Vakantie winnen voor het hele gezin? Doe nu mee met onze leuke actie!

14 april 2001 door Paula Fikkert

Moet ik mij zorgen maken over dat slissen? (16 mnd)

Mijn zoontje is 16 maanden en zegt al een paar woordjes. Nu valt het me op dat hij de S in 'bus' en 'poes' slissend uitspreekt. De T in auto is wel hard, dus hij heeft kennelijk wel kracht in z'n tong.

Moet ik me nu al zorgen gaan maken over dit slissen? Hij drinkt al vanaf 14 maanden alles uit een tuitbeker en gaat weliswaar met een speentje naar bed (overdag krijgt hij deze niet), maar nadat hij in slaap is gevallen, valt die speen vanzelf uit zijn mond.

Antwoord

Kort en goed: nee, u hoeft zich voorlopig geen zorgen te maken, en ik zal u uitleggen waarom.

De ruisende s

De S in
bus en
poes is een zogenaamde wrijfklank, net als de F, de G, de V, en de Z. Het kenmerk van een wrijfklank is dat er ergens in de mond een afsluiting gemaakt wordt waar de lucht langs geperst wordt. Dit veroorzaakt wrijving en levert een hoop ruis op.

De S is de wrijfklank die de meeste ruis oplevert, en daarom ook het beste hoorbaar is. Wellicht is dat ook de reden dat de S al vroeg voorkomt in kinderwoorden, maar dan wel altijd aan het woordeinde. Aan het woordbegin wordt deze klank juist heel laat geleerd: de meeste kinderen kunnen al vroeg
poes zeggen, terwijl ze met
soep grote moeite hebben.

Veel variatie bij uitspraak van s en t

De plofklank T en de wrijfklank S hebben – althans in het Nederlands – dezelfde articulatieplaats. Bij deze klanken wordt de afsluiting gemaakt door de tong tegen de tandkassen te plaatsen.

Kenmerkend voor deze articulatieplaats is de grote mate van variatie. Probeert u de positie van uw tong maar eens te variëren, terwijl u een T of een S maakt. Dan zult u merken dat de klank dan telkens een beetje anders klinkt, maar nog steeds herkenbaar is als een S of een T.

De kindermond

Naast de grote mate van variatie die er sowieso is bij de S en de T, verschilt ook de kindermond van die van de volwassene.

Als u bedenkt dat jonge kinderen vaak nog niet alle tanden hebben, en relatief een grote tong, waarvan bovendien de fijne motoriek nog getraind moet worden, dan zal het u wellicht niet meer verbazen dat de S en de T van kinderen anders klinkt als onze volwassen klanken en vaak een beetje slissend.

Slissen en spenen

Maakt u zich dus vooral geen zorgen over het 'slissen' van uw zoontje. Zeker niet op deze leeftijd. Dit 'slissen' heeft geen direct verband met duimzuigen of het zuigen aan een speen of een fles: voor de taal- en spraakontwikkeling kan de speen in bed geen kwaad.

Maar behoedt u zich ervoor dat uw kind overdag gaat praten met een speen in zijn mond. Bij de motoriek van het spreken zijn ongeveer 100 (!) spieren betrokken, die op de juiste manier getraind moeten worden. Dat gebeurt niet met een speen in de mond. Bovendien is een kind dat met een speen in de mond praat vaak onverstaanbaar, wat niet bijdraagt tot een goede communicatie.