Sneller herstellen na de bevalling: 7x tips om je te helpen!

14 september 2011 door Mandy Pijl

Opvoedingsadviezen vaak willekeurig en niet goed onderbouwd

"Er is niet één manier om kinderen op te voeden, en veel deskundigen spreken elkaar tegen", bevestigt hoogleraar pedagogiek René van der Veer.

Hoe werden kinderen vroeger opgevoed? Hoe worden kinderen in andere landen opgevoed? En wat is volgens wetenschappelijk onderzoek de beste manier om een kind groot te brengen? Dat onderzocht René van der Veer, bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de pedagogiek.

Hij bestudeerde adviezen op het gebied van slapen, huilen, voeding en zindelijkheid. De belangrijkste bevindingen beschreef hij in zijn boek 'Opvoeden door beginners: Zin en onzin van opvoedingsadvies' dat eerder dit jaar verscheen.

Van de Veer: "Ik verwachtte alleen verstandige raad tegen te komen, omdat het om adviezen aan ouders van zeer jonge kinderen over alledaagse situaties ging." Maar dat was niet het geval. "Of je nu kijkt naar televisieprogramma's, websites bezoekt, adviesboeken aanschaft, of luistert naar de deskundigen op het consultatiebureau, steeds zie je een mengeling van verstandige, willekeurige en doldwaze adviezen."

Slaapproblemen

Als voorbeeld noemt Van der Veer de talloze adviezen voor het laten inslapen van baby's. "De algemene norm is dat je een baby wakker in zijn bed moet leggen. Op die manier zou je zijn zelfstandigheid, die deskundigen heel belangrijk vinden, bevorderen." De baby uit bed nemen als hij huilt mag niet, omdat dat een verkeerd signaal zou geven.

Maar Van der Veer constateerde dat er ook deskundigen zijn die heel andere adviezen geven. "Zij vinden dat baby's ook bij hun ouders kunnen slapen. Samen slapen zou zelfs voordelen hebben. Het zou de borstvoeding vergemakkelijken, inslaap- of doorslaapproblemen voorkomen, en zelfs de kans op wiegendood verminderen."

Om te kunnen bepalen wie er nou gelijk heeft, bestudeerde de hoogleraar wetenschappelijk onderzoek. Voor geen van beide adviezen vond hij overtuigend bewijs. "Wel is het samen slapen in de rest van de wereld heel gewoon, waardoor je kunt zeggen dat de adviezen over slapen cultuurbepaald zijn."

Huilbaby's

En wat te doen met een huilbaby? Volgens sommige culturen huilen sommige baby's overmatig omdat ze ontevreden zijn over hun naam, en dus veranderen ouders om de paar weken de voornaam, tot het kind zijn naam accepteert en het huilen afneemt. Een veelgehoorde Westerse verklaring: de huilbaby lijdt aan 'krampjes', de darmen zouden bepaald voedsel nog niet kunnen verdragen.

Van der Veer: "Verandering van dieet helpt zelden, en afwijkingen aan de darmen zijn niet aantoonbaar. Ook groeien huilbaby's goed en blaken ze verder van gezondheid." De verklaring van darmkrampjes lijkt volgens hem dan ook een slag in de lucht.

"Geruststellender zou het zijn om ouders te vertellen dat hun huilbaby mogelijk 'groeipijnen' heeft. In welke periode wordt ten slotte harder gegroeid dan in de zuigelingentijd..." Overigens denken onderzoekers tegenwoordig dat een bepaalde hoeveelheid onverklaarbaar huilen bij elke baby onvermijdelijk is.

Adviezen bij 'normaal huilen'

En hoe moet je reageren op een normale, regelmatig huilende baby? "Daarover zijn twee uiterste adviezen. De eerste: negeren. De stofzuiger aan en hopen dat de baby van uitputting in slaap valt. Tegenstanders uit de gehechtheidstroming vinden dat schandelijk. Ze vinden dat de ouder het huilende kind moet dragen en wiegen om de baby het vertrouwen te geven dat de ouder onvoorwaardelijk beschikbaar is."

Wat het beste is? Ook hierover geeft wetenschappelijk onderzoek geen uitsluitsel. "Het lijkt erop dat de hoeveelheid huilen per cultuur verschilt en dat er dus mogelijkheden zijn om dat te beïnvloeden. Maar of dat het beste kan met rust, bewegingsbeperking, warmte of borstvoeding, is niet duidelijk."

Zindelijkheidstraining

Voor zindelijk worden geldt hetzelfde: de adviezen spreken elkaar tegen en een wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt. "Tegenwoordig is de heersende mening dat je niet te vroeg met zindelijkheidstraining moet beginnen. De algemeen geaccepteerde methode is die van de Amerikaanse opvoedings-goeroe Brazelton." De essentie daarvan is: wachten tot het kind 2 of 3 jaar oud is, vrijwel niets doen, en elke vorm van strijd uit de weg gaan.

Kinderen die te jong met zindelijkheidstraining beginnen, kunnen volgens Brazelton last krijgen van plotselinge obstipatie of nachtelijke incontinentie. Voor hun 3e zouden kinderen er lichamelijk nog helemaal niet aan toe zijn om zindelijk te worden.

"Een heel andere methode is die van herhalen, belonen en straffen, bedacht door de Amerikanen Azrin en Foxx. Volgens Azrin en Foxx kunnen peuters in een middag zindelijk worden voor wat betreft het plassen," vertelt Van der Veer.

het echtpaar De Vries (Nederlandse antropologen en onderzoekers) zag echter bij volkeren in Afrika dat ouders al in de eerste maand na de geboorte met de zindelijkheidstraining van hun kind kunnen beginnen. Rond zijn eerste verjaardag zou het kind dan al zindelijk zijn.

De verschillende aanpakken laten volgens Van der Veer nog maar eens zien dat niet één manier de beste is. "De wetenschap geeft daarover geen uitsluitsel en ouders kunnen zich dus laten leiden door praktische overwegingen, zoals de tijd die ze al dan niet willen nemen om een kind te leren zindelijk te worden en de hoeveelheid afval die ze willen produceren."

Borstvoeding

Opvoeddeskundigen mogen van Van der Veer soms best een toontje lager zingen, in ieder geval minder dwingend één methode voorschrijven. Maar ook als het om de soms fel gepropageerde borstvoeding gaat, is het volgens hem goed om te weten hoe het werkelijk zit.

Hoewel de wereldgezondheidsraad (WHO) moeders adviseert om twee jaar borstvoeding te geven, waarvan zes maanden exclusief, zijn de voordelen van borstvoeding ten opzichte van flesvoeding voor moeder en kind volgens wetenschappelijk onderzoek niet erg groot. "De WHO-richtlijn is vooral nuttig in arme landen waar voedingsconcerns voet aan de grond proberen te krijgen met hun dure en, onder de daar heersende hygiënische omstandigheden, gevaarlijke producten. Er is geen reden om ouders hier dwingend het een of het ander te adviseren."

De 'Opvoed-canon'

Als er niet één manier van opvoeden de beste is, en adviezen elkaar vaak tegenspreken of niet goed onderbouwd zijn, hoeveel waarde moeten we dan hechten aan de vorig jaar gepresenteerde opvoed-canon? "Van zo'n canon zijn we nog mijlenver verwijderd. Veel adviezen zijn gebouwd op drijfzand."

Opvoedingsadviezen zijn, concludeert Van der Veer, vooral cultuur-bepaald en gebaseerd op tijdgebonden meningen. "Religieuze en persoonlijke voorkeuren van de ouders zullen altijd een rol blijven spelen. In de jaren '30 dacht men dat peuters een aangeboren schaamtegevoel hadden en dat het daarom beter was om zijn oksels en dijen bedekt te houden. Tegenwoordig storen zich maar weinig volwassenen aan een poedelnaakte peuter op het strand."

De wetenschap spreekt met vele tongen, oordeelt de hoogleraar. "Veel onderzoek is van bedenkelijke kwaliteit en uiteraard is er soms ook sprake van snel voortschrijdend inzicht. Wetenschappelijk onderzoek op het terrein van de opvoeding is ook lastig uit te voeren. Vooral baby's en peuters vormen een weliswaar beschermde maar nog niet volledig begrepen diersoort. Vaak kan men alleen maar raden naar de verklaring voor hun gedrag."

Opvoeden door beginners - Zin en onzin van opvoedingsadvies

door: René van der Veer

uitg.: Balans, 2011

ISBN 978 94 600 3326

Zie ook: Consultatiebureaus zullen zich ongemakkelijk voelen (boekbespreking op Ouders Online).

Lees ook: