LHBTI en somber: wat kun je voor je kind doen?

Er zijn twee eerdere artikelen geplaatst over LHBTI en hoe je er als ouder mee om kunt gaan als je kind uit de kast komt. Het eerste artikel ging over wat LHBTI precies betekent. In het artikel dat volgde lees je hoe je je kind kunt ondersteunen tijdens een gesprek hierover. Het derde artikel gaat over wat je kunt doen als je kind homo, lesbisch, biseksueel, transgender of intersekse is, en ook sombere gevoelens heeft.

Bang om uit de kast te komen

Sommige LHBTI-jongeren zijn bang voor de reactie van hun ouders. Bijvoorbeeld omdat ze vinden dat ze zeker moeten zijn van hun gevoelens, voordat ze dit delen. Daardoor lopen jongeren langer dan nodig is met een geheim rond. Dat zorgt ervoor dat ze zich zich alleen en onbegrepen kunnen voelen. Somberheid kan dan op de loer liggen, juist omdat kinderen dan niet volledig zichzelf kunnen zijn. Als je ziet dat je kind somber is, wil je steun bieden. Hoe pak je dat aan? Misschien zie je dat je kind zich terugtrekt of dat er geen vrienden meer thuis komen. Het kan zijn dat je kind slechter presteert op school of minder praat. Laat je kind zien dat hij of zij niet alleen is en neem de signalen serieus.

Wat kan je doen om je LHBTI-kind te steunen?

  • Luister naar wensen en behoeften van je kind, dat is belangrijk voor de vertrouwensband. Zo weet je kind jij er altijd bent;
  • Je kunt op school of bij de sportclub praten met begeleiders over de prestaties en houding van je kind. Doe dit altijd in overleg met je kind;
  • Probeer in gesprek te gaan over somberheid. Je kunt voorzichtig informeren wat er speelt. Geef in zo’n gesprek je kind de ruimte om de richting te bepalen;
  • Probeer samen tijd door te brengen, zodat er verschillende momenten zijn waarop je kunt praten.

Als het heel slecht gaat

Stel dat je kind zichzelf beschadigt of aan zelfmoord denkt. Ook hier geldt: praat erover. Jongeren met zelfmoordgedachten geven aan dat het enorm oplucht om erover te praten. Als je merkt dat je kind het lastig vindt om met jou te praten, kun je ook voorstellen dat ze met iemand anders praten. Denk aan een vriend van de familie of een tante of oom. Iemand die net wat verder van het kind af staat. Dat kan voor jou als ouder moeilijk zijn omdat je liever zelf met je kind praat. Maar het belangrijkste is dat je kind met iemand praat die een veilige omgeving en steun biedt. In de meeste gevallen geldt dat het voor jongeren makkelijker is om met iemand te praten die ver van de situatie af staat.

Andere hulplijnen

Kinderen kunnen bellen met de Kindertelefoon of chatten met de hulpverleners van 113 zelfmoordpreventie. Omdat de afstand tot het kind groter is, kan het zijn dat je kind dat prettiger vindt. Daarnaast kan dit contact anoniem. 113 Zelfmoordpreventie heeft veel kennis over LHBTI-gevoelens en weet welke problemen jongeren kunnen tegenkomen als ze daarmee worstelen.

Niet iedereen heeft te maken met somberheid

Jongeren die lesbisch, homo, bi of transgender zijn, denken 4.5 keer vaker aan zelfmoord dan jongeren die dat niet zijn. Dat blijkt uit onderzoek. Dat heeft te maken met het gevoel ‘anders’ te zijn dan anderen. En ook met de negatieve reacties waar zij mee te maken kunnen krijgen. Als er thuis positief wordt omgegaan met de mogelijkheid dat een kind lesbisch, homo, bi of transgender is, kan dat bijdragen aan een goede mentale gezondheid van je kind.

Dat je kind homo, lesbisch of biseksueel is of transgender betekent niet er sprake is van een depressie. De meeste jongeren gaan hier goed mee om. Ook als ze zich zorgen maken over reacties van anderen. Je hoeft dus niet bang te zijn dat somberheid bij je kind altijd betekent dat je kind depressief of suïcidaal is.