Home » Columns » 29 de gek in mijn hoofd

29. De gek in mijn hoofd

Door:

Dido Michielsen

Dido Michielsen is moeder van Lisa-Xiu en Lin. In haar maandelijkse column vertelt Dido over alle ins en outs van het adoptie-ouderschap.

Lin en Lisa-Xiu

'Als elke gek een kind op de wereld kan zetten, waarom wordt het jullie dan zo moeilijk gemaakt?' – dat is een vraag die elke adoptie-ouder (in spé vooral) op zich afgevuurd krijgt door z'n omgeving. En eentje die hij zichzelf ook zeer regelmatig stelt.

Ouders, of dé ouder, want éénpersoons-adopties kunnen sinds kort ook, moeten aan enkele voorwaarden voldoen, waarbij leeftijd (niet ouder dan 42 jaar) en woonachtig in Nederland zo'n beetje de voornaamste zijn. Belangrijker nog is dat hij of zij geduldig zal wachten, al is ook die wachttijd korter geworden de afgelopen jaren. Maar het zal ongeveer twee jaar duren voordat de beginseltoestemming van Justitie in huis is en men zich daadwerkelijk kan gaan concentreren op het adopteren van een kind.

De volgende wachtlijst

In die tijd van twee jaar heb je als ouder een verplichte voorlichtingscursus gevolgd, ben je gescreend op het al dan niet hebben van een strafblad, heeft de kinderbescherming je goede bedoelingen uitgetest en heb je al honderden keren aan die gek gedacht.

Maar dan ben je er nog niet, want je meldt je aan voor de volgende wachtlijst, waarvan de lengte afhankelijk is van het land waar je kind vandaan komt. Ook zo'n land kan specifieke eisen stellen: aan je inkomen, je gezinssamenstelling, je leeftijd.

De gek in je hoofd begint wanstaltige proporties aan te nemen. Bovendien hoor je steeds vage verhalen over mensen die bij de geboorte van hun adoptiekind aanwezig waren en het – zeg maar – vers van de pers mee naar huis konden nemen; of over Amerikanen die binnen negen maanden uit en thuis waren met baby.

En je wacht en je lijdt. En je begint al die goedbedoelde belangstelling te haten. Wàt, nog niets gehoord? Je vervloekt het bureau dat voor jou op zoek is naar een kind (in werkelijkheid is dat bureau op zoek naar ouders voor een kind, maar zo vat jij dat allang niet meer zo op). En je verlangt elk donkergekleurd kind van wildvreemden even aan te raken.

Gek weg

Ik zal echt niet beweren dat het een makkie is, zo'n adoptieprocedure. Maar de gek in mijn hoofd is wel voorgoed verdwenen. Ik ben, nu ik er doorheen ben, iets beter gaan begrijpen waarom er zoveel verplichtingen aan een adoptie vooraf gaan.

Als je eenmaal je kinderen hebt namelijk, besef je pas wat een reusachtige verantwoordelijkheid dat is. Je voedt een kind op dat iemand anders uit wanhoop moest afstaan. Een kind dat bewust of onbewust al de ergste scheiding heeft meegemaakt, dat soms al een flinke deuk heeft gekregen in het vertrouwen in de mensen. Of het basisvertrouwen mist dat elke mollige, goed doorvoede, geknuffelde Hollandse baby in z'n MaxiCosi als vanzelfsprekend bezit. En, zonder ons adoptie-ouders op de borst te willen kloppen, er komen wel eens dingen bij om de hoek kijken die andere ouders niet meemaken.

Net zomin als iedere gek in staat is om een kind op te voeden, kan ook niet elke gek een adoptiekind grootbrengen. Maar het biologisch-eigen kind van de gek heeft geen keuze. Voor de adoptiekinderen wordt in ieder geval wèl een poging ondernomen om die gek er tussenuit te vissen.

Rampen voorkomen blijft toch beter dan genezen, zelfs al duurt het dan wat lang in onze ogen.

Dido Michielsen

is publiciste, en moeder van Lisa-Xiu en Lin.

Lees verder

Alle columns in de serie Wereldkind