Laatste kans! Doe mee met een van de gratis expert webinars over opvoeding

7 juli 2006 door Nadia Eversteijn

Kan een tweetalige opvoeding een achterstand veroorzaken op de basisschool? (bijna 5 jr)

Ruim een jaar geleden heb ik hier een vraag gesteld over mijn zoon Quinten, die tweetalig wordt opgevoed. Zie:
Waarom wil mijn tweetalige zoon geen Nederlands praten? Toen was hij 3½, nu bijna 5. Ik maakte mij zorgen over zijn ontwikkeling omdat wij hier in Nederland wonen en hij alleen Engels wilde spreken.

Ik heb destijds besloten om met de OPOL-methode door te gaan, en inmiddels spreekt hij Engels met mij en Nederlands met zijn vader.

Nu hebben we net een gesprek gehad over zijn ontwikkeling in groep 1, en we hebben te horen gekregen dat hij een achterstand heeft. Waarschijnlijk omdat zijn Nederlands niet goed genoeg is. Ook loopt hij emotioneel achter.

Quinten is enig kind en wordt heel beschermd opgevoed. Hij is extreem lief en heel meelevend met andere mensen, dus ook sterk emotioneel. Hij kan niet tegen kritiek omdat hij dat thuis bijna niet krijgt. Hij komt verlegen over omdat hij niet voor zichzelf opkomt; hij loopt bijvoorbeeld weg in plaats van ruzie maken.

De lerares en mijn man adviseren mij om met onmiddellijke ingang Nederlands met hem te gaan praten, omdat hij het waarschijnlijk moeilijk heeft met twee talen. Nederlands moet zijn eerste taal worden, om de kans te verkleinen dat hij achterop raakt.

Ik wil natuurlijk het beste doen voor mijn kind, maar ik twijfel of dit de juiste manier is. Het is voor mij zo onnatuurlijk om met hem in het Nederlands te communiceren. En als ik het doe, protesteert hij onmiddellijk.

Een andere optie is om weer full time te gaan werken, en hem naar de BSO te sturen, zodat hij meer Nederlands hoort van echte Nederlanders, en geconfronteerd wordt met "de grote boze buitenwereld", zoals de juf dat noemt.

Ik heb veel energie en liefde tot nu toe in zijn opvoeding gestoken en zit nu met de grote vraag: wel of niet doorgaan in het Engels?

Antwoord

Vorig jaar, toen uw zoon nog op de peuterspeelzaal zat, adviseerde ik u om zijn tweetalige opvoeding te handhaven. Ik vind het jammer om te horen dat het hem – nu hij naar de basisschool gaat – nog steeds niet voor de wind gaat.

En toch zie ik hierin geen reden om mijn advies te wijzigen. Dat zeg ik niet omdat ik zou denken dat alles vanzelf wel goed komt. Maar wel omdat overschakelen op een eentalige opvoeding mijns inziens geen oplossing biedt.

Hieronder zal ik dat uitleggen. Maar eerst zal ik vertellen waarom een tweetalige opvoeding
an sich geen achterstand op school kan veroorzaken.

Gevaar

Als een meertalig kind achterblijft op school, dan wordt de oorzaak van de achterstand al snel bij de meertalige opvoeding gelegd. Het gevaar daarvan is dat andere mogelijkheden over het hoofd worden gezien.

Een voorbeeld. Veel – meertalige – allochtone kinderen vertonen achterstanden op school. Als je nu zegt dat dat wel aan hun meertalige opvoeding zal liggen, dan verontachtzaam je het feit dat de ouders van allochtone kinderen gemiddeld genomen veel lager opgeleid zijn dan de ouders van autochtone kinderen. Terwijl het opleidings- en beroepsniveau van ouders een belangrijke voorspeller van schoolsucces is. Ook autochtone, eentalige kinderen met laag opgeleide ouders vertonen namelijk een achterstand.

Ter vergelijking: diplomatenkinderen (dus kinderen met hoog opgeleide ouders) bezoeken veelal internationale scholen, en deze kinderen groeien per definitie meertalig op. Toch rept niemand ooit over stelselmatige achterstanden bij deze groep. De crux zit hem dus niet in de meertaligheid.

Verlegen kinderen

Jammer genoeg vertelde u niet wat voor soort achterstand de leerkracht van groep 1 bij uw zoon geconstateerd heeft. Gaat het alleen om sociaal-emotionele vaardigheden, of ziet zij ook een cognitieve achterstand?

Zonder de kundigheid van de leerkracht in twijfel te willen trekken, moet ik er toch wel op wijzen dat introverte en verlegen kinderen vaker te laag worden ingeschat dan extraverte kinderen. (Zie ook:
Hoe help je een verlegen kind?). Ik kan natuurlijk niet beoordelen of dit misschien bij uw zoon is gebeurd, maar houdt u de mogelijkheid in ieder geval in uw achterhoofd.

Situatie inschatten

De volgende vragen zijn van belang bij de inschatting van uw zoons situatie:

  • Welke indruk krijgt u thuis van de cognitieve vaardigheden van uw zoon? Benoemt hij bijvoorbeeld (in het Engels dan wel het Nederlands) kleuren en vormen? Heeft hij interesse in cijfers en letters? Ziet hij relaties tussen oorzaak en gevolg?

