geluid, maar ze kent de woorden gewoon niet. Ze probeert ons ook niet echt vaak na te doen als we iets voorzeggen.

Loopt ze qua actieve spraak erg achter?

We maken ons zorgen, omdat ze een milde rechtzijdige hemiplegie heeft. (Haar rechterarm en -hand zijn licht spastisch, haar been en voet zijn nauwelijks aangedaan).

Cognitief [wat denken en leren betreft, red.] is ze gelukkig helemaal in orde. Ook haar gehoor en ogen zijn goed. Qua mondmotoriek vermoeden we zelf geen problemen, aangezien ze vroeger nooit problemen heeft gehad met borstvoeding, altijd veel gelachen heeft (na 6 weken al met geluid), uit een rietje kan drinken, en veel uitdrukkingen kan doen met haar mond, etc.

Antwoord

Op basis van de informatie die u gaf, denk ik niet dat u zich zorgen hoeft te maken over de spraak-taalontwikkeling van uw dochter.

Zo te zien begrijpt uw dochter al redelijk wat woorden en zinnen. Ze geeft immers antwoord op uw vragen, door de juiste acties uit te voeren. Haar passieve woordenschat, dus het woordbegrip, is aanwezig en gaandeweg zal uw dochter steeds meer woordjes begrijpen.

In de taalontwikkeling loopt het woordbegrip altijd vóór op de woordproductie. Dat is ook wel begrijpelijk, want kinderen moeten eerst iets te zeggen hebben, en weten hoe dat ongeveer moet klinken, voordat ze dat daadwerkelijk kunnen gaan oefenen. Een kind begrijpt (passieve taalbeheersing) dus altijd meer woordjes dan hij of zij kan zeggen (actieve taalbeheersing).

Een hele klus

U vertelde dat uw kind wel brabbelt. Dat is een goed teken, want hiermee wordt de mondmotoriek geoefend. U kunt eraan zien dat uw dochter hard in de weer is met het verwerven van de uitspraak van de klanken en ritmes van haar moedertaal. Brabbelen is een belangrijke voorloper van taalgebruik.

Daarnaast spreekt ze ook al aardig wat woordjes uit (al klinken die nog niet zoals het moet), dus haar woordproductie is al op gang gekomen. Dat die woorden op dit moment – met 16 maanden – nog verkeerd worden uitgesproken, is volkomen normaal. Uw dochter moet immers nog leren om alle klanken goed uit te spreken en lettergrepen succesvol te combineren. Dat is een hele klus!

De aa-klank

Dat uw dochter alleen nog maar de AA-klank gebruikt, is begrijpelijk. Voor de meeste kinderen is dat namelijk de eerste klinker die verworven wordt. Hieraan kun je dus zien dat ze in de startfase zit. De eerste medeklinkers zijn vaak de P, de M en de D. Vandaar dat "mama", "papa" en "dada" meestal de eerste uitingen zijn.

Uw dochter is dus druk bezig met de klankverwerving van het Nederlands en haar uitspraakfouten lijken me niet motorisch van aard. Want dat was waarschijnlijk waar u zich zorgen over maakte, vanwege de – milde – hemiplegie (halfzijdige verlamming) van uw dochter.

Voor meer informatie over het begin van de taalontwikkeling, zie het artikel
Wat is normaal? op deze site.

Hemiplegie en taalontwikkeling

Recent onderzoek over de relatie tussen hemiplegie en taalontwikkeling is niet dik gezaaid. Het schaarse onderzoek dát er is, zegt het volgende:

  • kinderen met hemiplegie kúnnen een vertraagde taalontwikkeling hebben (maar het hoeft niet);
  • sommige kinderen met hemiplegie hebben een verminderde aandacht (wat niet bevorderlijk is voor de taalontwikkeling);
  • het korte-termijn-geheugen kan minder zijn (wat eveneens niet bevorderlijk is voor taalontwikkeling, omdat je het korte-termijn-geheugen nodig hebt om woorden te leren).

Voor al dit soort problemen geldt dat ze voor kúnnen komen bij kinderen met hemiplegie, maar dat dat niet per se het geval hoeft te zijn. Op basis van datgene wat u vertelde, zie ik geen probleem bij uw dochter.