Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

30 augustus 2001 door Jeroen Aarssen

Zelfbedachte taal - is dat normaal? (3 jr)

Mijn dochter Maartje is bijna 3 jaar. We wonen nu vier maanden in Amerika en ze gaat drie ochtenden naar een schooltje waar men alleen Engels (Amerikaans) praat. In haar groep zitten kinderen van verschillende nationaliteiten: Nederlands, Spaans, Deens, Engels en Amerikaans.

Maartje praat goed Nederlands en gebruikt in haar spelen met andere kinderen veel echte taal i.p.v. lichaamstaal. Engelse woordjes en korte zinnetjes beginnen nu ook te komen.

Als Maartje thuis alleen aan het spelen is, gebruikt ze ook veel taal maar dit is een eigen verzonnen taal, die niet door iemand te verstaan is.

Mijn vraag: is dit normaal bij kinderen van haar leeftijd, of komt het door de veranderde taalomgeving?

Antwoord

Het komt vaker voor dat kinderen een eigen verzonnen taal spreken, ook als ze in een eentalige omgeving opgroeien. Ik kan twee verklaringen bedenken waarom uw dochter dat doet. De ene is een meer sociale verklaring, de tweede een meer taalkundige.

Sociale verklaring

Allereerst kan het verschijnsel inderdaad samenhangen met de meertalige omgeving op het schooltje. Maartje hoort daar een heleboel verschillende talen. Ik neem tenminste aan dat de niet-Amerikaanse en niet-Engelse kinderen naast Engels ook hun eigen taal gebruiken.

Een eenvoudige verklaring voor het gebruiken van een onverstaanbare taal kan zijn dat uw dochter thuis de Deense of Spaanse kinderen, die zij immers niet kan verstaan, gewoon probeert na te doen.

Taalkundige verklaring

De tweede verklaring is wat uitgebreider. Er is veel onderzoek gedaan naar het 'effect' van tweetaligheid: hoe goed presteren tweetalige kinderen ten opzichte van eentalige kinderen (en dan vooral op het gebied van luisteren, spreken, lezen en schrijven)?

Daar kwam vaak uit dat tweetalige kinderen over het algemeen beter waren dan eentalige kinderen in het
reflecteren over taal, oftewel: het kunnen nadenken over hoe taal in elkaar zit. Die vaardigheid wordt 'metalinguïstisch bewustzijn' genoemd.

Je kunt dat zien als 'taal over taal'. Met een groot metalinguïstisch bewustzijn kun je bijvoorbeeld goed verwoorden dat het vreemd, grappig of interessant is dat je "ik liep" zegt en niet "ik loopte", terwijl het wel "ik hoopte" is en niet "ik hiep". Je hebt dan als het ware goed door hoe het achterliggende systeem van een taal eruit ziet.

Goed voor de taalontwikkeling

Als je daar goed in bent, in het doorgronden van het achterliggende systeem, is het meestal ook eenvoudig om een volgende taal te leren. En als je een bestaande taal kunt leren, waarom zou je er dan ook niet een kunnen verzinnen? Kinderen gaan soms heel consequent te werk, noemen dan steeds hetzelfde woord voor hetzelfde stuk speelgoed, bijvoorbeeld.

Maar wat de verklaring ook is, uw dochter speelt heel bewust met taal, en dat is – ook al is de taal verzonnen – heel goed voor de taalontwikkeling!