Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

21 februari 2002 door Diederik Bosman

Absences komen steeds vaker voor - hoe kan dat? (7 jr)

Mijn zoon Tim (bijna 7) heeft met 2 jaar een stuipkramp met longontsteking gehad. Toen hij haast 4 jaar oud was, werd via een hersen-scan vastgesteld dat hij absences heeft. Hij gebruikt twee medicijnen (Ethymal en Carbymal). Hij zit nu ook op een LOM-school.

Sinds ca. 2 weken komen zijn uitvallertjes steeds vaker en langer voor. Daarbij plast hij ook in zijn broek, omdat hij dan geen controle over zijn plasspier heeft.

Mijn vraag nu: hoe kan het dat de uitvallertjes ineens zo vaak voorkomen (5 tot 9 keer)? Het ging eigenlijk zo goed. Tot nu toe. Ik maak mij er toch een beetje ongerust over.

Antwoord

Absences zijn epileptische aanvallen, waarbij het kind geen trekkingen van armen of benen heeft, maar kortdurende wegrakingen. Hierbij stopt het kind kortstondig met zijn of haar bezigheden en staart het even voor zich uit, om vervolgens weer door te gaan. Met medicijnen is dit soms redelijk goed te behandelen.

Volgens ons zijn er drie mogelijke verklaringen voor de toename van de absences van uw zoon Tim.

Mogelijkheid 1

Als er ondanks het slikken van medicijnen toch meer aanvallen gaan optreden, dan kan dat komen doordat de epilepsie meer wordt uitgelokt. Zo kunnen ernstige vermoeidheid of te veel inspanning de epilepsie tijdelijk doen verergeren.

In dat geval is er geen reden tot ongerustheid, maar moet men ervoor zorgen dat die uitlokkende oorzaken worden weggenomen.

Mogelijkheid 2

Een tweede verklaring is dat de patiënt als het ware uit zijn medicijnen groeit. Veel medicijnen worden voor kinderen op basis van hun lichaamsgewicht gedoseerd.

Dus: als de medicijnen worden gestart op 3-jarige leeftijd, en de dosering niet wordt bijgesteld, dan kan dat betekenen dat op 7-jarige leeftijd, wanneer het gewicht sterk is toegenomen, de medicijnen te laag worden gedoseerd.

Mogelijkheid 3

Tenslotte kan de epilepsie zélf erger zijn geworden. Helaas komt dit laatste ook voor.

Al met al is ons advies om contact op te nemen met de behandelend arts, om uit te maken met welke van de drie mogelijkheden u te maken heeft.