3 november 2026 door Tessa
Carolien (34) vertrouwde op haar gevoel toen de jeugdarts zei: 'Als dit zo doorgaat, moeten we aan een sonde denken'
Carolien (34) is moeder van een peuter die al maanden bijna niets anders eet dan droge crackers. Tijdens een consult opperde de jeugdarts voorzichtig sondevoeding als stok achter de deur. Carolien voelt dat er iets anders speelt dan 'gewoon koppig zijn': dit is haar persoonlijke verhaal.
Op het aanrecht staat een trommel met precies één soort cracker. Niet het merk van de supermarkt om de hoek, maar echt dát pakje, met die specifieke zoutkorrels erop. Als ik een keer de verkeerde meeneem, ruikt hij het al voordat hij het ziet en dan is het huilen niet meer te stoppen. Dit speelt al bijna een jaar. Groenten, fruit, vlees, brood met beleg: alles wordt geweigerd, vaak al bij het zien of ruiken ervan, laat staan dat er een hapje in zijn mondje komt.
Wat me het meest raakt, zijn de kleine lichamelijke signalen die ik inmiddels ken als mijn broekzak. De geur van gekookte broccoli die hem letterlijk doet kokhalzen. Het zweet dat op zijn rug verschijnt als ik hem voorzichtig vraag om alleen maar te proeven aan iets nieuws, zonder dat hij het hoeft door te slikken. De paniek in zijn ogen bij een textuur die niet klopt: een stukje banaan dat net iets te zacht is, een cracker die gebroken is in plaats van heel. Het lijkt wel of zijn hele systeem in de hoogste staat van paraatheid schiet, voor iets wat voor ons zo gewoon is als eten.
Aan tafel is het inmiddels een onderhandeling waar niemand plezier aan beleeft. Bij opa en oma wordt er gezucht als hij weer alleen crackers krijgt voorgeschoteld, en op de crèche vragen de juffen steeds vaker of het 'al wat beter gaat'. Ik merk dat ik mezelf begin te verontschuldigen voordat iemand er iets over zegt. Alsof ik iets fout doe.

De vermoeidheid zit inmiddels diep. Niet alleen de fysieke vermoeidheid van avond na avond onderhandelen aan tafel, maar vooral het gevoel dat niemand om me heen precies snapt wat hier gebeurt. Mijn moeder zegt dingen als 'gewoon niet toegeven, dan leert hij het wel' en 'vroeger aten jullie ook gewoon wat er op tafel kwam'. Ik snap het, ik zou er zelf ook ooit zo over gedacht hebben. Maar ik zie iets in zijn reactie dat niet aanvoelt als een kind dat zijn zin wil doordrijven. Het voelt eerder alsof zijn lijf in de overlevingsstand schiet.
Toch durf ik er geen woord aan te plakken. Is dit een fase die vanzelf overgaat? Heeft het te maken met hoe hij prikkels verwerkt? Ik heb er het nodige over gelezen, maar ik wil mezelf niet wijsmaken dat ik ineens weet wat er medisch of psychologisch aan de hand is. Dat gevoel van zwemmen tussen 'misschien is het niets' en 'misschien is het wel iets' maakt me soms moedelozer dan de weigerachtigheid aan tafel zelf.
Als dit zo doorgaat, moeten we aan een sonde denken
Toen de jeugdarts tijdens het laatste consult op rustige toon zei: 'Als dit zo doorgaat, moeten we aan een sonde denken', voelde ik twee dingen tegelijk. Angst, natuurlijk: het beeld van een slangetje door zijn neusje deed iets met me. Maar ook een soort weerstand die ik niet meteen kon plaatsen. Het voelde alsof we naar een plan gingen, zonder dat er goed was gekeken naar wat er bij hem precies gebeurt als er eten in de buurt komt.
Ik wilde iemand die eerst wilde kijken naar wat er bij hem gebeurt, voordat we naar de uitkomst sprongen
Dus ben ik zelf gaan zoeken naar een logopedist die zich specifiek richt op eetproblemen bij jonge kinderen, iemand die niet meteen naar de weegschaal keek, maar naar wat er in zijn mond, zijn neus, zijn hele lichaam gebeurde zodra er eten in de buurt kwam. Schuldgevoel en opluchting liepen door elkaar heen: schuldgevoel omdat ik het liefst sondevoeding wilde vermijden (voelde dat niet eigenwijs, zelfs onverantwoordelijk?) en opluchting omdat er diep vanbinnen een stem bleef zeggen dat we nog niet waren uitgepraat.
Het eerste gesprek voelde al anders. Ze stelde vragen die niemand me eerder had gesteld: hoe reageert hij op geluid tijdens het eten, houdt hij van stevige knuffels, wat doet hij als zijn kleding ergens kriebelt. Langzaam begon er een beeld te ontstaan waarin eten niet op zichzelf stond, maar onderdeel leek van iets groters: hoe hij prikkels in het algemeen binnenkrijgt en verwerkt. Geen diagnose, geen stempel, maar wel een richting om in te oefenen.

Er lag ineens een piepklein stukje perzik op tafel, en hij raakte het aan
En zo veranderde er heel langzaam iets. Er lag een piepklein stukje perzik op tafel, en hij raakte het aan. Hij rook eraan. Zijn vingertopje gleed er even overheen, en toen trok hij zijn hand weer terug. Geen hap, geen wonder, niets om over te juichen zoals je dat bij een eerste stapje zou doen. Maar ik voelde voor het eerst in maanden dat er íets bewoog, en dat voelde als het begin van iets, in plaats van het einde van een lange lijst mislukkingen.
Het is en blijft lastig. Er zijn nog steeds avonden waarop alleen de crackers overblijven en ik denk aan dat zinnetje van de jeugdarts. Maar ik voel me minder alleen nu ik naast het medische advies ook mijn eigen gevoel serieus durf te nemen, en op zoek ben gegaan naar iemand die hetzelfde deed. Een voorzichtig vertrouwen, meer is het nog niet.
Heb jij ook wel eens het gevoel gehad dat je tussen een medisch advies en je eigen onderbuikgevoel over je kind in moest kiezen, en hoe ben je daarmee omgegaan?