Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

9 september 2005 door Joanna Sandberg

Hoe kom ik van die oeverloze discussies en dat eeuwige tegenspreken af? (4 jr)

Mijn dochter Adinda is een gezonde meid van ruim 4 jaar en heeft een zusje van 11 maanden. Adinda is sinds de geboorte van Nimue verbaal met sprongen vooruit gegaan tot een punt waarbij het nu lijkt of ze voorloopt op haar leeftijdgenoten. Ze maakt ingewikkelde, doordachte zinnen, argumenteert, verwoordt gevoelens en zoekt naar betekenissen. We hebben ons moedig door de 'waarom'-fase heengeworsteld die gelukkig van korte duur was. Als docent voelde ik me geroepen iedere vraag serieus maar kort en bondig te beantwoorden en dat vrat energie, met 50 vragen op een dag.

Nu zijn we naar het schijnt in een volgende fase beland, namelijk het 'tegenspreken'.

Als ik bijvoorbeeld zeg: "Morgen is er geen school, morgen is het zaterdag", dan reageert zij met: "Mama, je jokt, morgen is er wel school." "Nee hoor, morgen niet en zondag ook niet, nog drie nachtjes slapen en dan is het weer school. Zullen we samen op de kalender gaan kijken?" Waarop zij zegt: "Nee! Jij jokt, morgen is er wél school!" En dan is ze oprecht boos.

Ik probeer dan te achterhalen waarom ze boos is. Vindt ze het misschien jammer omdat ze graag naar school gaat? Ik ga mee met haar emotie, en leg uit dat ik het begrijp dat ze erg graag naar school wil, maar dat die nu eenmaal dicht is op zaterdag. Het resulteert er 9 van de 10 keer in dat ze toch boos op mij is en dat ze verbaal haar gelijk probeert te krijgen. Volgens haar zou ik moeten toegeven dat de school wel open is. En dit minstens vier keer per dag.

Verder is het heel vervelend dat ik bij iedere corrigerende opmerking die ik maak, te horen krijg: "Dat moet je niet zeggen mama." Of: "Dat doe ik al." Of: "Maar dat wil ik niet". Overigens is antwoord 2 ("Dat doe ik al") nooit waar. Ze hangt dan bijvoorbeeld onderuit in de stoel tijdens het eten en was zeker niet van plan om rechtop te gaan zitten, totdat ik er iets van zei.

Soms wachten we met iets te zeggen en héél soms reageert ze dan inderdaad op een blik van ons. Daarvoor belonen we haar dan ook.

Op de eerste opmerking ("Dat moet je niet zeggen mama.") reageer ik meestal met iets in de trant van: "Ik ben je moeder. Mama's zeggen dat soort dingen nou eenmaal." (Als ik vraag waarom ik dat niet mag zeggen, krijg ik antwoord 2 voor mijn kiezen). Dan volgt er altijd een discussie over wie de baas is en waarom dan wel. Waarom er regels zijn. En daar begint zij dan over, niet wij. Antwoord 2 ("Dat doe ik al.") lokt bij ons al geen discussie meer uit, tenzij we echt moe zijn.

Een opmerking terzijde: gelijk willen krijgen heeft ze van geen vreemde. Dat heeft ze duidelijk van mij. Helaas gaat het bij haar niet om een visie maar dingen die fysiek zwart of wit (wel of niet waar, zie voorbeeld van de school) zijn.

Momenteel passen we het principe van 'pick your fights' toe. We maken dus geen 'ruzie/discussie' meer over onbelangrijke dingen als welke jurk we vandaag aantrekken, maar wel over zomaar de straat oplopen of papa tegenspreken als hij zegt dat hij om half acht op de sport moet zijn. Als ze echt geen gelijk heeft (in de zwart/wit-dingen), dan krijgt ze dat ook niet van mij. Toch resulteert dit in zeker vier discussies per dag.

Mijn vraag: hoe kom ik van die oeverloze discussies en het tegenspreken af zonder dooddoeners ("omdat ik het zeg!") te hoeven gebruiken? Of, hoe maak ik ze minder oeverloos? Waar ligt de grens, of beter gezegd; waar moet ik de grens trekken? Hoe leg ik uit dat hetgeen zij wil niet altijd mogelijk is, zonder discussie over machtsverhoudingen?

Antwoord

U en uw 4-jarige dochter gaan eindeloos in debat met elkaar want uw dochter spreekt u continu tegen. Dat is heel vermoeiend, aldoor maar die strijd.

