Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

11 mei 2007 door Nadia Eversteijn

Welke taal moet onze buitenlandse oppas met de kinderen spreken? (4½ jr / 7 mnd)

Ik heb een zoon van 4½ jaar en een dochter van bijna 7 maanden. Mijn zoon ging tot voor kort altijd naar de crèche, en gaat sinds een half jaar naar school. Met de komst van ons tweede kind hebben we voor een andere opvangvorm gekozen, namelijk een oppas-aan-huis. Ik moet zeggen dat dat goed bevalt en inderdaad de rust schept waarop wij gehoopt hadden. Het enige waar we nu tegenaan lopen, zijn taal-gerelateerde problemen.

We hadden een Indonesische oppas gevonden, die pas een paar maanden in Nederland was. Voor de baby was dat (toen) geen enkel probleem. Onze praterige zoon raakte eerst wel gefrustreerd, omdat hij het idee had dat ze niet naar hem luisterde. Inmiddels is dat probleem opgelost; we hebben haar gevraagd om altijd de tijd te nemen om hem te begrijpen, en inmiddels zit ze op Nederlandse les en leert ze verbazend snel bij.

Ik kan inmiddels een gesprek met haar voeren, als ik langzaam spreek. Zij zelf heeft een redelijk taalgevoel, maar maakt zinnen als "Linda niet weet waarom Jippie doet zo." Ze heeft wel moeite met tweeklanken zoals 'eu', 'ui' en 'ai', en ze spreekt met een accent. De verleiding is vaak groot om zelf ook in haar taaltje te gaan spreken, hoewel ik weet dat zij daar uiteindelijk niets mee opschiet.

Nu mijn dochter begint te reageren op taal, vraag ik mij af wat de beste manier is om hiermee om te gaan. Sinds haar geboorte is ze 3 dagen per week – van 8 tot 18.00 uur – thuis met onze Indonesische oppas. Die spreekt 'Nederlands' tegen haar. Dat hebben we niet aan haar gevraagd, dat is op haar eigen initiatief.

Ik maak me nu zorgen dat mijn dochter klanken verkeerd aanleert van de oppas. Is het misschien beter om de oppas in haar eigen taal (Javaans) tegen de baby te laten praten als wij er niet bij zijn? Voor mijn zoon, die na school ook thuis is, lijkt me dat echter weer niet de juiste aanpak.

Kunt u me vertellen wat de gevaren zijn, en wat de beste oplossing is?

Antwoord

Het is niet erg als een kind regelmatig een zogenaamde 'leerdersvariant' van het Nederlands hoort, als daar maar genoeg taalaanbod van
native speakers tegenover staat. In het geval van uw dochter lijkt me dat zeker het geval.

Hieronder zal ik u wat achtergrondinformatie hierover geven.

Akkefietje in bloemendaal

Uw vraag herinnert me aan een akkefietje dat zich twee jaar geleden, in de zomer van 2005, afspeelde in Bloemendaal. Burgemeester De Gelder van die welgestelde gemeente – die van oudsher als de bakermat van het 'Algemeen Beschaafd Nederlands' (ABN) wordt beschouwd – liet toen weten dat veel Bloemendaalse kinderen van rijke ouders een taalachterstand opliepen. Dat zou komen doordat hun ouders de opvoeding deels uit handen gaven aan au pairs die het Nederlands onvoldoende beheersten.

Uiteindelijk bleek het reuze mee te vallen met de taalverpaupering van Bloemendaal, en na die ene oprisping van de burgemeester hebben we er ook niets meer van vernomen. Bekijkt u voor de grap eens de
reportage uit 2005 (van Editie NL) en let vooral op het jongetje, dat volkomen accentloos Nederlands spreekt, ondanks het zware accent van zijn Zuidafrikaanse au pair.

De kinder-logopediste Danike van Overeem drukt zich aan het eind dan ook (terecht) wel heel erg voorzichtig uit. Ze zegt: "Als het kind in aanleg al een taalzwakte heeft, al moeite heeft om taal te ontwikkelen, dan zou het een probleem
kúnnen zijn als het kind deels wordt opgevoed door iemand die niet de juiste taal aanbiedt". Daarmee zegt ze, vrij vertaald, dat voor kinderen zonder specifieke aanleg voor taalontwikkelingsproblemen zo'n buitenlandse oppas geen bezwaar vormt.

Au pairs en allochtonen

De vraag is nu: waarom spreekt dat Bloemendaalse jongetje – dat dagelijks te maken heeft met zijn Zuidafrikaanse au pair – accentloos Nederlands, terwijl dat bij allochtone jongeren, die eveneens geconfronteerd worden met gebrekkig Nederlands sprekende opvoeders, niet het geval is? Anders gezegd: waarom adviseren taalkundigen aan allochtone ouders om liever hun moedertaal met hun kinderen te spreken dan gebrekkig Nederlands, terwijl dat advies helemaal niet gegeven wordt voor oppassen en au pairs?

