Hoe onze ridder toch een prinsesje bleek te zijn: onze zoon is transgender

Lees hier het inspirerende verhaal van Femke, een jonge meid die geboren is in het lichaam van een jongen, Feike. Femkes moeder is zo vrij geweest om haar ervaringen te delen. Lees hier het prachtige en meeslepende verhaal van Femke en haar reis. Vanaf het moment dat ze besefte een meisje te zijn, tot het moment van de sociale transitie (overgang) en hoe deze is verlopen.

Gele jurk naar school

Feike was altijd een echte jongens jongen: grove motoriek, stevig gebouwd, speelde met auto’s en action hero's en hield van Bob de Bouwer, Brandweerman Sam, Spiderman en ga zo maar door. Wel was hij ook altijd gek op jurken en gelakte nagels. Aangezien hij 2 zussen boven zich had, was dat niet zo’n probleem. Toen Feike 4 was, was hij helemaal verzot op zijn gele Bumba jurk. Hij trok het ook aan naar school. Tot hij op een dag verdrietig thuis kwam: ‘Van de juffrouw mag ik niet meer verkleed naar school...’ Dus ik naar juf. ‘Tja’, gaf ze aan, ‘als Feike zich mag verkleden op school, dan heb ik binnenkort de hele klas vol met prinsessen en actiehelden.’ ‘Maar juf, dit is geen Bumbajurk voor hem, maar een gele jurk.’ Zei ik nog. Nee, juf was onverbiddelijk. Het was verkleden en dat mocht niet. Achteraf gezien denk dat Feike hier wel een tik van mee heeft gekregen, want het heeft hierna een tijd geduurd voordat hij weer jurken aantrok.

Ik sta voor hem klaar om vrouwenkleding te shoppen

Feike bleef Feike. Doordeweeks gewoon een jongen, maar in de weekenden steeds vaker in een jurk. Marco (papa) vond het niet altijd fijn, vooral niet als hij met Feike in zijn jurk over straat moest. Met wat druk van mij (Feike mag zijn wie hij is) en frisse tegenzin, mocht hij dan toch mee. Marco heeft ook nog heel lang gedacht dat het een fase was. Ik niet, ik zei altijd: ‘Feike wordt later bouwvakker en in het weekenden is hij vrouw, en ik ben de eerste die voor hem klaarstaat om met hem vrouwenkleren te shoppen.’

Hij was niet zomaar een jongetje dat van jurken hield

Feike is 8, we zijn op vakantie in Frankrijk en komen in een stadje met een echte traditionele “communie-winkel”. Ze hadden daar van die prachtige wijdvallende prinsessenjurken. Feike zwijmelde er helemaal bij weg. Ik stuurde de rest van het gezin weg. Feike stond in het pashokje en ik bracht hem de ene mooie prinsessenjurk naar de andere. Wat heeft hij daar staan genieten! Uiteindelijk vonden we daar een prachtige rode velours jurk. Die ging op de camping gelijk aan en heeft hij eigenlijk de hele vakantie niet meer uitgedaan. Ik vroeg hem hoe het kwam dat hij hier wel een jurk aandurfde en thuis niet. `Nou mama, als ze me hier uitlachen geeft dat niet, want ik kan ze toch niet verstaan!’

Al wandelend naar de winkel, Feike in zijn prachtige jurk, vroeg ik: ‘hoe is het om een jurk aan te hebben?’ Terwijl hij zijn handen over de gladde sierlijke jurk liet glijden zei hij: ‘Mama ik voel me zo fijn in een jurk.’ Dat was voor mij de ommekeer en ik zag dat er meer aan hand was. Hij was niet zomaar een jongetje dat van jurken hield…

Hoe nu verder?

Maar ja, hoe dan verder? Van het woord genderdysforie had ik nog nooit gehoord en transgenders, tja dat waren mensen die heel duidelijk aangeven: ik ben een jongen, ik ben een meisje (of andersom) en dat had Feike niet. Dus ging ik uit van travestie, maar travestie bij kinderen, dat bestaat niet. Al zoekende kwam ik bij een organisatie terecht die Transvisie heet. Ik ontdekte dat er dagen waren waar kinderen zoals Feike bij elkaar kwamen op een afgeschermd gebied. Ik vertelde Feike dat daar jongens in jurken zouden zijn, net als hij.

