Home » Columns » 16 baby in plastic zak en andere verhalen

16. Baby in plastic zak (en andere verhalen)

Door:

Justine Pardoen

Veel ouders worstelen met het dilemma dat het verstand soms iets anders zegt dan het gevoel. Discipline is nuttig maar verzaken mag ook. De leerplicht is okee maar schoolziek moet kunnen. Alcohol tijdens de zwangerschap is schadelijk, maar een glas wijn ontspant.

In deze aflevering stelt Justine het probleem aan de orde of je een sterk verhaal van je kind nu wel of niet moet geloven. Haal je de politie erbij of niet?

Justine Pardoen

Had u het ook gezien, dat berichtje? In Wolvega had een meisje van 15 een levende baby gevonden in een plastic zak. Niemand weet wat er van die baby geworden is. Zo vind je een baby, en zo is hij weer weg.

Het meisje had thuis verteld dat ze een baby had gevonden in een plastic zak, maar dat er een mevrouw gestopt was die de baby naar de politie zou brengen. Haar signalement: een blanke vrouw tussen de 45 en 60 jaar, kort grijs krullend haar, op een Gazelle damesfiets met lage instap, met twee donkergrijze fietstassen. Daar paste die baby mooi in... Maar nu blijkt helemaal niemand een baby te hebben afgegeven bij het politiebureau en dus is de politie op zoek naar die mevrouw.

Ik ken dat meisje.

Het was rond 5 uur in de middag, op het eindeloze stuk Steenwijkerweg tussen De Blesse en Wolvega, dat ze altijd moet fietsen van school naar huis. Ze durft helemaal niet te vertellen dat er helemaal geen baby was. Het was guur weer die middag, en ze had de pest in over haar schooldag.

Peinzend over haar leven schrok ze zich ineens een hoedje toen ze op die lange, eenzame landweg iets zag bewegen in de berm. De adrenaline joeg door haar lijf. Toen ze erlangs fietste, bleek het gewoon een plastic zak te zijn die bewoog in de wind. Ze werd boos over haar eigen bange reactie. Waar was ze nou bang voor geweest? Er hád natuurlijk een afgedankte puppy of een levende baby in kunnen zitten. Je weet maar nooit tegenwoordig.

Toen ze thuis kwam, had ze nog steeds zo'n vaag boos gevoel; dat zat in haar lijf en wilde niet meer weg. Ze zag haar moeder, die al in de keuken bezig was voor het avondeten. Ze keek niet eens naar haar toen ze binnenkwam. Wat heb je eigenlijk voor leven als je dag in dag uit braaf je huis poetst, elke dag het eten kookt, en geen idee hebt wat er in het hoofd van je kinderen omgaat? Zij zou nooit kinderen krijgen, dacht ze.

Die avond zaten ze zwijgend aan tafel. Haar vader was er nog niet – gelukkig niet, die zou toch de sfeer maar verpesten met zijn gevit op haar broer – haar moeder at met haar schort nog om en haar broer zat onderuitgezakt tijdens het eten de PU te lezen. Ineens vroeg haar moeder hoe het op school was. Had ze al kennisgemaakt met alle nieuwe leraren, en was haar klas een beetje aardig? En toen verzon ze ineens, ter plekke, dat ze die middag op weg naar huis een levende baby in een plastic zak gevonden had langs de Steenwijkerweg.

Haar moeder keek haar voor het eerst sinds ze thuis was gekomen aan, en vroeg honderd-uit over details. En dus gaf ze die, tot en met het signalement van de vrouw die de baby had meegenomen. De baby was een jongetje, en die mevrouw had eruit gezien zoals alle vrouwen uit die buurt: onbestemde leeftijd, onbestemd kapsel, en rijdend op zo'n ouwe-vrouwenfiets met fietstassen. Nee, meer wist ze niet. Ze kon toch moeilijk vertellen dat ze zeker wist dat die mevrouw aan tafel gaat met haar schort nog voor.

Voordat ze er erg in had, belde haar moeder de politie. Hoe was het met de baby die haar dochter gevonden had? Maar de politie wist van niets.

Een vriend vertelde me ooit dat hij eens had gelogen tegen zijn ouders over zijn tas, die hij als kind had laten liggen in de bus. Hij had bedacht dat hij er beter vanaf zou komen als hij zou vertellen dat hij door grote jongens was overvallen, en dat die zijn tas hadden meegenomen. Een kind van 10 denkt dat hij daarmee een probleem heeft opgelost. Maar dan begint het natuurlijk pas. Sommige ouders maken er echt werk van, de politie komt eraan te pas, en tegen de tijd dat je spijt hebt van je leugen, kun je niet meer terug.

Ikzelf was 13 jaar toen ik op een zaterdagochtend naar pianoles fietste. Aan het begin van het fietspad stond een man in een regenjas met een been over de stang van zijn herenfiets. Geen idee wat hij daar deed en ik zag verder niets, helemaal niets, maar het hád gekund dat hij onder die jas helemaal niets aan had! Ook kon ik hem gemakkelijk ontwijken: ik nam gewoon het fietspad aan de andere kant van de weg. Maar de hele verdere weg naar mijn pianoles genoot ik van het idee dat ik iets heel spannends had meegemaakt. Dat was nou een potloodventer. Eindelijk had ik er eentje gezien!

Toen ik thuiskwam, vertelde ik in geuren en kleuren mijn verhaal. Dat de man zijn jas expres had opengeslagen toen hij mij zag aankomen en me indringend, maar vriendelijk had aangekeken. Ik wist te vertellen welke kleur zijn fiets had, en hoe zijn jas eruit zag. Een gewone, nette man, vond ik, met zo'n nette donkere bril, donker kort haar. Zo eentje die je elke dag voorbij ziet fietsen, met een aktetas onder de snelbinders. Nee, vandaag had hij geen aktetas bij zich...

Voor mij was hier het verhaal afgelopen. Maar voor mijn moeder niet. Zij belde de politie en nog geen uur later zat er bij ons thuis aan de eettafel een politie-mevrouw om mij allemaal vragen te stellen. Ik vond het enorm overdreven, maar kon toen moeilijk meer zeggen dat ik eigenlijk niets gezien had.

Die plastic zak heeft er natuurlijk wel gelegen, daar bij Wolvega. Maar die baby niet. Ik denk nog wel eens aan dat meisje. Onzeker en wat bozig van ontevredenheid, nog niet op haar plek, en in ongeduldige afwachting van het moment dat het leven voor haar zal beginnen. Geen gemakkelijke leeftijd, 15 jaar...

Zie ook: DaderGezocht.nl. (Die weg ziet er precies zo uit als ik mij had voorgesteld...)

Justine Pardoen

was hoofdredacteur van Ouders Online (tot 1 september 2018), en is moeder van twee kinderen. Ze schreef deze column op persoonlijke titel.

Alle columns in de serie Hoofd en Hart