De clou is dat dat Bloemendaalse jongetje (en niet alleen hij, maar praktisch elk kind met een buitenlandse oppas of au pair) gewoon meer correct dan incorrect taalaanbod ontvangt. Als het merendeel van het taalaanbod correct is, dan kan een kind daaruit de juiste grammatica- en klankregels afleiden. Oók als zo'n kind af en toe afwijkingen van die regels hoort. Die afwijkingen worden dan daadwerkelijk als afwijkingen geïnterpreteerd.

Taalaanbod van de ouders

Het is dus gewoon een kwestie van rekenen. Uw dochter is 3 maal 10 uur per week bij de Indonesische oppas. Dat lijkt veel (30 uur), maar:

  • ten eerste moet je daar nog de dagelijkse slaapjes van aftrekken (voor een kind van 7 maanden: 2 maal daags zo'n 2½ uur per slaapje), waardoor er van die 30 uur nog maar 15 uur overblijft;
  • ten tweede blijven er nog 4 dagen in de week over waarop ze wél Nederlands van native speakers hoort;
  • ten derde neem ik aan dat ze vrijwel iedere avond door u of uw partner naar bed wordt gebracht.

Al met al krijgt uw dochter dus veel meer 'echt' Nederlands te horen dan het gebrekkige Nederlands van de oppas. Bovendien is haar broertje er ook nog, die tijdens de aanwezigheid van de oppas gewoon Nederlands tegen zijn zusje spreekt.

Idiomatische uitdrukkingen

Wat wél zou kunnen, is dat uw dochtertje bepaalde idiomatische uitdrukkingen van de oppas overneemt. Dat zijn vaste combinaties van woorden, die we als één geheel in onze woordenschat (ons idioom) hebben opgeslagen.

Stel bijvoorbeeld dat de oppas altijd zegt (ik verzin maar wat): "Je bordje
ligt op tafel" in plaats van "Je bordje
staat op tafel". Dan zou het heel goed kunnen dat uw dochtertje en uw zoontje dit ook zo gaan zeggen. Dat is echter geen enkel probleem, omdat het om losse stukjes woordenschat gaat, en niet om systematische taalregels.

Woordvolgorde

Bij 'systematische taalregels' gaat het om grammaticale regels (regels voor de zinsbouw) en klankregels (regels voor de uitspraak). U gaf een voorbeeld van een grammaticaal probleem, waarbij de oppas een fout – of eigenlijk twee fouten – maakte in de woordvolgorde. Het ging daarbij om de plaats van de persoonsvorm.

Bij ons staat een persoonsvorm op de tweede plaats van de zin als het om een hoofdzin gaat [Jan komt naar huis], en achteraan de zin als het om een bijzin gaat [Ik denk dat Jan naar huis komt]. Uw oppas draaide dat precies om: "Linda niet weet" [in plaats van "Linda weet niet" - hoofdzinsvolgorde] "waarom Jippie doet zo" [in plaats van "...zo doet" - bijzinsvolgorde]."

Als uw dochter maar genoeg hoofd- en bijzinnen hoort waarin de woordvolgorde wél volgens de Nederlandse grammaticaregels is opgebouwd, dan leert ze die juiste woordvolgorde toch wel. En bovendien: omdat uw oppas de Nederlandse taal nog volop aan het leren is, bestaat de kans dat ook zij de juiste woordvolgorde nog onder de knie krijgt.

Uitspraak

Dan de uitspraak, oftewel de klankregels. Dat uw oppas moeite heeft met de tweeklanken is begrijpelijk. Ze leert het Nederlands immers nu pas, als volwassene, en na je 12e levensjaar wordt het heel lastig om een taal nog accentloos te leren spreken. Haar uitspraak zal misschien nog wat verbeteren, maar waarschijnlijk krijgt ze dit soort klanken nooit meer echt goed onder de knie.

Uw dochter daarentegen, verkeert nog in een extreem taalgevoelige periode. Met haar klanken komt het dus ongetwijfeld nog goed, omdat ze nog zo jong is. Zelfs bij kinderen die eerst een andere thuistaal verwerven, en pas op de kleuterschool met Nederlands beginnen, zien we dat ze rond het einde van groep 4 (dus als ze ongeveer 8 jaar zijn), accentloos de klanken van het Nederlands beheersen. Wat klanken leren betreft, hebben kinderen gewoon een streepje voor op volwassenen.

Conclusie

Al met al lijkt het me dus niet zo zinnig om uw oppas Javaans tegen uw dochter te laten spreken. Dat zou eigenlijk alleen nut hebben als u uw dochter tweetalig (Nederlands/Javaans) zou willen laten opgroeien. In dat geval moet er echter wel meer gebeuren, namelijk dat u uw dochter dan ook de kans moet geven om het Javaans gedurende haar hele jeugd te oefenen en te onderhouden.

Als het daarentegen niet uw bedoeling is om uw dochter Javaans te laten leren, dan kunt u de situatie gewoon laten zoals hij is. Geniet in ieder geval van de rust die de oppas in uw huis heeft gebracht!