TIP

In dit artikel lees je tips hoe je ermee kunt omgaan als je kind LHBTI is



We gingen naar zo’n dag toe. Eenmaal daar kwam hij na een half uur boos naar mij toe. ‘Mama, waar zijn nou al die jongens in een jurk?’ Vroeg hij. ‘Zie je dat meisje daar? Dat is eigenlijk een jongen. En dat meisje daar ook.’ Antwoordde ik. Dat vond hij maar raar.

Opeens wist ik het

Toen we ‘s avonds terugliepen naar de bus zei hij verontwaardigd: ‘ze zeiden vandaag allemaal “zij” tegen mij en noemden me meisje.’ Ik: ‘Nou, is dat eigenlijk niet heel erg mooi? Hoe voelde dat?’ Hij werd stil en staarde voor zich uit. Ineens klaarde hij op, alsof hij een nieuwe ontdekking had gedaan. ‘Ja! Eigenlijk wel heel mooi hè!’ Om de dag af te sluiten gingen we naar de Mac, het lievelingsrestaurant van alle kinderen, en hij moest naar de wc. We kwamen op een T-splitsing: linksaf voor de heren en rechts voor de dames. Feike ging stilstaan... hij wist het niet. ‘Nou?’ Vroeg ik. ‘Hoe voel je jezelf?’ Die keus was niet moeilijk, dat was in 1 streep rechtsaf! Op dat moment wist ik het zeker: Feike is transgender. Vanaf dat moment ben ik met hem naar zoveel mogelijk bijeenkomsten van Transvisie gegaan. Elke keer als we daar vandaan kwamen zag ik dat zijn gevoel een meisje te zijn, steeds sterker werd. Zo mooi om te zien.

Erover praten of zwijgen?

Ik ben een praatmoeder. Ik praat veel met mijn kinderen over hun gevoel en ga altijd op zoek naar hoe ik mijn kind in zijn kracht kan zetten. Dat deed ik bij Feike ook. We praatten veel met elkaar over het gevoel van meisje zijn, maar wel vaak op mijn initiatief. Feike zat in die periode in een hulpverleningstraject vanwege zijn onzekerheid. Dit uitte zich in letterlijk zichzelf overschreeuwen en in woedeaanvallen waarbij hij echt flink kon schoppen en slaan. Hij durfde weinig, zei altijd: dat kan ik niet. Ik praatte erover met zijn therapeut en die zei me heel subtiel: ‘Ik ken iemand die expert is op dit gebied en die heeft mij verteld dat je niet uit eigen initiatief met je kind hierover moet praten. Je kind gaat er dan over praten omdat hij jou niet wil teleurstellen. Hij praat er niet over omdat hij het zelf wilt.’ Ik ben hier heel erg van geschrokken. Ik dacht echt dat ik er goed aan deed het regelmatig met mijn kind te bespreken. Ik wilde hem juist het gevoel geven dat hij mag zijn wie hij is. Ik stimuleerde hem zelfs om af en toe zijn meisjeskleren aan te doen, omdat ik wist dat hij dat graag wilde.

Het voelde alsof ik gefaald had. Dus hield ik voortaan mijn mond en praatte ik er alleen over als Feike het wilde.

Feike trok doordeweeks weer zijn jongenskleren aan, geen jurken meer, en was alleen nog in het geheim een meisje waar niemand het kon zien.

Een klein half jaar later was ik met Feike op een Kinderdag van Transvisie. We zaten met een aantal ouders bijeen en vertelden 1 voor 1 ons verhaal aan de groep. Ik vertelde van mijn falen als ouder en dat ik er dus mee gestopt was om Feike te stimuleren erover te praten. De begeleider Transvisie reageerde heel abrupt naar mij: ik moest er wel over praten. Door er niet over te praten werd het hele onderwerp taboe en maakte ik het voor Feike alleen maar moeilijker om zichzelf te ontwikkelen. Er viel een last van mijn schouders en ik moest huilen. Hoe had ik aan mezelf kunnen twijfelen!

