Home » Vraagbaken » Moet ik stoppen met voeden nu ik weer zwanger ben

Moet ik stoppen met voeden nu ik weer zwanger ben?

Door:

Nanny Gortzak

Ik heb een dochtertje van 2 die nog borstvoeding krijgt en ben nu 5 weken zwanger van ons tweede kindje. Moet ik de borstvoeding nu gaan afbouwen, of kan ik dit blijven geven? En als ik doorga, hoe moet dat dan bij mijn andere kindje?

Antwoord: 

Beste mevrouw van der Meer,

In de meeste gevallen kan er gewoon gevoed worden tijdens de zwangerschap. Alleen bij bepaalde medische problemen moet u stoppen, waaronder:

  • vroeggeboorte bij een vorige zwangerschap;
  • bloedingen en pijn aan de baarmoeder;
  • voortdurend gewichtsverlies bij de moeder.

Eén van de voordelen om door te gaan met voeden tijdens de zwangerschap, is de welkome rust die het kan geven. Een tweede of volgende zwangerschap kan namelijk extra vermoeiend zijn; af en toe 'gedwongen' worden om te gaan zitten of liggen met een peuter die aan de borst wil, is dan een welkom rustpunt.

Ongeboren leven gaat voor

Veel moeders maken zich zorgen om het kindje dat zich in hun buik ontwikkelt. Deze zorgen zijn echter onterecht, omdat de natuur het zo heeft geregeld dat het ongeboren leven voor gaat. Veel moeders merken daarom dat na een paar maanden de melkproductie omlaag gaat, of zelfs helemaal stopt. Dit is het gevolg van de veranderende hormoonspiegels in het moederlichaam.

Een ouder kind aan de borst zal zich soms op dit moment spenen, soms ook blijft het kind voor troost af en toe aan de borst zuigen. Na de bevalling, wanneer er weer volop melk is, genieten deze kinderen weer van de borstvoeding als voorheen.

Het kan ook voorkomen dat het kind schrikt van grote hoeveelheid melk, en dan alsnog stopt met drinken. Alle varianten die hiertussen liggen zijn ook mogelijk.

Bijvoeding

Wanneer er nog een jonge baby aan de borst is als de moeder zwanger wordt, kan de melkproductie zodanig omlaag gaan, dat bijvoeden noodzakelijk is. De maatregelen die normaal de melkproductie weer ophogen (zoals: vaker aanleggen, voldoende tijd nemen voor de voedingen, en beide borsten aanbieden bij elke voeding) blijken dan niet afdoende te zijn.

Ook in dit geval kan de moeder echter blijven voeden voor zover er melk is en daarnaast aanvullen met ander voedsel, een melkproduct, of – bij baby's onder de 6 maanden – kunstmatige zuigelingenvoeding.

Let op je lichaam

De moeder dient er wel voor te zorgen dat zij haar eigen lichaam niet tekort doet. Overleg daarom met de arts, de verloskundige of een diëtist, of het voedingspakket misschien aangepast of aangevuld moet worden.

De verloskundige zal de gewichtstoename van de moeder en de groei van de baby in de gaten houden. Indien de moeder niet voldoende aankomt, kan het dieet worden aangepast.

Gevoelige tepels en borsten

De moeder kan tijdens de zwangerschap last krijgen van zeer gevoelige tepels. Het kan dan pijnlijk zijn om een kind aan de borst te hebben. Zorgvuldig aanleggen kan wat verlichting geven, maar zal het probleem meestal niet volledig oplossen.

Moeders merken ook wel eens dat ze de aanraking van de borst door hun kind ineens niet meer kunnen verdragen. Ook kunnen ze onrustig worden tijdens de voedingen.

Mogelijk: voorzichtig afbouwen

De moeder kan zelf bekijken in hoeverre ze die pijn of overgevoeligheid kan verdragen. Als ze voelt dat pijn en onrust het voeden in de weg staan, kan ze voorzichtig afbouwen. Hoe geleidelijker dit gaat, des te minder moeite haar kind ermee zal hebben.

Ook kan het helpen – bij kinderen waarmee al te communiceren valt – om uit te leggen dat er niet meer zo veel of zo vaak gevoed kan worden, omdat dat mama pijn doet. Er moet dan wel duidelijk worden gemaakt aan het kind dat het niet aan hem of haar ligt.

Na de geboorte

Als de nieuwe baby geboren is, zal de melkproductie van de moeder zich daaraan aanpassen. De eerste dagen wordt colostrum geproduceerd, die geleidelijk overgaat in rijpe moedermelk.

Omdat de nieuwe baby alleen moedermelk als voedingsbron heeft, zal deze voorrang moeten hebben bij de voedingen. Met het oudere kind kunnen afspraken worden gemaakt wanneer en hoeveel deze mag drinken nadat de baby klaar is. Het voeden van twee kinderen die in leeftijd verschillen wordt tandem-voeden genoemd.

En tot slot: moeders kunnen zich aan het begin van de zwangerschap al flinke zorgen maken over de vraag hoe het straks, na de bevalling, allemaal moet. Dat is begrijpelijk, maar maak dan niet de fout om de toekomstige situatie gelijk te stellen met de huidige situatie. Over acht maanden ziet alles er weer heel anders uit. Acht maanden zijn veel, in het leven van een peuter, waardoor hij of zij heel anders zal omgaan met afspraken dan nu. Ook zal het drinkpatroon van een peuter in acht maanden veranderen, of de moeder zwanger is of niet.

Nanny Gortzak

is lactatiekundige IBCLC.