Ik kan me heel goed voorstellen dat u dit patroon wilt doorbreken en ik zal u daarvoor een aantal tips geven. Maar eerst zal ik aangeven waarom ze het eigenlijk doet. Dan begrijpt u waar die tips vandaan komen.

50 Vragen op een dag

Zoals u zelf al constateerde, lijkt uw dochter verbaal zeker sterk voor haar leeftijd. Dat hoeft echter niet per se te leiden tot een verbale strijd tussen moeder en dochter.

Uit wat u schrijft maak ik op dat u zelf net zo verbaal bent ingesteld als u dochter, maar dat u ook vindt dat je met kinderen moet blijven praten. U vertelt namelijk:

We hebben ons moedig door de 'waarom'-fase heen geworsteld die gelukkig van korte duur was. Als docent voelde ik me geroepen iedere vraag serieus maar kort en bondig te beantwoorden en dat vrat energie met 50 vragen op een dag.

Ik vraag mij echt af waarom je elke vraag van je kind serieus zou moeten beantwoorden, als dat leidt tot 50 vragen op een dag. Dat was niet alleen uitputtend voor u zelf, maar uiteindelijk ook voor uw dochter. En de vraag is of het nodig is. Ik denk het niet.

Aandacht is heerlijk

Als een kind een vraag stelt, is dat lang niet altijd letterlijk een verzoek om informatie (bij volwassenen trouwens ook niet, denk maar aan een 'vraag' als "Kun je me het zout aangeven?" wat helemaal geen verzoek om informatie is, maar een netjes geformuleerde opdracht). Met name bij kinderen kan een vraag ook een – effectief – middel zijn om aandacht te krijgen.

Aandacht is heerlijk. Kinderen kunnen er niet genoeg van krijgen, maar hebben het niet nodig om de hele dág aandacht te krijgen. Hun autonomie-ontwikkeling groeit juist door zelf dingen uit te zoeken, alleen bezig te zijn, etc., zonder aldoor (verbaal) contact te houden met een ouder.

Verbaal de aandacht trekken

Sinds 11 maanden moet uw dochter uw aandacht delen met haar baby-zusje (die nog niet praat). Dat is niet leuk en daarom ontwikkelde ze – onbewust – een methode om haar aandeel te vergroten. Dat lukt haar steengoed!

Door verbaal uw aandacht te trekken en vast te houden (door het continu met u oneens te zijn), kan ze steeds meer aandacht erbij snoepen. Haar deel van de slagroomtaart wordt alsmaar groter en groter. Ze is er inmiddels zeer bedreven in geraakt; hoe onzinniger het onderwerp, hoe beter het werkt. Kijk nog eens naar de dialoog die u zelf opschreef:

Moeder: "Morgen is er geen school, morgen is het zaterdag". Dochter: "Mama, je jokt, morgen is er wel school." "Nee hoor, morgen niet en zondag ook niet, nog drie nachtjes slapen en dan is het weer school. Zullen we samen op de kalender gaan kijken?" Waarop zij zegt: "Nee! Jij jokt, morgen is er wél school!" En dan is ze oprecht boos.

Ik probeer dan te achterhalen waarom ze boos is. Vindt ze het misschien jammer omdat ze graag naar school gaat? Ik ga mee met haar emotie, en leg uit dat ik het begrijp dat ze erg graag naar school wil, maar dat die nu eenmaal dicht is op zaterdag. Het resulteert er 9 van de 10 keer in dat ze toch boos op mij is en dat ze verbaal haar gelijk probeert te krijgen. Volgens haar zou ik moeten toegeven dat de school wel open is. En dit minstens vier keer per dag.

Duidelijk is hier dat het niet om de inhoud gaat, maar om de aandacht. Zonder dat u het in de gaten had, heeft u uw dochter geleerd hoe zij ervoor kan zorgen dat u continu met haar bezig bent. Kinderen hebben liever negatieve aandacht dan helemaal geen aandacht.

Verkeerde benadering

U bent degene die dit patroon moet gaan stoppen; uw dochter kan dat niet. U bent de volwassene, de ouder die haar opvoedt, en zij is het kind dat opgevoed moet worden. Ze is uw dochter, en niet uw leerling of uw vriendin.