Praten met broers en zussen

Vanaf dat moment ging het snel. We hadden de hulp van Transvisie ingeschakeld voor de scholenvoorlichting. We vonden het in het belang van Feike dat de sociale transitie (coming out) gedaan zou worden. Ruben, van Transvisie, kwam ons hierbij helpen en hij bleek onze rots in de branding tijdens dit proces. Zijn eerste ontmoeting met ons was met het hele gezin. Hij praatte met iedereen, ook met de broers en zussen van Feike. In gesprek gaan is belangrijk. Hij vroeg hen wat zij ervan vonden, of ze ermee gepest werden en hoe ze er met hun vrienden over praatten. Van de reactie van mijn oudste dochter schrok ik: ze moest huilen, ze wilde dat het allemaal niet zo was. Ik was bijna teleurgesteld in haar reactie, totdat ze zei: ‘Ik ben zo bang dat hij later gepest wordt of misschien wel in elkaar geslagen…’ Een hele begrijpelijke reactie.

School en ouders inlichten

Samen met Ruben maakten we een plan over de aanpak en voorbereidingen van dé coming out dag. We moesten eerst het gesprek met school aangaan, want die wist nog van niks. Daarna moesten we een brief gaan schrijven aan de ouders van de kinderen in Feikes klas. Er moest ook een ouderbijeenkomst worden gepland, een avond voor de sociale transitie.

De gesprekken met school waren hartverwarmend. Ze wilden op alle gebieden meedenken en stonden open voor alles. Ze zouden ook aan het begin van het volgend schooljaar Transvisie uitnodigen voor een informatiesessie voor alle leerkrachten van de school.

Ik schreef een brief aan de ouders van de klas van Feike en die van zijn oudere zus in groep 8, waarin ik vertelde dat onze ridder, zich eigenlijk een prinses voelde.

Nadat de ouders deze brief hadden ontvangen, volgde al snel de ouderavond. Dit was een onverwacht succes. Bijna alle ouders van de klas waren er. Dat deed ons erg goed. We begonnen de avond met uitleggen wat genderdysforie was. Aan het einde van deze uitleg vertelden we dat het over Feike ging. Dat Feike zich dus eigenlijk een meisje voelde. De reacties waren hartverwarmend. Er was veel begrip en veel bewondering voor Feike: wat stoer! Ook wij kregen veel complimenten voor onze moed om zo achter ons kind te staan. Wat waren we opgelucht! We hadden nooit verwacht dat we zoveel begrip zouden krijgen.

Vier juli 2019, Dé dag van de sociale transitie. Vandaag ging Femke aan haar klas vertellen dat ze zich een meisje voelde. Dit deed ze samen met haar juf. Femke is vrij verlegen van aard en ze heeft de neiging om weg te lopen als het spannend wordt. Maar dat deed ze niet. Sterker nog: ze liep vol moed de klas in. Ik was ontzettend trots op mijn kleine grote kind, die vanaf die dag als zichzelf door het leven zou mogen gaan.

Achteraf hoorde ik dat Femke zelf alles heeft verteld. Ook de vragenronde die volgde had ze zelf afgehandeld. Ze had de hulp van de juf helemaal niet nodig. De klas was een en al begrip en de kinderen deden vanaf die dag hun stinkende best om zich nooit meer te vergissen in de naam. Femke mocht Femke zijn en was geen Feike meer.

Dezelfde brief die de ouders kregen, hadden we ook in de buurt en onder onze families verspreid. Vervolgens worden we overweldigd door een golf van bewondering en lieve reacties. Als kers op de taart kregen we de dag erna een grote bos bloemen van school. Zij bedankten ONS dat ze dit samen met ons hadden mogen delen!

