Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

15 maart 2000 door Justine Pardoen

Nachtelijke angst peuter: gewoon laten gaan

Van januari 1999 tot april 2001 verzorgde Ouders Online elke woensdag een halve pagina over 'opvoeding' in het dagblad Trouw, geïnspireerd op datgene wat er die week bij Ouders Online was voorgevallen. Het onderstaande artikel maakt deel uit van die serie.

"Het is een rotervaring", vindt Runa. Ze doelt op de momenten dat haar zoontje 's nachts wakker wordt met een angstaanval. Een nare ervaring voor de ouders vooral. En de kinderen zelf? Die hebben nergens last van en weten de volgende dag van niets.

Inge en Peter raken er zelf van in paniek als ze hun kind van vijf zo aantreffen: "Hij is hysterisch en nauwelijks te troosten." Andere ouders herkennen het: ze mogen hun peuters en kleuters tijdens zo'n aanval niet aanraken. Hardhandig duwen ze hun ouders van zich af. Soms overspannen ze hun hele lijf. Ineke: "Ongeveer een half uur gilt hij en schuift op zijn rug door de kamer. Ik heb er vaak in tranen bijgezeten."

Ook Mariëtte heeft het meegemaakt. Haar kind is pas twee, maar ook hij wordt 's nachts wel eens wakker met zo'n angstaanval: "Hij is in een soort slaaptrance en raakt volledig overstuur. Je kunt hem echt niet bereiken. Vaak krijg ik hem niet uit de slaaptoestand en blijft hij gillen van angst." Het lukt ook vrijwel nooit om het kind tijdens zo'n aanval wakker te krijgen. Lisette: "Huilen, slaan, schoppen, ogen nog dicht. Het is vreselijk om te zien, maar meestal kunnen we niets anders doen dan uit laten razen en in de buurt blijven."

Opvallend is dat het nergens over gaat. Geen verhalen over spoken, krokodillen of andere enge dingen. Mickey ontdekte dat haar dochter er vooral last van had na een drukke dag. En dat het altijd vrij vroeg in de nacht gebeurt. Mickey: "Ik heb wel eens gelezen dat het iets te maken heeft met slaapwandelen."

Ward van Alphen, kinder- en jeugdpsychiater te Den Haag en verbonden aan Ouders Online, begrijpt dat ouders zich enorm zorgen maken als ze hun kind zo zien: "Kenmerkend voor dit type nachtelijke aanvallen is dat je geen contact kunt maken met het kind. Daardoor denk je dat er iets mis is, terwijl dat meestal niet het geval is. Soms schreeuwt zo'n kind hard om vader of moeder, maar als die er is, wordt die vaak niet eens herkend."

De aanval duurt beangstigend lang: gemiddeld tussen de vijf en vijftien minuten, maar een half uur is geen uitzondering. "Kinderen tot een jaar of vijf of zes, hebben het bijna allemaal wel eens", zegt Van Alphen geruststellend. "Soms blijft het bij die ene keer, en denken ouders dat het een nachtmerrie was. Maar bij een nachtmerrie wordt een kind wakker en heeft troosten juist wel effect. Zo'n nachtelijke aanval waarbij het kind verward huilt, geagiteerd schreeuwt en wild beweegt gaat echter niet voorbij door het kind te troosten. Integendeel."

Wat te doen als ouder? Niets? Van Alphen: "Als je het kind aanraakt of troostend toespreekt, ontmoet je veel verzet en daarmee verleng je waarschijnlijk de toestand waarin het kind verkeert. Gewoon laten gaan, is inderdaad het beste. En zeker niet proberen het kind wakker te maken."

Afschuwelijk is dat voor ouders: te moeten beseffen dat je je kind het beste helpt door niets te doen. Van Alphen: "Wat je natuurlijk wel altijd moet doen, is ervoor zorgen dat je kind zich niet kan bezeren. Vraag je af of je kind zich pijn kan doen als hij uit bed valt of stapt. Maak het veilig, verwijder mogelijke obstakels, maar zorg voor een traphekje, doe het raam dicht en sluit de buitendeur af."

Het lijkt inderdaad op slaapwandelen. Slaapwandelen komt veel voor, vooral bij oudere kinderen. Tussen de zes en zestien jaar maakt 40% van de kinderen dat mee -- of liever: het overkomt ze zonder dat ze het meemaken -- en 3% doet het meer dan een keer per maand. In veel gevallen heeft een van beide ouders ook een slaapwandel-geschiedenis."

Maar die nachtelijke aanvallen waar de ouders op het Forum van Ouders Online over schrijven, komen juist voor bij jongere kinderen. Vooral als het kind oververmoeid is. Tot een jaar of zes is het normaal, hoewel eigenlijk niemand weet waardoor het komt. Het gebeurt altijd in de eerste vier uur van de nacht, terwijl die nachtmerries vooral in de tweede helft van de slaap voorkomen. Van Alphen: "Het is belangrijk voor een regelmatig slaapritme te zorgen, want dat kan ermee te maken hebben. Vermijd stress. Soms helpt het door het kind langer te laten slapen. Tien tot twaalf uur slaap moet genoeg zijn voor een peuters en kleuters, maar er zijn kinderen die daar niet genoeg aan hebben."

Van Alphen: "Hoe ouder een kind is, hoe vreemder het is. Na het zesde jaar moet het verminderen en uiteindelijk verdwijnen. Als je je als ouder toch zorgen maakt, kan dat reden zijn om een arts te bezoeken. Maar ook als je merkt dat je kind overdag slaperig is of als het kind zich tijdens een aanval beschadigt."

Lees ook: