Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

17 september 2004 door Nadia Eversteijn

Moet ik doen of ik hem niet versta? (2½ jr)

Ik ben Nederlandse en mijn man is Grieks. Wij wonen in Athene waar mijn zoon (2½ jaar) en mijn dochter (1 jaar) zijn geboren. Ik praat Nederlands tegen hen vanaf hun geboorte, mijn man en de rest van de omgeving (oma, kinderopvang) praat Grieks. We hebben Nederlandse boeken en Nederlandse CD's, en we kunnen Nederlandse tv-programma's ontvangen.

Ik werk sinds 6 maanden weer hele dagen en ik merk dat mijn zoontje steeds meer Grieks gaat praten, ook tegen mij.

Meestal reageer ik in het Nederlands, of ik herhaal het woord in het Nederlands. Is dat de juiste manier om hem te stimuleren in het Nederlands te blijven praten, of moet ik net doen alsof ik hem niet versta?

Ik maak me ook zorgen over de taalontwikkeling van mijn dochter, want met haar praat ik veel minder dan ik met mijn zoontje praatte, toen die zo oud was als zij. Houdt dat in dat haar Nederlandse taalbegrip zich niet goed genoeg zal ontwikkelen?

Graag hoor ik van u wat ik het beste kan doen en waar ik op moet letten.

Antwoord

U biedt uw kinderen zo veel Nederlands taalaanbod als praktisch haalbaar is; daar is niks mis mee. Maar aangezien uw kinderen van verreweg de meeste personen in hun omgeving Grieks horen en geen Nederlands, zal het Grieks sowieso hun dominante taal worden. Dat wil zeggen: de taal waarin ze de hoogste vaardigheid zullen ontwikkelen.

Het is dus niet verwonderlijk dat uw zoontje ook tegen u meer Grieks dan Nederlands spreekt. Dat is een normale ontwikkelingsfase voor kinderen die onderscheid leren maken tussen hun beide talen. Oftewel: dat u weer hele dagen bent gaan werken, hoeft helemaal niet de (enige) oorzaak te zijn van de verandering in uw zoontjes taalgedrag.

Maar hoe dan ook: naast het Grieks als dominante taal, kunnen uw kinderen heel goed een zekere vaardigheid in het Nederlands krijgen.

Strategieën

Dan uw eigenlijk vraag. Moet u doen of u uw zoontje niet verstaat? Dat hangt ervan af.

Als hij Grieks tegen u praat, geeft u antwoord in het Nederlands, of u herhaalt in het Nederlands wat hij zei. Dat zijn de zogenaamde 'non-response-eleciting strategies', oftewel strategieën waarmee u op een indirecte manier aangeeft dat het Nederlands de gebruikelijke taal is voor de communicatie tussen u beiden, zonder direct een Nederlandse respons bij hem uit te lokken. Als hij wil, kan uw zoontje gewoon doorgaan in het Grieks.

Als u daarentegen zou doen alsof u hem niet begrijpt, dan lokt u wél direct een Nederlandse respons uit. Uw zoontje krijgt dan namelijk het gevoel dat het gesprek blijft steken als hij niet overschakelt op het Nederlands.

Wat de beste strategie is, hangt af van wat uw zoontje wil en wat hij kan. Om met het laatstgenoemde aspect te beginnen: als hij niet in staat is om zijn Griekse uiting in het Nederlands te vertalen, zal het hem erg frustreren als u hem niet begrijpt. Is hij daar wél toe in staat, dan kan uw (gespeelde) onbegrip juist een goed zetje in de rug betekenen.

Nuttige taal

Of uw zoontje ook Nederlands
wil spreken, wordt bepaald door zijn houding tegenover die taal. Hij moet het gevoel hebben dat het Nederlands een 'nuttige' taal is. Of omgekeerd: hij moet niet de indruk hebben dat het Nederlands iets raars is, dat alleen door mama wordt gebruikt.

U kunt zijn waardering stimuleren met Nederlandstalige boeken, CD's en tv-programma's. Eventueel bezoek van mensen die uitsluitend Nederlands verstaan, of vakanties in Nederland, werkt nóg beter.

Geen formule

Dan de vraag over uw dochtertje. Er bestaat geen simpele formule in de trant van 'taalaanbod in hoeveelheid x, levert taalvaardigheid in mate y op'. Er spelen veel meer factoren een rol dan alleen de kwantiteit van het aanbod.

Ook het
soort taalaanbod is bijvoorbeeld van belang. Er zijn gevallen bekend van tweetalige kinderen die meer taal leerden van de ouder die fulltime buitenshuis werkte, dan van de ouder die overdag altijd thuis was. Dat kwam omdat de buitenshuis werkende ouder vaker actief speelde met het kind en veel voorlas, terwijl de andere ouder meer bezig was met puur het verzorgen van het kind, en vertellen wat er wel en niet mocht.

Daarnaast zullen natuurlijk ook de aanleg en (alweer) de motivatie van uw dochtertje een rol spelen. Actief promoten dus, dat Nederlands!