Eigenlijk maakt het niet zo veel uit in welke taal hij dergelijke vaardigheden ontwikkelt, omdat zulke kennis gemakkelijk overgedragen wordt van de ene in de andere taal. Zou het misschien zo kunnen zijn dat uw zoon juist nogal begaafd is op het cognitieve vlak? Het komt immers wel vaker voor dat een hoge cognitieve begaafdheid samengaat met een lagere begaafdheid op sociaal-emotioneel niveau (denk aan stereotypen als de botte ingenieur, de wereldvreemde professor of de nerd die moeite heeft om contact met meisjes te maken).

  • Hoe is zijn spraakproductie in het Engels? Spreekt hij in vloeiende grammaticale zinnen? Heeft hij een kleine of een grote woordenschat?

Mocht hij ook problemen met het Engels hebben, dan is het wijs om eens een logopedist te raadplegen. Kinderen met een taalverwerkingsprobleem vertonen dat probleem namelijk altijd in al hun talen. Er bestaan geen kinderen die wel één taal vloeiend kunnen leren, maar geen twee.

  • Zijn er nog andere Engelstalige personen in de omgeving van uw zoon behalve uzelf? Zo ja: spreekt hij tegen hen wél vrijuit, of is hij bij hen net zo geremd als bij Nederlandstalige mensen?

In het eerste geval heeft u een aanwijzing dat uw zoon zich nog niet zeker genoeg voelt van zijn eigen Nederlandse spreekvaardigheid, in het tweede geval is 'verlegenheid' waarschijnlijk de enige boosdoener.

  • Denkt u dat uw zoon geen problemen gehad zou hebben in contacten met leeftijdsgenoten en leerkrachten, als allebei zijn ouders
    native speakers van het Nederlands geweest waren? Of is het feit dat de buitenwereld een andere taal spreekt dan zijn moeder, slechts een kleine verhoging van de drempel om hen tegemoet te treden?
  • Spreekt hij ook Engels tegen de juf? Of spreek hij überhaupt niet tegen haar? En tegen klasgenootjes?

Het lijkt me heel belangrijk dat zijn leerkracht hem positief en begripvol tegemoet treedt. Dus: dat ze hem uitbundig prijst als hij wel (in het Nederlands) tegen haar of tegen klasgenootjes praat, maar dat ze hem niet gaat pushen als hij dat niet doet.

  • En
    last but not least: vorig jaar vertelde u dat uw zoon ook weigerde om Nederlands tegen zijn vader te spreken. Is daar intussen verandering in gekomen? (U zegt dat uw zoon Engels spreekt met u en Nederlands met zijn vader, maar ik durf daar niet zomaar uit te concluderen dat hij uw man niet langer in het Engels aanspreekt.)

Zo nee: heeft dat denkt u te maken met
kunnen of met
willen? Dit is een heel belangrijk punt, want ervan uitgaande dat uw zoon zich bij zijn vader veel meer op zijn gemak voelt dan bij andere volwassenen, is zijn vader de eerste met wie hij Nederlands zou moeten gaan spreken. Als uw zoon dat eenmaal doet, dan is dat zijn springplank naar 'de rest van de wereld'.

Nederlands taalaanbod

Maar los van het bovenstaande: gebrek aan Nederlands taalaanbod kan echt niet het probleem zijn. Uw man spreekt immers consequent Nederlands met jullie zoon vanaf diens geboorte. Bovendien heeft jullie zoon een peuterspeelzaal bezocht, en gaat hij nu naar de basisschool.

U vertelde dat uw zoon al prima Nederlands verstond toen hij 3½ jaar oud was. Het is dus echt niet nodig dat u ook nog eens Nederlands met hem gaat praten, te meer omdat u zich daar helemaal niet comfortabel bij voelt. Laat uw zoon zijn veilige thuisbasis maar liever gewoon behouden.

Bso

Ook zie ik niet zo veel in het idee om uw zoon elke dag naar de BSO te sturen, waar veel kinderen komen die een stuk ouder zijn. Niet vanwege zijn taalontwikkeling (hij krijgt immers al voldoende input, zoals ik hierboven beschreef) maar ook niet als leerschool voor zijn verlegenheid.

Natuurlijk mag een verlegen kind best een beetje uit zijn tent gelokt worden, en natuurlijk is overbescherming niet goed. Het is dan ook prima om een kind met watervrees een duwtje te geven. Maar het kan wel eens averechts werken om hem dan meteen maar in het diepe te slingeren.

School is voor jonge kinderen behoorlijk vermoeiend. Ik neem aan dat uw zoon 5 dagen per week naar de basisschool gaat. U kunt zelf het beste beoordelen of hij het al dan niet aan zou kunnen om daarnaast ook nog dagelijks de BSO te bezoeken, maar een kind dat erg sensitief is, zou daar wel eens behoorlijk overprikkeld van kunnen raken. En een overprikkeld kind, dat niet de kans krijgt om zijn indrukken te verwerken, is juist minder goed in staat om dingen te leren.

Hoe nu verder?

Al met al zou ik dus geen speciale actie ondernemen als ik u was, en gewoon doorgaan op de huidige voet. Maar: als u zich zorgen blijft maken over de ontwikkeling van uw zoon, in sociaal-emotioneel opzicht of anderszins, dan lijkt het me raadzaam om eens een andere deskundige te raadplegen. Bijvoorbeeld een kinderpsycholoog. Die kan u helpen te onderzoeken of uw zoon alleen maar heel sensitief is, of dat er misschien wat meer aan de hand is. Het enige wat
ik u kan vertellen, is dat meertaligheid echt niet het obstakel kan vormen voor de verdere ontwikkeling van uw zoon.

Ik wens u veel succes en sterkte!