Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

9 juni 2000 door Paula Fikkert

Stil op school (5 jr)

Onze zoon van mei 1995, nu 5, blijkt op de basisschool vrijwel niets te zeggen. Ik werd door zijn juf aangesproken of ik thuis op zijn taalontwikkeling wilde letten, aangezien hij volgens haar onder de maat zit. Dit verbaasde mij zeer en maakte mij ook ongerust omdat dit thuis niet het geval is.

Hij is laat gaan praten, maar praatte meteen met volzinnen, en doet dit nog steeds. Hij is thuis een vlotte prater, en wij vinden zelfs dat hij beter praat dan zijn leeftijdsgenootjes.

Er zijn echter veel veranderingen geweest in zijn klas, de juf is lang ziek geweest, en er is onder andere een nieuwe juf bijgekomen. Volgens haar zegt hij alleen ja en nee, en ze twijfelt of hij al met volzinnen praat. Het is voor mij dus net alsof ze het over een ander kind heeft. Ik maak mij nu zorgen dat hij op school toch niet zo lekker in zijn vel zit. (Hij bijt ook nagels sinds december).

Nu is onze zoon geen groepsdier, en ik weet van hem dat hij op commando niets wil zeggen, alleen datgene dat hij zelf interessant genoeg vindt.

Iets vertellen in de kring is niets voor hem. Daar baseert zij echter wel haar oordeel op, en nu wil ze een test met hem doen om te kijken hoe zijn woordenschat is, terwijl ik me afvraag of hij hier zelf wel aan mee wil werken en de juf dus een totaal verkeerd beeld zal krijgen. Ik zou heel graag uw advies hierin krijgen, en mijn excuses voor het lange verhaal.

Antwoord

Het feit dat uw 5-jarige zoon thuis in volzinnen praat, duidt erop dat er geen sprake is van een taalontwikkelingsstoornis. Het is dan ook erg belangrijk dat u de juf daarvan overtuigt. Immers, een verkeerd beeld van uw zoon kan ook van invloed zijn op de relatie en omgang tussen het kind en de leerkracht.

Minder confronterende aanpak?

Het is bovendien de moeite waard eens na te gaan hoe de juf uw kind stimuleert tot spreken. Het kan zijn dat juist de manier waarop ze met jouw zoon omgaat zijn zwijggedrag alleen maar versterkt, ondanks alle goede bedoelingen. Anders zou ze zich immers geen zorgen maken.

Misschien kan ze met een andere, minder confronterende, aanpak veel meer bereiken.

Liever geen test

Een woordenschattest door de juf lijkt me dan ook niet de aangewezen methode. Je zoon zou ofwel niets zeggen en de indruk van de juf bevestigen, of jouw indruk bevestigen en het uitstekend doen op de test, omdat er met zijn taalvermogen niets aan de hand is. Maar dat laatste kunt u ook zelf constateren.

Andere omgeving, ander taalgedrag

Dat ingrijpende wijzigingen in de dagelijkse omgeving van een kind zich uiten in het taalgedrag is een bekend verschijnsel. Ik heb het ook zelf ondervonden.

Na een tweede wisseling van kinderdagverblijf in korte tijd, heeft mijn jongste dochter op de nieuwe crèche de eerste drie maanden niets gezegd, terwijl ze op de vorige crèche geprezen werd vanwege haar vlotte taalgebruik. Zodra ik haar op kwam halen, begon ze honderd uit te praten. Tot grote verbazing van de leidsters. Na die eerste drie maanden is ze spontaan gaan praten: alsof ze begrijpt dat de nieuwe situatie niet tijdelijk is.

Zelf zou u met uw zoon zijn situatie kunnen bespreken. Misschien had hij zich erg gehecht aan de oude juf, en wil hij van de nieuwe (nog) niets weten. Mocht u zich toch zorgen maken, bespreek het dan eens met de huisarts of de schoolarts.

Veel succes!