Op dit moment benadert u haar op een veel te volwassen niveau. Daarmee bedoel ik: als een volwassene waarmee je in discussie gaat. En dat is een verkeerde benadering. Een kind moet onder andere leren dat er grenzen zijn, dat er regels zijn, en dat frustraties bij het leven horen. Dat biedt veiligheid aan het kind, want een kind van 4 jaar kan zichzelf nog niet begrenzen. Dat moet de omgeving doen, in casu u.

Niet strenger, wel duidelijker

U heeft inmiddels gemerkt dat uw dochter – ook al heeft u een engelengeduld en ook al gaat u op alles in – uiteindelijk tóch vaak ontevreden en boos is. Dat komt doordat u haar te veel (verbale) ruimte geeft, wat ze niet aankan. Kinderen proberen de grenzen uit, en gaan net zo lang door tot die alsnog geboden worden. Uw dochter lijkt vaak het (verbale) gevecht te winnen, de baas te zijn, en u laat zich onmachtig maken.

Mijn advies aan u (en eventueel ook aan uw man als die dezelfde problemen ervaart) is om tegen uw dochter te zeggen dat u merkt dat zij vaak boos is, dat u dat niet fijn vindt, en dat u het vanaf nu anders gaat aanpakken. Niet door strenger te worden, maar door duidelijk te worden. Namelijk: door sneller het tegenspreken te stoppen. Hieronder vindt u daarvoor een aantal praktische tips.

Tips

1. Wees voorlopig zeer duidelijk. Laat u niets voorschrijven (zoals "Dat moet je niet zeggen mama"), maar schrijf háár voor hoe u het wilt hebben. Soms zijn daar dooddoeners voor nodig, zoals "Ik wil dat je dit doet, simpel omdat ik het zeg", en dan klaar. Dus absoluut niet in discussie gaan! Ook niet één keer, want dan leert u uw dochter dat ze soms kan winnen, waardoor zij de volgende keer nog krachtiger reageert. Kortom: niet erop ingaan, maar haar gedrag negeren door iets anders te gaan doen, of door haar af te leiden.

2. Als tip 1 niet werkt, en uw dochter heel erg boos wordt (zeker in het begin is de kans daarop groot), geef haar dan een time-out. Dat is: het kind een tijdje afzonderen in een prikkel-arme omgeving, zoals de gang of de eigen kamer, en niet reageren op de emoties die dat oplevert. Bedenk dat elke reactie weer een nieuwe prikkel vormt, wat juist vermeden moet worden. Mocht u de eigen kamer van uw dochter als time-out ruimte willen gebruiken, zorg dan dat zich daar geen speelgoed bevindt. Ook dat vormt immers weer een (ongewenste) prikkel.

3. Probeer zo kalm mogelijk te blijven en toon zo min mogelijk emoties. Probeer luchtig en gewoon te reageren. Zij merkt dan dat zij emotioneel geen vat op u krijgt, waardoor zij niet de baas wordt in de situatie.

4. Maak zo mogelijk gebruik van humor. Soms bereik je meer met een grapje.

5. En last but not least: geef positieve aandacht wanneer u ziet dat ze iets leuks doet, of als ze naar u luistert zonder u tegen te spreken. Dan leert zij dat zij juist aandacht krijgt als ze zich normaal gedraagt, en geen aandacht bij negatief gedrag.

Een positief neven-effect van deze maatregelen zal zijn dat de sfeer in huis zal verbeteren, en dat vinden kinderen ook heerlijk.

Strijd

U moet dus uw gezag als ouder herwinnen, en dat gaat strijd opleveren. Die strijd is echter niet oeverloos (zoals nu), en leidt naar een positief doel. Bovendien: uw dochter werd tóch al boos aan het einde van een discussie, dus dat maakt niet uit. Het enige verschil is dat de boosheid nu – vooral in het begin van de nieuwe aanpak – eerder zal optreden. Dat gaat over, maar ook dan moet u (met hulp van uw man) wel consequent blijven. Dat is heel belangrijk.

U kunt consequent zijn wanneer u bedenkt dat u door deze strijd uw dochter helpt om zich beter te voelen (en u zelf uiteindelijk ook, natuurlijk).

Mocht het om wat voor reden dan ook toch niet lukken, dan raad ik u sterk aan om hulp te vragen bij een opvoedkundig bureau. Uw dochter is nog heel jong, dus u bent op tijd om dit patroon, eventueel met hulp, te veranderen. Veel succes!

Lees ook: