Home » Artikelen » Pijnbestrijding bij de bevalling 1 de basisprincipes

Pijnbestrijding bij de bevalling (1): de basisprincipes

Door:

Sonja Lendi

Dit is deel 1 van een serie over pijn en pijnbestrijding bij de bevalling. Het is een nogal technisch verhaal, maar dat is nodig om te kunnen begrijpen waarom een bevalling kan stoppen onder invloed van stress en waarom de pijnbeleving onder invloed van externe omstandigheden kan veranderen. Deel 2 gaat over de ruggenprik, en deel 3 over opioiden en lachgas.

De zwangerschap wordt in stand gehouden door een labiel evenwicht van de hormonen progesteron en oestradiol (een oestrogeen). Wanneer dit evenwicht verstoord wordt, zodat er relatief meer oestradiol is en relatief minder progesteron, begint de bevalling.

De verhouding oestradiol/progesteron is vooral 's nachts het hoogst. Dat verklaart ook – gedeeltelijk – waarom de meeste bevallingen 's nachts beginnen. Hoe het precies werkt is nog niet bekend, maar op dit moment denkt men dat het op de volgende manier gebeurt.

Om te beginnen moet het spierweefsel van de baarmoeder veranderen in een weefsel dat gesynchroniseerd kan samentrekken (op dezelfde manier als het hart). Deze verandering vindt plaats onder invloed van oestrogeen. Oestrogeen zorgt ook, samen met prostaglandine, voor de rijping van de baarmoedermond. Prostaglandines worden geproduceerd in de vruchtvliezen.

De foetus speelt ook een rol. Hij produceert hormonen, onder andere corticotropin-releasing hormoon (CRH), die voor de rijping van de longen zorgen en die mogelijk ook de bevalling in gang zetten door de productie van oestradiol in de placenta te verhogen. Ook verandert de foetus zijn positie in de baarmoeder, zodat zijn tocht door het geboortekanaal vergemakkelijkt wordt.

Het CRH-hormoon verhoogt waarschijnlijk ook de productie van prostaglandines in de vliezen en verhoogt de gevoeligheid van de baarmoeder voor oxytocine. Of oxytocine de samentrekkingen van de baarmoeder in gang zet of ze alleen versterkt, is nog onduidelijk. Oxytocine verhoogt wel de productie van prostaglandines.

De oorzaak van de pijn

En dan begint de bevalling. Je baarmoeder trekt samen: een wee. Maar waarom doen weeën pijn en wat is het nut van de pijn?

De oorzaak van de pijn en de manier waarop de prikkels worden doorgegeven zijn verschillend bij de ontsluiting enerzijds en de uitdrijving anderzijds. Laten we eens kijken wat er in beide gevallen gebeurt.

De pijn bij de ontsluiting ontstaat door uit-rekking van het onderste deel van de baarmoeder en de baarmoedermond. Bovendien drukt het hoofd van de foetus op bepaalde zenuwen, waardoor pijn in de benen, in de vagina, in het perineum (het stukje huid tussen vagina en anus) en bij het rectum (de anus) kan worden gevoeld. Door het soort zenuwen waardoor de pijnprikkels worden doorgegeven voel je een vage, onscherpe pijn; ook in de buik en de rug.

De pijn bij de uitdrijving wordt veroorzaakt door uit-rekking van het geboortekanaal en het perineum. De pijnprikkels worden nu door een ander soort pijnzenuw doorgegeven, waardoor de pijn scherp gelocaliseerd is.

Het nut van de pijn

De pijn is in de eerste plaats een waarschuwingssignaal. Het is het teken dat je een rustige plek moet zoeken om je kind ter wereld te brengen.

Daarnaast zorgt de pijn ervoor dat er endorfines vrijkomen. Die maken je onverschilliger voor de pijn en bereiden je voor op het moederschap. Hoe doen ze dat?

Endorfines zijn morfine-achtige stoffen die door de hersenen worden afgescheiden en een pijnstillende werking hebben. Maar omdat het morfine-achtige stoffen zijn, hebben ze ook een emotioneel effect: ze maken je open en ontvankelijk. Dat is belangrijk voor het hechtingsproces. Zo bereidt de pijn je – via de endorfines – voor op het moederschap.

Let op: hoe meer je je kunt ontspannen, hoe meer endorfines er vrij komen en dus hoe minder pijn je hebt. Dat brengt ons bij de manier waarop je zelf je eigen bevalling kunt bijsturen.

Stress en ontspanning

Naast de endorfines speelt ook adrenaline een belangrijke rol. Adrenaline en endorfine zijn twee hormonen die niet alleen de pijnbeleving, maar ook de loop van de bevalling kunnen veranderen.

De afgifte van endorfines en adrenaline zijn door externe factoren te beïnvloeden, en dat betekent dat je dus – tot op zekere hoogte – zelf invloed hebt op het verloop van je bevalling.

