Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

1 januari 2000 door Joanna Sandberg

Co-kind van 1½ vertoont scheidingsangst?

Mijn dochter (bijna 1½ jaar) is vanaf haar geboorte een co-kindje. Ze woont deels bij haar vader en deels bij mij (co-ouderschap). Meestal gaat ze hooguit 4 dagen naar haar papa toe. Dit verloopt goed. 's Avonds rond 19.30/20.00 uur wordt ze dan teruggebracht. En rond 21.30 gaat ze dan naar bed. Dat is normaal voor haar: ze gaat meestal tussen 20.30 uur en 21.30 uur naar bed.

Onlangs is een kleine week bij hem geweest en werd de eerste nacht daarop bij mij huilend wakker, ze huilde gewoon hysterisch en klampte zich aan mij vast. Ook was ze lichamelijk erg onrustig en liet ze veel winden.

Nu is mijn vraag, komt dit gedrag voort uit de 'wisseling' of zal haar iets anders dwars gezeten hebben? Ze was ontroostbaar en niet af te leiden. Na 1½ uur ging ze eindelijk weer slapen. Overdag is ze meestal ook de eerste dag erg plakkerig... en snel van slag.

Nu denken we erover om 's middags al te 'wisselen', zodat ze langer kan wennen en om kan schakelen. Heeft u nog andere tips? Bedankt!

Antwoord

Wanneer ouders kiezen voor co-ouderschap blijven ze gezamenlijk verantwoordelijk voor de zorg en opvoeding van hun kind(eren). In de praktijk betekent dat het kind twee huizen en twee kamertjes heeft, en dus afwisselend bij één van zijn ouders woont. Het is voor co-ouderschap essentieel dat de ouders regelmatig en goed met elkaar kunnen en blijven overleggen over de kinderen.

U schrijft dat uw dochtertje van anderhalf jaar hooguit vier dagen naar haar vader gaat. Het is mij niet duidelijk of dit vier dagen in de week is, want als dat zo zou zijn, is zij vaker bij haar vader dan bij u. Ik neem aan, zoals u de situatie beschrijft, dat dat niet het geval is.

Gehecht aan moeder en vader

Uw dochtertje is al vanaf haar geboorte een co-kindje, en het is voor haar waarschijnlijk gewoon om na een paar dagen te wisselen van ouder en omgeving. Toch wordt er veel van haar gevraagd. Ze moet steeds om de zoveel dagen omschakelen van de ene ouder naar de andere. Blijkbaar heeft u een stabiel kind, want ze heeft tot nu toe weinig problemen gegeven. Ze heeft zich dus zowel aan u als aan haar vader gehecht.

Kinderen die door hun moeder en hun vader verzorgd worden kunnen zich aan beiden hechten. Echter, ouders gaan verschillend, op hun eigen manier met hun kind om, en kinderen hechten zich verschillend aan ouders. Waarschijnlijk is het ook zo dat een kind zich het sterkst hecht aan de ouder die een vast patroon heeft in de omgang met het kind, en met wie het kind het emotioneel intensiefst contact heeft. Deze ouder voelt dan heel goed de behoeften van het kind aan, en gaat er ook op een adequate wijze op in.

Uit uw schrijven lijkt mij dat uw dochtertje zich het sterkst aan u gehecht heeft. Nadat ze langer dan normaal bij haar vader is geweest, vertoont ze vastklampend gedrag. Met anderhalf jaar wordt zij zich ook meer bewust van zichzelf. De scheidingsangst is dan ook het sterkst bij kinderen tussen de 14 en 20 maanden. Zij heeft u echt gemist en zich verlaten gevoeld, waardoor ze angstig is geworden. De periode die ze van u gescheiden is geweest heeft te lang geduurd. En het winden-laten kan erop wijzen dat ze te veel lucht heeft gehapt door alle spanning. Dat geeft buikpijn, en winden laten en boeren helpt dan om het te veel aan lucht te ontsnappen.

Paula Lampe schrijft in haar boek "Gedeelde kinderen" dat veel deskundigen van mening zijn dat kinderen pas na hun zesde jaar geschikt zijn voor het systeem van co-ouderschap. Dit in verband met de vroege hechting. Ook zou het peutertje het steeds moeten verhuizen als straf kunnen ervaren.

Hoe kunnen u en de vader uw dochtertje nu helpen?

U zou kunnen overwegen om haar een tijd kortere periodes bij haar vader te laten zijn, als dat mogelijk is. Want het zal tijd kosten om haar scheidingsangst te verminderen. Als dat niet mogelijk is, is het belangrijk dat haar vader goed in de gaten houdt wanneer zij u gaat missen, en waarschijnlijk is dat al na één of twee dagen. Wanneer zij u nodig heeft, zou u zo snel als mogelijk naar haar toe moeten gaan. Het gaat erom dat zij er vertrouwen in krijgt dat u er bent als zij u nodig heeft. Dat hoeft en kan meestal niet meteen, maar het moet ook geen dag duren. Als haar vader over u praat, en haar vertelt dat u er zometeen weer bent, helpt hij haar ook gerust te stellen. Misschien kunt u ook een regeling treffen dat ze wel een paar dagen bij haar vader is overdag, maar dan 's avonds bij u is en in haar eigen bedje slaapt. U en haar vader moeten dus veel overleggen over hoe het met haar gaat. Scheidingsangst wordt minder naarmate een kind ouder wordt, en na het derde jaar kan het kind scheidingen steeds beter aan. Ik hoop dat u en de vader van uw dochtertje de regeling een periode kunnen veranderen in het belang van uw kind.

(zie ook: recensie van boek Paula Lampe)