Home » Besprekingen » De nachtmerries van loes 3

De nachtmerries van Loes (3+)

Door:

Eva Kuipers

Speels en humoristisch peuter/kleuterboek over het overwinnen van nachtmerrie-monsters. Mét kinderpsychologische uitleg en tips.

De nachtmerries van Loes
door: Loes Riphagen
serie: Gouden boekjes
ISBN: 9789047623397
prijs: € 7,50
Aanbevolen leeftijd: 3 tot 6 jaar
Online bestellen

Loes Riphagen (1983) weet waar ze het over heeft; haar hele leven heeft ze zelf al nachtmerries. Dat leverde een mooi (Gouden) boekje, dat naadloos aansluit op haar andere prentenboeken, waarin ze enge nachtelijke monsters een positieve en grappige draai weet te geven.

In De nachtmerries van Loes ligt Loes angstig in bed, met al haar knuffels, te wachten tot de nare nachtmerrie-monsters weer komen opdagen. De monsters zijn harig, hebben veel tanden, uitpuilende ogen, en armen en klauwtjes die haar proberen te grijpen. Brrr...! Loes rilt van angst, samen met haar knuffelbeesten, die verschrikt toekijken. Het lukt Loes maar niet om de gillende, grommende en brullende monsters te verjagen. Tot ze het helemaal zat is, en een verrassend bijdehand plan bedenkt. Dat werkt!

Weinig tekst, maar precies voldoende voor de verhaallijn. En met kleurrijke illustraties die voor zich spreken. Wie al vertrouwd is met Riphagens andere boeken zal veel herkennen. Zoals de malle dieren en het kaboutertje. De nachtmerrie-monsters zijn best eng, vanwege hun harigheid en grijpgrage klauwtjes. Maar tegelijkertijd hebben ze ook iets aandoenlijks, door hun kleurige uiterlijk en hun maffe vormen. Leuk boekje!

Nare dromen, nachtmerries en nachtelijke paniekaanvallen

Nare dromen, nachtmerries en nachtelijke paniekaanvallen zijn verschillende dingen. Eerst even hoe je ze kunt herkennen, daarna hoe je er het beste mee om kunt gaan.

  • Bij een nare droom slaapt een kind meestal gewoon door. Achteraf weet het kind vaak nog wel waar de droom over ging, en kan het zich ook bepaalde beelden herinneren.

    Nare dromen kunnen vervelend zijn, maar leveren over het algemeen minder angst dan nachtmerries.

  • Een nachtmerrie is een levendige en angstaanjagende droom. Het kind wordt er vaak abrupt wakker van, en kan de gebeurtenissen vaak precies beschrijven. Eén op de vier kinderen van 5 tot 12 jaar heeft regelmatig nachtmerries.

    In principe hoef je je geen zorgen te maken, maar bedenk wel dat nachtmerries vaker voorkomen als een kind zich gestresst of angstig voelt. Het kán dus een signaal zijn dat er iets anders aan de hand is.

  • Nachtelijke paniekaanvallen (ook wel pavor nocturnus, of night terror of 'nachtangst' genoemd) zijn een soort nachtmerries in het kwadraat, maar het grote verschil met een nachtmerrie is dat het kind er meestal niet wakker van wordt. Al kan het wel lijken alsof het kind wakker is. Bijvoorbeeld omdat het met open ogen rechtop in bed zit. Of gaat rondspoken in huis. Nachtelijke paniekaanvallen komen niet heel vaak voor.

    Meestal is er sprake van heftige angst of paniek, waardoor je kind gaat schreeuwen, of slaapwandelen, of panisch gaat bewegen in bed. Soms wordt het veroorzaakt door een emotioneel trauma, maar dat hoeft zeker niet het geval te zijn. Het kan ook spontaan optreden.

    Het kan er heftig uitzien maar het kan geen kwaad, en je kind weet de volgende dag meestal niet meer wat er gebeurd is.

    Nachtelijke paniekaanvallen komen het vaakst voor bij kinderen van 4 tot 8 jaar, maar ouder kan ook. (Soms hebben pubers of zelfs volwassenen er ook nog last van.) Het goede nieuws is dat het doorgaans vanzelf overgaat.

Eerste hulp bij nare dromen

Bij nare of enge dromen hoef je in principe geen hulp te bieden, omdat er weinig te helpen valt. Laat je kind gewoon vertellen wat het heeft meegemaakt – als het dat wil – en doe verder geen moeite om er speciale betekenis aan te hechten. Zeg gewoon: "Hè, wat naar was dat" en besteed er verder niet te veel aandacht aan.

Eerste hulp bij nachtmerries

Ook al hoeft een nachtmerrie niet meteen te betekenen dat er iets aan de hand is, je kind kan er wel last van hebben. Dan is het goed om hulp te bieden.

