Laatste kans! Doe mee met een van de gratis expert webinars over opvoeding

6 september 2018

Kliederen met eten is nuttig!

Pets, pets! De klodders vliegen in het rond, als je kind op zijn bordje pap gaat meppen. En hop! Daar gaat weer een lading eten over de vloer. Als ouders kun je daar behoorlijk wanhopig van worden. Maar het blijkt wel ergens goed voor te zijn...

Waarom kliederen kleine kindjes met eten? Vooral omdat hun motoriek nog niet voldoende ontwikkeld is om netjes te eten natuurlijk. Maar dat verklaart nog niet waarom ze er zo'n duivels plezier in lijken te hebben om er echt een puinhoop van te maken. Soms gáán ze maar door. En een lol dat ze hebben!

Aandacht

Tot voor kort dacht men dat dat gedrag in de hand werd gewerkt door de reactie van de ouders. Want hoe je ook reageert - boos, geïrriteerd, of door stoïcijns het eten steeds weer terug te zetten - je reageert sowieso. Dat werkt als stimulans voor het kind om door te gaan, omdat het ontdekt heeft dat het zo de aandacht kan vasthouden. En aandacht krijgen (en vasthouden) is voor kleine kinderen net zo'n basisbehoefte als eten, drinken en slapen. Dat het kind zijn best doet om de aandacht vast te houden (en dat temperamentvolle kinderen er nóg een grotere puinhoop van kunnen maken dan rustige types) zal zeker een rol spelen, maar er is toch meer aan de hand. Onderzoek van de universiteit van Iowa laat zien dat kinderen het kliederen ook gebruiken om te ontdekken hoe de wereld in elkaar zit. Volkomen logisch natuurlijk, en eigenlijk een open deur, maar toch goed om nog even bij stil te staan. Al was het maar om je te realiseren dat al dat gedweil en geveeg om de rotzooi op te ruimen wel ergens goed voor is. En dat spelen met een tablet weliswaar hygiënischer en minder arbeidsintensief is, maar dat je kind daar wel minder van leert.

Roeren en gooien

Het onderzoek zat als volgt in elkaar. Kinderen van 16 maanden kregen 14 soorten zachte of vloeibare etenswaren voorgeschoteld, zoals pudding, sap en soep. De onderzoekers gaven die producten zelfverzonnen namen, zoals 'dax' en 'kiv'. Vervolgens kregen de kinderen de opdracht om dezelfde objecten te identificeren, alleen werden ze nu in andere hoeveelheden en vormen gepresenteerd. De proefpersoontjes konden dus niet afgaan op vorm en hoeveelheid, maar ze moesten de aard van de substanties onderzoeken. Alleen zo konden ze de juiste naam aan een product verbinden. Om deze taak te volbrengen, begonnen veel kinderen met hun vingers in het eten en drinken te roeren, te proeven, en ermee te gooien. Dat had effect. Hoe vaker de kinderen de interactie met de producten aangingen, hoe beter ze in staat waren om ze te identificeren.

Kinderstoel

Uit het onderzoek bleek ook dat de plek waar de kinderen zich bevonden, ertoe deed. Ze waren het beste in staat om al die etenswaren een naam te geven als ze in een kinderstoel zaten. Waarschijnlijk omdat ze wisten dat ze er daar een kliederboel van konden maken. Kortom: lekker laten kliederen dus. Daar leren ze van! (Sterkte en succes gewenst.) Bron: Messy children make better learners (University of Iowa, dec. 2013)