Home » Opinie » Recht op vergetelheid

Recht op vergetelheid

Door:

Bruno Vanobbergen

Kinderen en jongeren nemen deel aan documentaires en reality-tv, hun verhalen verschijnen in kranten, tijdschriften en online. Zo krijgen ze een stem, en de buitenwereld krijgt een inkijkje in hun leefwereld. Maar hoe vanzelfsprekend is dit? Welke rol spelen media- en nieuwsmakers hierbij?

Bruno Vanobbergen, de Vlaamse Kinderombudsman, heeft gedragsregels opgesteld voor de Vlaamse media (die binnenkort daadwerkelijk overgenomen worden). Ouders Online verzocht hem zijn ideeën voor ons op papier te zetten.

De Privacycommissie, een onafhankelijk orgaan dat toeziet op de privacy bij de verwerking van persoonsgegevens [in Nederland: het College Bescherming Persoonsgegevens - red.], vertrekt van de vaststelling dat de digitale voetdruk steeds groter wordt. Ouders bloggen vanaf de geboorte van hun kinderen naar lieve lust over hun ervaringen en delen foto's over hun prille geluk. Daardoor krijgt de buitenwereld van dag één inkijk in het dagelijks leven van kinderen.

Op oudere leeftijd geven kinderen en jongeren zelf heel wat persoonlijke informatie prijs aan de digitale wereld, zonder erbij stil te staan wat er allemaal met deze informatie gebeurt. Een uit de hand gelopen feestje dat druk gedeeld en bekeken wordt op Facebook, kan zo jaren later een interessante job hypothekeren. Potentiële werkgevers stoten op de 'gênante' beelden die niet stroken met de waarden van het bedrijf. Experimenteer- of ontgroeningsgedrag eigen aan het opgroeien bleef generaties lang enkel in de herinneringen verder leven. Nu kan het je, eens er beelden verspreid worden op de digitale snelweg, voor de rest van je leven achtervolgen.

Om kinderen en jongeren maar ook ouders en zelfs onderwijzend personeel van deze gevaren bewust te maken en om inbreuken tegen privacy te voorkomen, lanceerde de Privacycommissie de website www.ikbeslis.be. Met concrete voorbeelden wijst het kinderen en jongeren op mogelijke gevaren bij het gebruik van een gsm, het internet of een sociale netwerksite.

Daarnaast pleit de Privacycommissie ervoor om een 'recht op vergetelheid in de online-omgeving' op te nemen in de privacywetgeving. Effectief controle hebben over je persoonlijke gegevens (naam, adres, gsm-nummer, etc.) is een fundamenteel recht in Europa dat wordt erkend door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (art.8).

Gedragsregels voor programmamakers en journalisten

Het recht op vergetelheid geldt niet alleen voor het internet of sociale netwerksites. Ook beelden via televisie (amusementsprogramma’s, reportages, nieuwsitems, etc.) of geluidsfragmenten via interactieve radioprogramma’s kunnen kinderen en jongeren lange tijd blijven achtervolgen. Dat ondervond een 8-jarige jongen toen Supernanny, het programma over opvoedingsproblemen, 6 jaar later zonder zijn medeweten heruitgezonden werd.

Het is daarom dat het Kinderrechtencommissariaat gedragsregels voor programmamakers en journalisten lanceert om zorgzaam om te gaan met kinderen en jongeren in de media. Belangrijk hierbij is dat er waarheidsgetrouw en met respect voor het privéleven en de menselijke waardigheid wordt bericht. Kinderen en jongeren moeten met plezier kunnen terugkijken op hun medewerking aan dergelijke programma's. Vandaar dat het belangrijk is dat journalisten en programmamakers vanaf het begin zichzelf en hun onderwerp duidelijk kaderen.

Door minderjarigen serieus te nemen en ze goed te informeren, moeten kinderen en jongeren autonoom in staat worden geacht hun toestemming tot medewerking te verlenen. Wat is de impact van hun deelname op hun verder leven? Zijn ze zich bewust van mogelijke negatieve reacties van hun naaste omgeving of van het grote publiek?

De geïnformeerde toestemming mag trouwens niet absoluut worden voorgesteld. Gaat het programma of interview niet de richting uit zoals voorgesteld? Dan moeten kinderen en jongeren het recht hebben hun medewerking doorheen het productieproces stop te zetten.

Idealiter worden kinderen en jongeren gedurende het hele proces bijgestaan door een vertrouwenspersoon. Zeker als het over langdurige programma's gaat, zoals The Voice for Kids, is dit nodig. Kinderen moeten ook ingelicht worden wanneer het programma jaren later heruitgezonden wordt.

Bedoeling is om deze richtlijnen vorm te geven in samenwerking met de Raad voor de Journalistiek. Dat is in Vlaanderen de onafhankelijke instelling die vragen en klachten over de journalistieke beroepspraktijk behandelt. De Raad functioneert als platform voor journalistieke zelfregulering. De Raad wil in het najaar een bijkomende regel in hun ethische code toevoegen zodat er extra aandacht komt voor kwetsbare kinderen en jongeren in de media.

Zelfregulering

Deze vorm van zelfregulering door de sector zelf heeft volgens Eva Lievens, docent aan het Interdisciplinair Centrum voor Recht en ICT, als voordeel dat de regels flexibel, met de nodige kennis van zaken, en makkelijk aanpasbaar zijn.

Daartegenover staat dat dergelijke zelfregulering vaak staat voor zwakke handhaving en verantwoording. Weinig inbreuken op de beroepsethiek worden krachtdadig veroordeeld, vervolgd of beboet.

Toch is een dergelijke Ethische code voor Journalistiek van belang om een zekere alertheid te creëren ten aanzien van het publiceren van beelden van minderjarigen. Zo werden naar aanleiding van een schoolbusongeval in het Zwitserse Sierre door een aantal kranten zonder toestemming foto's van de verongelukte kinderen van hun Facebookpagina's gehaald, tot grote ergernis van familie en verwanten. Daarop heeft de Raad voor de Journalistiek een bijkomende richtlijn uitgevaardigd over het gebruik van informatie en beeldmateriaal van persoonlijke websites en sociale netwerksites. Als algemene regel is de Code nu zo opgesteld dat bij minderjarigen uiterst terughoudend moet worden omgesprongen met identificatiegegevens.

Opvallend is dat bij een vergelijking met de ons omliggende landen er meestal slechts vage en weinig specifieke zelfregulerende richtlijnen bestaan voor minderjarigen. In het bijzonder heeft de Nederlandse Raad voor de Journalistiek in hun leidraad geen specifieke verwijzing naar minderjarigen opgenomen. Bijkomend onderzoek en bewustmaking naar een efficiëntere zelfregulering dringt zich ook in onze buurlanden op. Zeker als je weet dat de media een grote rol kunnen spelen in de manier waarop een bepaalde negatieve beeldvorming over minderjarigen gecreëerd wordt.

Bruno Vanobbergen

is kinderrechtencommissaris, de Vlaamse Kinderombudsman. Zie: www.kinderrechtencommissariaat.be.

Naschrift: 

De bovenstaande opinie, geschreven op verzoek van Ouders Online, richt zich in feite tot de mediamakers. Dat roept de vraag op wat ouders ermee moeten, zeker zo lang we in Nederland nog niet zulke richtlijnen hebben. Daarom zullen wij zeer binnenkort een checklist voor ouders publiceren, met tips en adviezen hoe je het beste om kunt gaan met 'de media' als het over je kinderen gaat.

Redactie Ouders Online