Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

25 maart 2005 door Nadia Eversteijn

Welke problemen kan ik verwachten bij een meertalige opvoeding?

Ik wil mijn kinderen graag tweetalig opvoeden, maar mijn man ziet alleen maar problemen.

Welke problemen kunnen er werkelijk optreden bij een tweetalige opvoeding?

Antwoord

Jammer genoeg vertelde u niet wat voor problemen uw man verwacht van een tweetalige opvoeding. Daarom kan ik helaas niet beoordelen in hoeverre zijn aarzelingen gegrond zijn.

Wel kan ik u eerlijk vertellen over twee moeilijkheden (de enige twee, eigenlijk) waar tweetalige opvoeders regelmatig tegenaan lopen, namelijk:

  • de weigering van een kind om een bepaalde taal te spreken;
  • kritiek van de omgeving.

Ook zal ik vertellen waarom ik van mening ben dat geen van beide moeilijkheden onoverkomelijk is.

Daarna zal ik vier hardnekkige misverstanden over tweetaligheid bespreken. Zoals de misvatting dat tweetaligheid tot taalachterstand zou leiden. Hopelijk kunnen uw man en u op basis van de onderstaande informatie een goede afweging maken voor uw persoonlijke situatie.

Probleem 1: taalweigering

Een probleem dat veel ouders rapporteren, is dat hun kind ineens weigert om één van beide talen nog langer te spreken. Hoe komt dat en wat doe je eraan?

Er is een eenvoudige verklaring voor dit verschijunsel. Stel dat een kind dagelijks Nederlands hoort van bijna alle mensen in zijn omgeving. Als het kind daarnaast – ik noem maar wat – alleen van zijn vader Zweeds te horen krijgt, dan kan het kind de indruk krijgen dat dat Zweeds een rare persoonlijke uitvinding van zijn vader is, waar je eigenlijk weinig aan hebt, terwijl het wel meer moeite kost om die taal te spreken dan het Nederlands.

Wat doe je daaraan? Door – bijvoorbeeld – op vakantie naar Zweden te gaan, kan je kind ontdekken dat er heel veel mensen zijn die Zweeds verstaan. Daardoor kan je kind drastisch van mening veranderen, en ineens weer volop Zweeds gaan babbelen.

Wat ook veel voorkomt (en sterk lijkt op de hiervoor beschreven situatie), is dat kleine kinderen hun tweede taal als minderwaardig kunnen beschouwen, waardoor ze die taal een tijdje niet meer willen spreken. In het archief van deze Vraagbaak staan daar verschillende verhalen over. De oplossing is dan: geduld uitoefenen.

Het – tijdelijk – weigeren om een bepaalde taal te spreken, treedt overigens niet alleen op bij jonge kinderen. Je ziet het ook vaak bij pubers, die het veel
cooler vinden om de taal van hun schoolvrienden te spreken dan de taal van hun ouder(s). Ook daarvoor geldt: heb geduld.

Probleem 2: kritiek uit de omgeving

Het tweede probleem waarop u voorbereid moet zijn, is de kritiek van mensen uit uw omgeving. Het ligt er overigens wel (een beetje) aan in welke tweede taal u uw kinderen groot wilt brengen.

Als het gaat om een taal met status, zoals het Engels of het Frans, dan oogst u daar waarschijnlijk niets dan lof mee. Wilt u uw kinderen echter (geheel of gedeeltelijk) opvoeden in het Berber, het Fries of het Deens, dan zult u wat steviger in uw schoenen moeten staan.

Bij dat soort minder courante talen zult u vast te horen krijgen dat u uw kinderen beter 'gewoon Nederlands' kunt leren, omdat dat beter zou zijn voor hun schoolcarrière. U kunt deze mensen dan vertellen dat tweetaligheid juist heel bevorderlijk kan zijn (onder andere voor het leren van nieuwe talen).

Tweetalige kinderen ontwikkelen namelijk een groter
meta-linguistisch bewustzijn dan hun eentalige klasgenootjes. Dat wil zeggen dat ze beter zijn in het denken óver taal dan hun leeftijdsgenoten. En daar kunnen ze veel profijt van hebben, onder andere bij het leren van nieuwe vreemde talen.

Misverstand 1: taalachterstand en onderwijsachterstand

Waarom denken mensen dat eentalig opgroeien beter is voor kinderen? Die vraag brengt me op het eerste misverstand: tweetaligheid zou leiden tot taalachterstand, en daardoor tot algehele onderwijsachterstand.

Ik kan natuurlijk niet ontkennen dat een aanzienlijk percentage van de leerlingen die laag scoren op Nederlandse-taaltoetsen, inderdaad tweetalig opgroeit. Maar: dat veel dieren die melk geven, koeien blijken te zijn, wil nog niet zeggen dat elk dier dat melk geeft ook maar meteen een koe is.

Hoe kan dat dan? Ouders van allochtone leerlingen zijn meestal lager opgeleid dan ouders van autochtone kinderen. Dat heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat er thuis weinig gelezen en voorgelezen wordt.

Laag opgeleide ouders, allochtoon óf autochtoon, blijken hun kinderen over het algemeen een minder gevarieerd en prikkelend taalaanbod te bieden. En er bestaat een verband tussen de rijkheid van het taalaanbod en de uiteindelijke taalvaardigheid. Tweetaligheid staat daar los van.

Misverstand 2: te belastend

Een tweede misverstand is dat het te belastend zou zijn voor kinderen om twee talen te moeten leren. Daarbij wordt vergeten dat talen
leren (op school of op een cursus) iets heel anders is dan talen
verwerven (door het daadwerkelijke gebruik ervan).

Een middelbare scholier die in de brugklas voor het eerst met Frans in aanraking komt, moet die vreemde taal
leren. Dat zal veelal neerkomen op 'woordjes leren', onregelmatige werkwoorden stampen, en grammaticale regels leren toepassen. Dat kan zo'n leerling behoorlijk wat energie kosten.

Een kind dat tweetalig opgroeit, hoeft echter geen woordjes te stampen of grammatica-regels te leren. Taalverwerving is een automatisch proces, waar elk kind bij de geboorte voor toegerust is. Er zijn geen gevallen bekend van kinderen die wel goed één taal konden verwerven, maar geen twee. Net zomin als er kinderen zijn die geen 'papa' maar wel 'mama' leren zeggen, wanneer ze beide woorden aangeboden krijgen.

Misverstand 3: talen verwarren

Een derde misverstand is dat tweetalige kinderen vaak twee talen door elkaar spreken, omdat ze de talen verwarren.

Maar let op: een tweetalig kind is gemiddeld rond zijn 3e verjaardag al in staat om beide talen te scheiden. Vanaf dat moment mixt hij alleen nog maar twee talen bij personen die beide talen kunnen verstaan. Dat geeft hem namelijk de mogelijkheid om zich genuanceerder uit te drukken, en om zijn eigen – dubbele – identiteit tot uiting te brengen.

Misverstand 4: identiteitsproblemen

Tot slot een vierde misverstand: tweetaligheid zou leiden tot identiteitsproblemen. Het tegengestelde lijkt eerder waar te zijn.

Stelt u zich eens voor dat een kind dat in Nederland opgroeit, niet in staat is om te praten met zijn bloedeigen opa, oma, en neefjes en nichtjes in – bijvoorbeeld – Turkije. Zo'n kind zou zich tijdens een vakantie vermoedelijk een complete
alien voelen...

Hopelijk heb ik u hiermee een idee kunnen geven van de dingen die u kunt verwachten van een tweetalige opvoeding. Ik wens u veel wijsheid toe!