We zagen dat het goed ging met haar

Een tijd lang ging het goed. Femke werd volledig geaccepteerd, ging naar de meisjes-wc en kleedde zich bij de gym gewoon om bij de meisjes. Ze douchte niet, zoals de andere kinderen wel deden. We konden merken dat het goed ging met haar. Ze werd een stuk rustiger, de woedebuien namen af en ze hoefde zichzelf niet meer te overschreeuwen. Ook hoefde ze niet meer heel hard haar best te doen een jongen te spelen.

Kink in de kabel

Na ongeveer 3-4 maanden werden we gebeld door de juf: er was een meisje in de klas, die het gevoel had dat Femke naar haar keek als ze zich omkleedde voor de gym. Ze was het gesprek aangegaan met de beide meiden en Femke gaf duidelijk aan dat het niet zo was. Maar ja, het was een gevoel, dus hoe neem je zoiets weg? Ik stelde voor het gesprek aan te gaan met de ouders en dit meisje. Een paar dagen later belde de school. Er zou geen gesprek komen met de ouders, want de moeder had aangegeven dat er meer ouders waren die zich zorgen maakten. Op mijn vraag waar “die zorg” lag, kreeg ik geen antwoord. Dit hadden ze niet gevraagd. Ik stelde voor Transvisie weer in het verhaal te betrekken en met de desbetreffende ouders het gesprek aan te gaan. School weigerde dit. Femke moest maar 5 minuten eerder uit de gymles en dan kon ze op de gang van de sporthal wachten tot de rest van de klas klaar was. Ze hadden dit inmiddels ook al aan Femke verteld.

Daar was ik inderdaad al achtergekomen toen mijn dochter huilend van woede thuiskwam…. Juf had in de rij naar de gymles, ten overstaan van alle klasgenoten, even heel hardop medegedeeld dat Femke in het vervolg eerder uit de gymles moest om zich alleen om te kleden. Femke voelde zich op dat moment oprecht vernederd. Iedereen had het gehoord! Thuis vertelde ze me dat ze op dat moment de juf wel een rotschop kon verkopen, ze was zo kwaad en verdrietig.

De school schaarde zich achter de angst van ouders

Het maakte me verdrietig haar zo te zien strijden met haar gevoelens, die ze toch al zo moeilijk onder woorden kon brengen. En hoe meer ik er op een afstand naar keek, hoe meer ik me realiseerde dat dit pure discriminatie was. Dus weer ging ik het gesprek aan met school, gewapend met Ruben van Transvisie. Ruben en ik hadden besloten een open gesprek aan te gaan. Het woord “discriminatie” zouden we toch maar niet gebruiken omdat dit aanvallend en/of defensief over zou kunnen komen.

School bood hun oprechte excuses aan. Ik was er wel blij mee, maar voelde ook dat het kwaad al geschied was en ons meisje wederom was geschaad in haar gevoel van veiligheid op school.
School bleek ineens minder ruimdenkend en meewerkend dan in onze gesprekken voor de transitie. Hoe Ruben en ik ook aandrongen op hernieuwde gesprekken met ouders, school wilde hier niet meer aan meewerken. Het voelde alsof ze zich schaarden achter de “angst” van de andere ouders, te bang om voor mijn dochter op te staan en de strijd samen met haar aan te gaan. Ik voelde me als ouder in de steek gelaten en Femke voelde zich steeds minder veilig bij haar juffen. Toen ik haar voorstelde om een andere school te zoeken, vond ze dit moeilijk. Aan de ene kant wilde ze dit heel graag, ze voelde zich niet veilig meer op school, aan de andere kant wilde ze haar vrienden niet verliezen.

Een meisje dat ooit een jongen was

Femke's jongens vrienden hebben haar overigens nooit laten vallen. Ze bleven gewoon met haar spelen, net als voorheen. Feike heette nu gewoon Femke en had meisjeskleren aan, daarmee was de kous af. Ik vond dit heel bijzonder, maar ook stoer van ze. Toch had ik stiekem gehoopt dat ze na de sociale transitie meer naar de meisjes zou trekken. Het viel me namelijk op, dat als ze met meisjes speelde, ze veel rustiger was. Maar ja, misschien wist ze niet hoe meisjes speelden? Ze had altijd met jongens speelgoed gespeeld, ze had wel een paar Barbies, maar de auto’s, de bouwblokken en stoere jongensgames voerden altijd nog de overhand.

