Laatste kans! Doe mee met een van de gratis expert webinars over opvoeding

14 maart 2008 door Aleid Grijpma

Hoe kunnen we onze dochter zich beter laten concentreren? (2½ jr)

Mijn dochter van 2½ zit op de peuterspeelzaal. Het was de juffrouw opgevallen dat haar concentratie erg laag is, vergeleken met andere kinderen. Ze kan maar kort in de kring zitten, en is vaak met haar gedachten ergens anders.

De juffrouw zegt dat meer kinderen zich op die leeftijd slecht kunnen concentreren, maar bij haar valt het erg op. Is er een manier dat wij dit met haar kunnen trainen?

Mijn oudste zoon van 7 jaar heeft ADHD. Ik vind haar zelf een heel ander kind in gedrag. Ik ga er ook niet van uit dat zij ook ADHD heeft, maar ik maak me toch wel wat zorgen om die concentratieproblemen. Kunnen wij haar hiermee helpen?

Antwoord

Ik vind het wel erg lastig om bij een kind op zo'n jonge leeftijd al iets te zeggen over mogelijke psychiatrische problemen. Zéker op het gebied van ADHD. En al helemaal op het gebied van ADD. Want als ik het zo lees, dan gaat het bij uw dochter niet om hyperactiviteit (druk zijn) maar alleen om de concentratie. U zei dat zelf ook al.

Hieronder zal ik eerst iets meer vertellen over ADD in het algemeen, en daarna hoe het zit met de concentratie van peuters. Ook zal ik iets vertellen over de diagnose van ADHD op zeer jonge leeftijd. Aan het eind volgen enkele praktische adviezen.

ADD

Om te kunnen spreken van ADD (dus ADHD zonder de hyperactiviteit), moet iemand meer dan 6 van de onderstaande 9 kenmerken hebben:

  • maakt slordigheidsfouten;
  • kan de aandacht niet vasthouden;
  • lijkt niet te luisteren;
  • volgt aanwijzingen niet op;
  • heeft moeite met organiseren;
  • vermijdt langdurige taken;
  • raakt dingen kwijt;
  • wordt gemakkelijk afgeleid;
  • is vergeetachtig.

Goed beschouwd voldoet ongeveer elke peuter wel aan dit beeld. Het past gewoon bij de leeftijd (voor zover de kenmerken überhaupt al van toepassing zijn, want welke peuter kan er nou "organiseren", bijvoorbeeld...)

Daarnaast moeten de kenmerken al gedurende langere tijd aanwezig zijn. Ook dat is een probleem, want kinderen van deze leeftijd ontwikkelen zich zó snel dat het er over een half jaar weer heel anders uit kan zien.

Geen actie

Kortom: de diagnose ADD zou ik bij een kind van de leeftijd van uw dochter absoluut niet durven stellen. Sterker nog: ik zou het niet eens willen.

Wat de leidster zegt over het gedrag van uw dochter, kunt u dus voor kennisgeving aannemen. U hoeft er verder niets mee te doen, behalve gewoon goed blijven volgen hoe uw dochter zich verder ontwikkelt, zoals elke ouder dat doet. Bijvoorbeeld:

  • hoe gaat het met praten?
  • begrijpt zij alles goed?
  • hoe speelt ze?
  • hoe gaat ze met andere kinderen en volwassenen om?

Wat kun je van een peuter verwachten?

De leidster bevestigde dat het gedrag van uw dochter (niet lang stilzitten, snel afgeleid) ook bij andere kinderen van deze leeftijd voorkomt. Gelukkig maar, dat ze dat zei. Peuters van 2½ kunnen meestal nog niet lang stilzitten en hun gedachten kunnen makkelijk afdwalen.

Toch vond ze het bij uw dochter opvallender dan bij haar leeftijdgenootjes. Waarom zou ze dat gezegd hebben, vroeg ik mij af. Het kan immers heel goed verklaarbaar zijn. Waarschijnlijk zit uw dochter nog niet zo lang op de peuterspeelzaal, waardoor ze mogelijk nog erg moet wennen aan de gang van zaken daar.

Hoe gaat dat thuis trouwens? Ziet u thuis hetzelfde als de leidster op de peuterspeelzaal? Hoe lang blijft ze bijvoorbeeld aan tafel zitten bij het eten? Ik ga er daarbij vanuit dat een kwartier wel zo'n beetje het maximum is wat je van kinderen op deze leeftijd kunt verwachten.

En vindt u haar zelf opvallend dromerig? Houd er daarbij rekening mee dat er tal van redenen kunnen zijn waarom ze makkelijk wegdroomt (naast dat het gewoon nog 'mag' vanwege de leeftijd). Al was het alleen maar omdat je nu eenmaal ook dromerige types hebt.

ADHD bij peuters

U vertelde dat haar broer ADHD heeft. Misschien vraagt u zich af of dat óók niet gediagnosticeerd kan worden op de zo'n jonge leeftijd. Het is moeilijk, maar soms kun je er toch wel wat van zeggen. Bijvoorbeeld kinderen die:

  • vanaf de baby-leeftijd al opvallend prikkelgevoelig waren;
  • zich als baby snel overstrekten;
  • als baby niet op schoot bleven liggen;
  • al snel sliepen maar wel heel kort;
  • zich motorisch zeer snel ontwikkelden en dan in de peuterleeftijd erg druk bleken te zijn;
  • geen gevaar zien en vaak roekeloos gedrag vertonen.

Bovendien moet een ADHD-beeld op meerdere plaatsen zichtbaar zijn. Dus niet alleen thuis of alleen op school.

Mocht alles toch in de richting wijzen van ADHD, dan kunnen kinderpsychiaters soms de (voorlopige!) diagnose ADHD stellen. Maar dan echt wel voorlopig. Want ook hier geldt dat zeer jonge kinderen snel kunnen veranderen, waardoor de diagnose eigenlijk elk jaar opnieuw gesteld moet worden. Tot het begin van de basisschoolleeftijd (6 à 7 jaar). Als het beeld dan nog steeds zo duidelijk is, pas dan kun je de diagnose ADHD definitief maken.

Geen training, maar wel...

Al met al zou ik uw dochter dus niet gaan trainen in een betere concentratie. Wel kunt u misschien ervoor zorgen dat ze zich wat langer met iets kan gaan vermaken.

Stel bijvoorbeeld dat het een kind is dat iedere 5 minuten weer iets anders wil doen. Dan hoeft u daar niet iedere keer in mee te gaan. U kunt haar aanmoedigen om het nog nét even wat langer vol te houden, wat je vooral doet door veel te prijzen en te complimenteren. ("Goed gedaan! Nu nóg een steentje!"). Maar verder dan dat zou ik niet gaan.

Dit is trouwens een goede oefening voor iedere peuter die het al snel voor gezien houdt. Dus niet alleen voor peuters waar mogelijk iets mee mis is. Het is goed als een kind leert om zichzelf wat langer te vermaken. (En met 'langer' bedoel ik dan: langer dan 5 minuten maar niet meer dan een kwartier!)

Samenvattend:

  • volg haar ontwikkeling;
  • kijk of u de dingen die op de peuterspeelzaal gezegd worden ook thuis herkent (of dat het allemaal vooral te maken heeft met de nieuwe omgeving en het wennen daaraan);
  • wacht af tot uw dochter een jaar of 6 à 7 is, voordat u gaat denken aan psychiatrische problemen. Er kan nog veel veranderen!