Als je kind midden in de nacht wakker schrikt van een nachtmerrie, en erover wil vertellen, dan kun je het beste zeggen dat het niet echt was, maar gewoon een droom. Dat wil je kind ook graag horen.

Laat je kind vooral zelf vertellen, en ga niet invullen. (Zoals: "Die hond was zeker wel eng hè", terwijl die hond misschien juist tot steun was.) Het gevaar van invullen is dat je kind zich niet begrepen zal voelen, wat zijn nare gevoel alleen maar erger zal maken.

Dus: stel open vragen ("Goh, hoe ging dat dan? Hoe ging het verder?") en benoem de gevoelens van je kind ("Wat naar dat je niets kon doen! Dat je zo machteloos was!")

Als de nachtmerries vaker terugkomen, kun je je kind helpen door samen dingen te bedenken waardoor ze wegblijven. Bijvoorbeeld: voor het slapen gaan met z'n tweeën alle boze dromen wegblazen. Kinderen hebben vaak ook baat bij een knuffel, die hen beschermt tegen nachtmerries.

Het mooiste is wanneer je kind zélf iets verzint om zich te beschermen, omdat het er juist dan in zal geloven. Zijn eigen fantasie is het sterkste wapen tegen zijn hinderlijkste fantasieën.

Een andere mogelijkheid om je kind te helpen, is om zijn nachtmerries een andere wending te geven. Verzin samen een ander einde, of doe suggesties hoe de droom anders zou kunnen verlopen (zoals een toverzwaard om de draak mee te verslaan). Dat kan helpen bij toekomstige nachtmerries.

Is het goed of juist niet, om je kind even in je eigen bed te nemen? Daarover zijn de meningen verdeeld. Sommigen zeggen: volg je eigen gevoel, en bied de troost waar je kind om vraagt. Anderen zeggen: liever niet, omdat je dan de boodschap geeft "bij ons ben je veiliger dan in je eigen bed", waardoor er later slaapproblemen kunnen ontstaan. Voor beide standpunten valt iets te zeggen. Een mooi compromis, dat aan beide standpunten recht doet, is om voor één nachtje bij je kind op de kamer te slapen. Dat biedt troost, en geeft tegelijkertijd de boodschap dat je kinds eigen bed helemaal veilig is.

Tenslotte: door overdag – als het acute leed geleden is – te praten over de nachtmerries, kun je soms de onderliggende angst of frustratie ontdekken (als die er is), zodat die aangepakt kan worden. Maar blijf bedenken dat nachtmerries ook zomaar kunnen ontstaan, zonder dat er een diepere betekenis is.

Eerste hulp bij nachtelijke paniekaanvallen

Dit zijn de belangrijkste adviezen bij nachtelijke paniekaanvallen (pavor nocturnus, nachtangst):

  • maak je kind niet wakker (omdat dat averechts kan werken, en je kind nóg angstiger kan maken);
  • zorg dat de veiligheid van je kind gegarandeerd is. Sluit ramen en (buiten)deuren dus goed af;
  • als je je zorgen blijft maken: bespreek het met je huisarts. (Bijvoorbeeld of een verwijzing naar een slaapcentrum zinvol is.)

Voor meer informatie, zie: Wat kun je doen bij zeer heftige nachtangst?.

Eva Kuipers

is klinisch psycholoog/psychotherapeut, prentenboeken-liefhebster, en voorleester/vrijwilliger bij de VoorleesExpress Amsterdam.

Reacties

Marijke

Wat had ik dit boekje tien jaar geleden graag willen hebben, om voor te lezen aan onze kleuterzoon die toen zo vaak akelige dromen had. Onlangs vertelde hij nog dat het destijds zo geholpen heeft dat we een dromenvanger voor zijn raam hingen. (En dat hij nu, inmiddels puber, best begrijpt dat die dromenvanger niet echt iets deed, maar dat het idee vooral hielp.)

De oudste had last van nachtangst. In tegenstelling tot wat gezegd wordt maakten wij hem altijd wel wakker als hij weer een klein beetje benaderbaar was. Dat wil zeggen: we zetten hem op het toilet, waardoor hij wakker werd en helemaal uit zijn angstige gemoedstoestand kwam. Het was voor ons als ouders fijner (het went haast, iedere keer zo’n kind in blinde paniek, maar het blijft akelig) en hij ondervond geen nadelige
gevolgen van dat wakker maken.
Op een gegeven moment hielden de angsten op, en ging hij slaapwandelen. Ik heb het gevoel dat er een relatie is tussen die twee, maar daar heb ik nooit informatie over kunnen vinden.