Uit gesprekken die ik voerde met Femke, ’s avonds voor het slapen gaan, bleek dat ze het lastig vond om meisje te zijn. Ze durfde ook nog geen jurken aan naar school, want dat was veel te spannend. Op deze school voelde ze zich dat-meisje-dat-ooit-een-jongen-was. Naast de onveiligheid die ze voelde op school, was dit voor mij een goede reden een nieuwe start te maken, op een nieuwe school, als meisje.

Op zoek naar een nieuwe school

Het zoeken naar een nieuwe school bleek lastiger dan ik dacht. Ik was op zoek naar een school buiten onze eigen wijk, waar niemand Feike kende. De eerste school gaf na ons gesprek aan dat zij de veiligheid van onze dochter niet konden garanderen.

De tweede school zei: “Dat ze zich dat-meisje-dat-ooit-een-jongen-was voelde, zat in het kind, dat haal je niet weg door het in een andere groep kinderen te plaatsen.” Als ik een verklaring zou kunnen krijgen van een psycholoog die anders beweerde, zouden ze haar wel toelaten. Hoewel ik bij hoog en laag beweerde dat ik zeker wist dat dit voor Femke niet zou opgaan, hielden zij voet bij stuk. Zij was de professional (had mijn kind nog nooit gezien by the way) en wist het beter.

De derde was de school naast de oude school van Femke. Het had niet mijn voorkeur, omdat meerdere kinderen uit onze buurt op die school zaten en ze daar dus weer dat-meisje-dat-ooit-een-jongen-was gevoel zou kunnen hebben. Maar ja, het was een nieuwe school, dus een gesprek aangaan was altijd de moeite waard

De directrice ervan kende ik nog van een oude school van mijn andere kinderen. Zij heette, net als ik, Wendy. Bij haar vond ik eindelijk het begrip waar ik al jaren naar op zoek was. Er viel een last van mijn schouders. Eindelijk iemand die mijn kind zag en die snapte dat het niet alleen om cijfers draaide.

Femke was een verrijking voor de school

Wendy gaf aan dat ze op een andere locatie wel een mooie plek voor haar hadden. Dit was in een andere wijk van de stad. De school had een mooie kleine klas, met een goede stabiele jonge mannelijke leerkracht.

Wendy zag Femke als een verrijking voor de school: een bijzonder stukje maatschappij waar je niet alle dagen mee te maken hebt, om van te leren en wijzer van te worden. Het waren niet alleen woorden, maar ook in daden. De school liet goed zien open te staan. Niet lang na aanvang van Femke op de nieuwe school werd Transvisie ontvangen om de leerkrachten in te lichten. Ik was positief verrast dat ook leden van het bestuur van de school interesse hadden in het thema. En als ouders een probleem hadden, zei de directrice: ‘Dan moeten ze eerst langs mij’.  Wauw, ik voelde me echt gesteund.

Als echt meisje naar school

Een andere reden om Femke naar een andere school te laten gaan, was omdat ik dacht dat ze te veel in haar “rol van jongen” bleef hangen. In overleg met school besloten we Femke de eerste 2 a 3 weken als gewoon meisje naar school te laten gaan. Er werd toch niet gedoucht na de gym, dus dat zou geen problemen opleveren. We wilden dat de kinderen Femke als meisje zouden zien en niet als transgender. Voor Femke was dit ook fijn, maar op een gegeven moment ging het toch aan haar knagen. Het voelde alsof ze een geheim bij zich droeg en dat voelde niet goed.

