Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

18 augustus 2021 door Vera Bijma

O nee, een kind van twee!

“Ze gaat toch niet in mijn zwembad, hè?”, vraagt zoonlief met een bedenkelijke uitdrukking op zijn gezicht. Er komt straks een collega van me op bezoek met haar echtgenoot en 2-jarige dochtertje. Op weg naar hun vakantiebestemming blijken ze praktisch langs onze woonplaats te komen. En dus spraken we af dat ze gezellig een broodje bij ons in de tuin komen eten. Dat wil zeggen: mijn echtgenoot en ik vinden dat gezellig. Onze 8-jarige zoon heeft zo zijn bedenkingen.

“Hoe oud is dat meisje eigenlijk?”, vraagt hij mij. Als ik hem antwoord dat ze twee jaar is, roept hij ontzet uit: “Maar dan draagt ze nog een pamper!” Er verschijnt een vastberaden blik in zijn ogen. “Dan mag ze zéker niet in mijn zwembad.”

Ik stel hem gerust: “Ze kan nog niet zwemmen dus mag ze van haar ouders niet eens in het zwembad.” Hij is zichtbaar opgelucht.

Maar dan valt hem het volgende nadeel van zo’n jonge bezoekster in: “Ze gaat vast de kippen pijn doen. Wat als ze een kip doodmaakt?!” Hij gruwelt al bij de gedachte. Gelukkig kan ik ook op dit punt zijn zorgen wegnemen. “Ze hebben zelf ook kippen dus weet ze al hoe ze daar mee om moet gaan.”

Na nog een laatste vraag over hoe lang ze blijven, lijkt hij zich stilzwijgend neer te leggen bij het aanstaande bezoek.

En dan zijn ze er. Terwijl wij onze gasten hartelijk – op een veilige afstand – begroeten, bekijkt zoonlief elke stap die het meisje zet met argusogen. Maar het kind is zo braaf als wat. Ze klimt het trapje van de glijbaan op en zoeft kirrend van plezier naar beneden. En nog eens. En nog een keer. Als zoonlief in zijn zwembad springt, kijkt ze naar hem, maar vraagt ze helemaal niet om er ook in te mogen. Geen interesse.

Dan gaan we aan tafel. Voor de verandering vraagt Daniël niet of ik of papa zijn boterhammen wil smeren. Hij begint er zonder morren zelf aan. Alsof hij nooit anders gedaan heeft en het de normaalste zaak van de wereld is. Wat natuurlijk ook zo is als je al acht jaar bent. Maar waar ons prinsje heel anders over denkt als er geen gasten zijn. 😊

Ook aan tafel blijkt onze kleine bezoekster zich voorbeeldig te gedragen. Ze eet haar buikje lekker rond terwijl ze rustig om zich heen kijkt. Ik zie hoe zoonlief zich eindelijk begint te ontspannen. Oef, kleine meisjes zijn toch niet zo verschrikkelijk als hij gevreesd had.

Net als hij bijna van haar gecharmeerd begint te raken, krijgt ze zijn speelhuisje in het oog. Voor hij het goed en wel beseft, trekt ze het deurtje open en stapt naar binnen. Zoonlief staat als aan de grond genageld. Zijn gezicht een en al ontzetting. Want in zijn speelhuisje kweekt hij plantjes. En kwetsbare stekjes gaan natuurlijk niet samen met de grijpgrage handjes van meisjes van twee.

In een paar woorden leg ik snel de situatie aan haar ouders uit terwijl ik naar het huisje sprint. Zelfs ik vrees het ergste voor zijn tere, met veel liefde gekweekte zaailingen. Maar tot ieders verbazing kijkt ze er niet eens naar. Ze sluit het deurtje achter zich, kijkt eens lachend door het raampje en komt weer naar buiten. En doet het deurtje weer keurig achter zich dicht. Zo blij als een kind.

We kletsen nog wat, spelen een spelletje Kubb en dan vertrekken ze weer. Ik begin de boel op te ruimen. Na zulke gezellige bezoekjes voel ik me altijd moe maar voldaan. En zoonlief? Die is compleet uitgeput van de spanning. En ik vermoed dat hij vooral voldaan is dat het 2-jarige gevaar weer geweken is.