Adrenaline komt vrij bij stress, angst en 'verstoring'. Het zorgt ervoor dat je klaar bent om te vluchten. Bij een bevalling remt adrenaline de afgifte van oxytocine (die de weeën stimuleert), waardoor de bevalling vertraagd wordt. In extreme gevallen stoppen de weeën helemaal. Adrenaline remt ook de afgifte van endorfines, zodat de bevalling pijnlijker wordt.

Tegen het eind van de bevalling heeft adrenaline trouwens het tegenovergestelde effect: 'verstoring' bij het eind van de ontsluitingsfase of bij het persen zorgt voor een versnelling van de bevalling. Zodra de bevalling achter de rug is, ben je immers weer in staat om te vluchten.

Het adrenaline-gehalte in je bloed is overdag hoger dan 's nachts en voor endorfine geldt het omgekeerde. Ook dit zorgt ervoor dat bevallingen vaker 's nachts beginnen.

Pijnverlichting

De vraag is nu: hoe verlicht je de pijn? Natuurlijk kun je pijnstillende middelen nemen, maar alle medicijnen (zelfs die in een ruggenprik) kunnen de placenta passeren en je kindje bereiken. Het is daarom goed om te proberen pijnstilling als uiterste middel te beschouwen. In elke bevalling kan een moment komen dat pijnstilling het aangewezen middel is om de bevalling verder te helpen, maar tot die tijd zijn er meer kind- en moedervriendelijke methodes die je eerst kunt proberen.

In principe gaat het erom zo weinig mogelijk adrenaline en zo veel mogelijk endorfine in je bloed te hebben. Stress en verstoring moeten dus zoveel mogelijk beperkt worden. Verminder je angst en probeer je te ontspannen, is het devies.

Het beheersen van de angst

Het is heel normaal om bang te zijn voor een bevalling. Je weet tenslotte niet wat je te wachten staat, zeker niet als het je eerste bevalling is. Maar als je weet wat er in je lichaam gebeurt en moet gebeuren, zul je minder angstig tegenover de bevalling staan. Kennis is macht! Lees veel en praat over je angsten met je verloskundige, je (huis)arts of met anderen. Dit is zeker belangrijk als je traumatische gebeurtenissen hebt doorgemaakt.

Als je ervoor zorgt dat alles geregeld is, zul je met minder stress de bevalling ingaan. Als je je tijdens de weeën nog moet bekommeren om kinderopvang, boodschappen, tassen voor het ziekenhuis en dergelijke, kun je je niet bezig houden met de bevalling. Het is ook belangrijk om te zorgen voor rust in huis. Iedereen die bij de bevalling aanwezig is, moet rekening houden met jou en jouw wensen, en niet andersom.

Leren te ontspannen

Er zijn veel verschillende zwangerschapscursussen, met allemaal andere accenten. Er zal dus altijd een cursus zijn die bij je past. Overal leer je ontspanningstechnieken.

Het is ook heel goed ontspannen in bad of onder de douche. Dit stimuleert niet alleen de afgifte van endorfines maar ook de ontsluiting. In bad krijg je ondersteuning van het water, de pijn wordt meer diffuus over het lichaam verdeeld. De warmte ontspant je, en belemmert de pijn-ervaring.

Houding

Ook je houding kan invloed hebben op de pijn. Onderzoek in Canada toonde aan dat vrouwen in een verticale houding (zittend of staand) minder pijn hadden dan bij een horizontale houding (liggend). Vergelijkbaar onderzoek in Argentinië gaf echter precies het tegenovergestelde resultaat, wat een indicatie van culturele verschillen kan zijn.

Kortom: probeer gewoon verschillende houdingen uit om te voelen welke houding het prettigst is voor jou. Bedenk wel dat in een verticale houding de ontsluiting sneller verloopt door de druk van het hoofdje op de baarmoedermond en het hoofdje beter kan indalen.

Thuis of in het ziekenhuis

Omdat je thuis minder gestoord wordt dan in een ziekenhuis, en omdat je thuis meer je eigen gang kunt gaan, verloopt de ontsluiting daar vaak sneller dan in het ziekenhuis.

Let op: als je in het ziekenhuis wilt bevallen, moet je je goed realiseren dat het vervoer naar het ziekenhuis een grote verstoringsfactor is en dat er dus veel adrenaline vrij komt. Hiervan kun je profiteren als je zo lang mogelijk thuis blijft (vooropgesteld dat er geen complicaties zijn), zodat je in die fase van de bevalling bent waar adrenaline een versnellend effect heeft.

Kortom: ontspanning en rust hebben enerzijds een stimulerend effect op de afgifte van (pijnstillende) endorfines en zorgen er anderzijds voor dat de productie van (weeën-remmende) adrenaline beperkt wordt.

Pijnbestrijding bij de bevalling - alle delen

- Deel 1: de basisprincipes
- Deel 2: de ruggenprik
- Deel 3: opioiden en lachgas

Sonja Lendi

is bioloog, en werkzaam bij Elsevier Science.