Van Luuk naar Luus

Samen met school hebben we dit ludiek kunnen aanpakken. Op een donderdagochtend moest Femke voor controle naar het ziekenhuis, de klas keek die ochtend met PWS het filmpje van Luuk naar Luus.  Dit filmpje ging over Luuk die een transitie doormaakte naar Luus. Na de film werd erover gediscussieerd en gevraagd: hoe zou jij het vinden als iemand die je kent zo zou zijn? De dag erna heeft Femke het samen met de meester verteld in de klas. Het was fijn dat de klas al zo voorbereid was, veel vragen waren daardoor al beantwoord. Er hoefde dan ook niet veel over gesproken te worden, het was een feit, een gegeven, het was goed zo.

Lichamelijk van jongen naar meisje

Als het gaat om de lichamelijke transitie, staat Femke nog aan het begin van een heel lang traject. Dit jaar staat ze 2 jaar op de wachtlijst van de genderpoli van VUMC Amsterdam. Het zal een zwaar traject worden die jaren in beslag gaat nemen. Het begint met hormoonremmers in de pubertijd. Om hiervoor in aanmerking te komen moet je in een traject bij een genderpoli. Tot en met maart 2020 was er hiervan nog maar 1 in Nederland: Amsterdam VUMC. Gelukkig is er nog een 2de poli geopend in Nijmegen, het Radboud UMC. De wachtlijsten hiervoor zijn killing: soms wel 1,5 jaar!

Het eerste gesprek is de intake en dan moet je nog een paar maanden wachten op de volgende fase: de onderzoeksfase. Deze duurt een paar maanden. Een deel is de diagnosestelling genderdysforie. Zonder deze diagnose kom je niet in aanmerking voor de hormoonremmers. Tijdens de diagnosestelling wordt bekeken of je psychisch in staat bent het traject in te gaan. Hormoonremmers hebben namelijk een behoorlijke impact op je lichaam en je gemoedstoestand.

Pas als de werkelijke pubertijd begint mag je starten met de remmers. Dit wordt in de gaten gehouden door periodieke controles van de ontwikkeling van je genitaliën. Voor veel genderkinderen, met een afkeer van hun geslacht, is dit een hel.

De hormoonremmers zetten je pubertijd on hold: zo krijgen geboren jongens bijvoorbeeld geen baard in de keel, blijft de adamsappel klein en vervormd de kaak niet. En bij geboren meisjes blijft bijvoorbeeld menstruatie uit en vormen er zich geen borsten.

Als je 16 jaar bent mag je een crosshormoon slikken. Dit zijn de hormonen van het wensgeslacht. Ook in deze fase blijf je doorlopende consulten houden met de psycholoog, verpleegkundig specialist en kinderendocrinoloog. Dat betekent dus 1 keer per 2 a 3 maanden een dag naar de genderpoli in Nijmegen of Amsterdam. Voor mensen als wij uit Twente betekent dit vroeg uit bed, lang reizen, en laat weer thuis. In sommige gevallen zullen we al een dag van tevoren een slaapplek in de buurt moeten hebben omdat we het anders niet redden.

Van operaties is pas sprake vanaf je 18e jaar als je volgroeid bent. Tegenwoordig kunnen operaties waarbij de borsten verwijderd worden, in bijzondere gevallen ook vanaf je 17e worden uitgevoerd.

Je wil niet weten hoeveel jongeren zelfmoord plegen

Ik moet zeggen dat ik het proces soms erg ingewikkeld en langdurig vindt. Bedenk je eens dat je 16 bent, geboren meisje en er dan pas achter komt dat je een jongen bent. Je wilt die cup C niet, maar ja, ze zitten er toch. Iedereen ziet ze, maar jij verafschuwt ze. Een operatie zit er voorlopig niet in en cross hormonen… oh wacht! Je moet eerst nog 1,5 jaar op de wachtlijst voordat je bij de genderpoli terecht kan… Je wil niet weten hoeveel van deze jongeren zelfmoord plegen, omdat ze het wachten niet meer aankunnen, omdat ze vol afschuw kijken naar hun eigen lichaam, elke dag weer… Ik ben daarom heel blij dat hier nu aandacht aan gegeven wordt.

Femke staat nog maar aan het begin van dit alles. Er zijn dus nog genoeg avonturen te beleven.’